,Inleiding tot (publiek en privaat) recht 2
,Inleiding: wat is recht?
Franse invloed (de Code Napoléon) en evolutie Burgerlijk Wetboek
Het Belgische rechtssysteem is historisch sterk beïnvloed door het Franse recht. In 1804 werd de Code Napoléon (het Franse
Burgerlijk Wetboek) ingevoerd, opgesteld door Napoleon. België heeft deze code zeer lang gebruikt. Tot op vandaag is de
basis van het oude Belgische Burgerlijk Wetboek sterk gelijklopend met de Code Napoléon.
Momenteel is men bezig met een volledige hervorming en herschrijving van het Belgisch Burgerlijk Wetboek. Wat 20 jaar
geleden kon, kan vandaag niet meer en omgekeerd. Net zoals de maatschappij evolueert, moeten ook de rechtsregels mee
evolueren (zowel in de rechtspraak, rechtsleer als wetgeving). MAAR de maatschappij verandert sneller dan de wet. De
wetgever loopt vaak achter de feiten aan, waardoor wetgeving vaak pas tot stand komt nadat er al herhaaldelijk problemen
zijn opgedoken. In de praktijk krijgen we dus vaak steekvlampolitiek: een snelle reactie op een incident in de maatschappij
zonder diepgaande reflectie. Dit leidt tot een onoverzichtelijke hoeveelheid wetgeving waarin niemand nog weet wat van
toepassing is op wie.
Voorbeeld van de invloed van een veranderende maatschappij op het recht:
➔ Tot 2016 was voyeurisme (iemand bekijken zonder toestemming) niet strafbaar. Toen was de redenering ‘kijken mag,
aankomen niet’. Pas vanaf 2016 werd voyeurisme opgenomen in de strafwet als strafbaar. Pas vanaf 2020 werd ook het
verspreiden van wraakporno strafbaar.
De alomtegenwoordigheid van het recht
Recht domineert bijna elk aspect van het menselijk leven. Hieronder enkele voorbeelden van recht in het dagelijkse leven:
Burengeschillen: burenruzies zijn een van de meest voorkomende juridische conflicten. Hoewel men eigenaar is van zijn
woning, mag men niet onbeperkt doen wat men wil. Buren moeten een zekere overlast verdragen, zoals geluid op een
zomeravond. Geschillen worden meestal behandeld door de vrederechter, met als doel verzoening en het vermijden van
escalatie.
Intellectuele eigendom: merkrechten beschermen specifieke zaken (bv de rode zool van Louboutin).
Privacy: Strikte EU-regelgeving beschermt onze gegevens (GDPR).
Juridische feiten: geboorte is een juridisch feit met grote gevolgen (erfgenaam zijn).
Inleiding tot (publiek en privaat) recht 3
,Leeftijd: Aan leeftijd zijn rechten en plichten gekoppeld (18 jaar: bekwaamheid om te contracteren en te stemmen; 21 jaar:
toegang tot casino's).
Geslacht: wijziging is mogelijk via juridische procedure.
Wat is recht?
Recht regelt de subjectieve rechten van rechtssubjecten via het objectief recht.
Recht is een min of meer samenhangend geheel van waarden, begrippen, gedragsvoorschriften en instellingen, met de
bedoeling de maatschappij te ordenen en een ideaalbeeld van de maatschappij naar voren te brengen. Je zou dus kunnen
zeggen dat recht een manier is om de werkelijkheid en het gedrag van burgers te regelen. Als bepaalde gedragingen
strafbaar zijn, dan hoopt de wetgever dat we deze gedragingen niet meer gaan stellen. Dat wil niet zeggen dat dit gedrag
niet meer zal voorkomen, wel dat we als maatschappij dat gedrag gaan veroordelen. Het recht bepaalt dus wat mag, niet
mag (verbod) en moet doen (gebod). Vaak proberen we dat te koppelen aan onze waarden en de waarden binnen onze
maatschappij.
Verbod = je mag het niet doen en indien je het toch doet, dan volgt er een sanctie. Voorbeeld: je mag niet doden. Doe je dat
toch, dan zal je vervolgd worden.
Gebod = Je moet het doen en indien je het niet doet, dan volgt er een sanctie. Voorbeeld: een voetganger moet op het
voetpad wandelen als er een voetpad is. Doe je dat niet, dan krijg je een boete.
Recht is complex
Recht vormt geen logisch geheel. Het is zeer complex en soms zelfs tegenstrijdig. Je kan er zeer moeilijk een duidelijke lijn in
trekken. Bepaalde wetten definiëren bepaalde fenomenen anders (bv het woord ‘onderneming’ wordt anders gedefinieerd
in het arbeidsrecht dan in het economisch recht; het woord ‘nacht’ wordt anders gedefinieerd in het artikel omtrent
nachtwerk dan in het artikel omtrent nachtlawaai of diefstal bij nacht).
Daarnaast hebben juristen, journalisten of historici het vaak over het feit dat het "werkelijke land" (dit is wat er feitelijk
gebeurt op een bepaalde plaats op een bepaald moment) niet altijd overeenstemt met het "wettelijke land" (waarmee de
juridische normen op die plaats op dat moment bedoeld worden). Mocht iedereen altijd en overal de rechtsnormen
naleven, dan zou de wereld er de facto inderdaad ietsje anders uitzien. De vele goed bedoelde normen bereiken niet altijd
hun beoogde sociale doel.
Inleiding tot (publiek en privaat) recht 4
,Nemo censetur ignorare legem (recht moet kenbaar zijn)
Om van het rechtssysteem een geheel van afdwingbare gedragsvoorschriften te maken, is er één fundamentele spelregel:
iedereen wordt geacht de wet te kennen (nemo censetur ignorare legem). Hoewel zelfs de beste jurist de enorme berg aan
regels niet meer volledig uit het hoofd kent, is dit een noodzakelijke juridische fictie. Zonder dit principe zou iedereen
gewoon kunnen zeggen dat men niet op de hoogte was van een regel om zo een sanctie te ontlopen. Het excuus ‘ik wist niet
dat het niet mocht’ is dan ook nooit geldig in de rechten.
➔ Hier is één uitzondering op, namelijk die van de onoverkomelijke dwaling. Daarbij kreeg je tegenstrijdig of foutief
advies van meerdere professionals (zoals juristen) en was het in die situatie redelijk dat je ervan kon uitgaan dat dit
advies wel correct was. In dat geval kan een rechter oordelen dat jij niet voor die fout hoeft op te draaien, aangezien je
voldoende moeite hebt gedaan om de correcte regelgeving na te gaan. Maar dit wordt zeer zelden aanvaard in de
rechtbank!
Hoewel het onmogelijk is om alles feitelijk te weten, moet het voor de burger wel steeds mogelijk zijn om de regels te
raadplegen. We spreken dan over de kenbaarheid van de rechtsnorm. Het kenbaar maken van de wet is een kerntaak van
de overheid. Deze heeft publicatieplicht voor (materiële) wetten als strikte voorwaarde voor de afdwingbaarheid ervan.
Afhankelijk van het niveau van de overheid gebeurt dit via specifieke officiële kanalen:
➔ Federaal en Regionaal: Het Belgisch Staatsblad (sinds 2003 enkel digitaal via www.staatsblad.be). Hierin verschijnen
dagelijks wetten, decreten, ordonnanties, besluiten en arresten van het Grondwettelijk Hof.
◆ De wet treedt in de praktijk pas in werking 10 dagen na publicatie, tenzij anders vermeld in het artikel zelf
➔ Europees: Het Publicatieblad van de Europese Unie (reeks L)
◆ De wet treedt in de praktijk pas in werking 20 dagen na publicatie, tenzij anders vermeld in het artikel zelf
➔ Provinciaal: het bestuursmemoriaal van de betreffende provincie (vaak online terug te vinden).
◆ De wet treedt in de praktijk pas in werking 5 dagen na publicatie, tenzij anders vermeld in het artikel zelf
➔ Lokaal: de gemeentelijke website (verplicht voor gemeentelijke reglementen).
◆ De wet treedt in de praktijk pas in werking 5 dagen na publicatie, tenzij anders vermeld in het artikel zelf, tenzij
anders vermeld in het artikel zelf
Naast de officiële publicaties zijn er ook tal van officieuze publicaties die worden verspreid. Dit gaat over publicaties door
professionele commerciële uitgevers (bv Die Keure die codexen uitbrengt). Je kan deze officieuze bronnen zeker gebruiken,
maar als je 100% garantie wilt dat je de correcte versie van wetgeving hebt, dan ga je best naar de officiële kanalen.
Inleiding tot (publiek en privaat) recht 5
,Sidenote: Voor rechtspraak, rechtsleer en algemene rechtsbeginselen bestaat deze publicatieverplichting niet. Dit maakt het
voor een leek vaak moeilijk om deze bronnen te distilleren uit de massa aan informatie.
Consolidatie van een tekst = het bijwerken van de oorspronkelijke wettekst met alle latere wijzigingen naar de actuele
situatie / huidige normen. Een geconsolideerde tekst kan je herkennen aan toevoegingen aan het nummer van het artikel
zoals een schuine streep, bis, ter, etc. Een artikel kan meerdere keren geconsolideerd worden, met als gevolg dat er
meerdere zaken na het nummer van het artikel staan. Voorbeeld: Artikel 47ter/1
Coördinatie van een tekst = het samenvoegen van verschillende wetten over hetzelfde thema in één nieuwe, logisch
genummerde tekst = wanneer een artikel te veel toevoegingen, onderscheiden, etc heeft door middel van consolidatie, dan
kan deze tekst gecoördineerd worden. Dat wil zeggen dat alle latere aanvullingen (zoals bis- en ter-bepalingen) logisch
worden geherstructureerd en geïntegreerd in het hergeformuleerde grondartikel. Voorbeeld: Artikel 47 heeft het al over
bis/1, bis/2, ter, quater/1, quater/2, quater/3, etc en deze worden nu herschreven zodat het gewoon weer artikel 47 is.
➔ Voorbeeld: De Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994. Men heeft toen de oude Grondwet (die vol stond met
toevoegingen) volledig herschreven en logisch hernummerd. Toen stonden er geen enkele bis, ter, etc meer in de
Grondwet. Op dit moment is de Grondwet wel opnieuw een lappendeken van geconsolideerde wetten.
Codificatie = De wetgever brengt alle regels rond een specifiek rechtsgebied (wetten, rechtspraak, gewoonten) samen in een
systematisch opgebouwd wetboek of codex (bv het Burgerlijk Wetboek of de Vlaamse Codex Wonen). Een codex streeft
ernaar "exhaustief" (volledig) te zijn voor dat vakgebied.
Inleiding tot (publiek en privaat) recht 6
,
Enkele kernbegrippen
Rechtsobjecten = alles wat het recht (passief) ondergaat = voorwerpen die door het recht worden verhandeld. Voorbeeld:
dieren, verkoopwaren, bouwgrond, etc.
Rechtssubjecten = actieve, sanctioneerbare dragers van rechten én plichten = natuurlijke personen en rechtspersonen van
een bepaald land die zich naar het objectief recht moeten schikken en gesanctioneerd kunnen worden indien ze dit niet
doen.
➔ Natuurlijke personen = alle mensen
◆ Iedere natuurlijke persoon is vanaf de geboorte tot de dood rechtsbekwaam. Ze hebben rechten en plichten.
Uitzonderlijk heb je al rechten vanaf de verwekking (mits levensvatbaar geboren te worden) en uitzonderlijk heb je
ook nog plichten na je dood, zoals het afbetalen van schulden.
◆ MAAR niet ieder natuurlijk persoon is handelingsbekwaam (= zelf kunnen uitoefenen van je rechten en plichten).
De belangrijkste redenen waarom iemand handelingsonbekwaam is, kan je vinden in een van de volgende
pagina's.
➔ Rechtspersonen = samenwerkingen tussen mensen die een economisch doel voor ogen hebben. Een rechtspersoon
heeft rechten en plichten van oprichting (geboorte) tot faillissement (dood).
◆ Publiekrechtelijke rechtspersonen = overheidsbedrijven → voorbeeld: NMBS, de Watergroep, de Staat, de Ugent,
de gemeente, beroepsorganisaties zoals de Orde van de Advocaten, VRT, VDAB, etc
◆ Privaatrechtelijke rechtspersonen = vennootschappen waarin alleen privépersonen betrokken zijn →
voorbeelden: vzw's, jeugdverenigingen, sportclubs, bedrijven, besloten en naamloze vennootschappen, etc.
◆ Een orgaan = een natuurlijk persoon die binnen een rechtspersoon een bepaalde functie en bevoegdheid heeft. Zo
zorgen zij ervoor dat de rechtspersoon kan functioneren. Voorbeelden: de Chief Executive Officer en Chief
Financial Officer van een bedrijf, de aandeelhouders, etc.
Elk rechtspersoon heeft statuten = een officieel document waarin de belangrijkste regels en kenmerken van een
rechtspersoon worden vastgelegd. De statuten bepalen de identiteit van het bedrijf en hoe het intern moet functioneren. De
belangrijkste zaken die erin staan zijn: de naam van de vennootschap, de juridische vorm (BV/NV/VZW/etc), het doel van het
bedrijf (wat gaan jullie precies doen?), waar de zetel (het adres) gevestigd is, Hoeveel aandelen zijn er, wie bezit ze en hoe
kun je ze verkopen of overdragen aan iemand anders? Wie mag het bedrijf leiden? Hoe worden bestuurders benoemd of
Inleiding tot (publiek en privaat) recht 7
,ontslagen? Wat zijn hun bevoegdheden? Wanneer komen de aandeelhouders samen? Hoe worden beslissingen genomen?
Wanneer begint en eindigt het financiële jaar en hoe wordt de winst verdeeld?
➔ De statuten van publiekrechtelijke rechtspersonen zijn vastgelegd in de wet. Het statuut van de Staat is de Grondwet.
De statuten van openbare instellingen staan in decreten.
➔ De statuten van privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen worden gewijzigd door leden of aandeelhouders tijdens een
algemene vergadering.
➔ KBO = Kruispuntbank van Ondernemingen = databank waarin alle statuten van alle rechtspersonen (die gevestigd zijn
in België) te vinden zijn.
➔ Ook in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad kan je belangrijke informatie over privaatrechtelijke rechtspersonen
terugvinden. Dit is de plek waar bedrijven en verenigingen hun "officiële mededelingen" doen aan de rest van de
wereld.
Overeenkomst = contract = een wilsovereenkomst tussen twee of meer rechtssubjecten met de bedoeling rechtsgevolgen te
doen ontstaan. Contracten strekken de partijen tot wet, wat wederzijdse rechten en plichten tussen partijen creëert. Alle
partijen zijn gebonden aan wat overeengekomen is en worden verwacht hun verbintenissen uit te voeren zoals afgesproken.
Een contract kan in principe niet eenzijdig gewijzigd of beëindigd worden. ⎸Artikel 5.4 en artikel 5.69 Burgerlijk Wetboek⎹
➔ Uitzondering Overmacht = een partij is niet aansprakelijk wanneer de niet-uitvoering van de verbintenis het gevolg is
van een vreemde, onvoorziene oorzaak die haar niet kan worden toegerekend (met andere woorden onafhankelijk van
de wil van de partijen) en die de uitvoering volledig onmogelijk maakt. In praktijk wordt deze uitzondering slechts
uitzonderlijk aanvaard. ⎸Artikel 5.74 Burgerlijk Wetboek⎹
➔ Uitzondering Imprevisieleer = Een partij kan de heronderhandeling en eventueel de aanpassing of beëindiging van het
contract vragen wanneer onvoorziene en niet-toerekenbare omstandigheden de uitvoering van de verbintenis
buitensporig bezwarend maken, zodat deze redelijkerwijs niet langer kan worden geëist. ⎸Artikel 5.75 Burgerlijk
Wetboek
Rechtsfeit = een feitelijke gebeurtenis die door het objectief recht wordt erkend en waaraan juridische gevolgen worden
verbonden. Een rechtsfeit kan menselijk (bv een ongeval) of natuurlijk (bv geboorte, overlijden, storm) zijn.
➔ Algemene regel hierbij is: iedereen draagt zijn/haar eigen schade, tenzij de schade kan worden toegerekend aan een
derde op grond van een (buiten)contractuele aansprakelijkheid.
➔ (Buiten)contractuele aansprakelijkheid = “Hij die door zijn fout schade veroorzaakt aan een ander, is gehouden deze
schade te vergoeden” ⎸Artikel 6.162 Burgerlijk Wetboek⎹
Inleiding tot (publiek en privaat) recht 8
,Een rechtshandeling = je stelt bewust een handeling met als doel de gevolgen die het objectief recht eraan koppelt te
verkrijgen (voorbeelden: je koopt een huis om er eigenaar van te worden, je tekent een arbeidscontract om als werknemer
in dienst te gaan, etc). Wie handelingsbekwaam is, kan rechtshandelingen stellen. MAAR er zijn verschillende gradaties in die
bekwaamheid. Het ene rechtssubject, of bij rechtspersonen het ene orgaan, kan als het ware meer ingrijpende
rechtshandelingen stellen dan het andere. De rechtshandelingen kunnen immers onderverdeeld worden in: aantal personen
met een wil, beoogde doel van de handeling of gradatie van impact van de handeling:
➔ Eenzijdige rechtshandeling = een handeling waarbij slechts een partij zijn wil te kennen geeft. Er ontstaan echter pas
rechtsgevolgen van zodra de ene partij haar wil heeft uitgedrukt en van zodra de andere partij minstens kennis heeft
genomen of heeft kunnen nemen van die wil (bv een schenking, opstellen van een testament).
➔ Meerzijdige rechtshandeling = contract/overeenkomst = een handeling waarbij twee of meer partijen hun wil
uitdrukken. Er ontstaan dus pas rechtsgevolgen van zodra er dus (minstens) twee partijen willen samenvallen (bv een
verkoop, een ruil, huwelijkscontract, etc).
➔ Constitutieve rechtshandeling = Er worden nieuwe rechtsobjecten of -subjecten tot stand gebracht (bv een
hypotheeklening op een huis nemen, een vennootschap oprichten).
➔ Translatieve rechtshandeling = Een handeling waarbij 1 of meer bestaande rechtsobjecten worden overgedragen van
de ene persoon naar de andere. De rechtsobjecten veranderen niet van inhoud, alleen van eigenaar (bv een verkoop).
➔ Declaratieve rechtshandeling = Een handeling waarbij reeds bestaande rechtssituaties louter worden bevestigd of
verduidelijkt om discussie te vermijden, afspraken vast te leggen over de rechten en plichten (bv de verdeling van een
erfenis, de huwelijksovereenkomst).
➔ Daden van genot (minst verregaande handelingen) = Handelingen die gericht zijn op het gebruiken van rechtsobjecten
of het innen van de opbrengsten ervan, zonder de substantie van het goed aan te tasten (bv wonen in je eigen woning,
de intresten van een bankrekening innen, eten van de groenten uit jouw eigen tuin, etc).
➔ Daden van beheer = Handelingen die gericht zijn op het behouden, onderhouden en exploiteren van een vermogen op
een normale manier. Het goed in goede staat houden en laten renderen zonder grote risico's (bv een kapotte ruit van
een huurpand laten herstellen, een brandverzekering afsluiten, geld van je minderjarige kinderen van de ene rekening
halen om ze op een beter renderende rekening te storten zonder dat het totale kapitaal hiermee vermindert).
➔ Daden van beschikking (meest verregaande handelingen) = ingrijpende handelingen waarbij je alles wat je wil met het
rechtsobject mag doen, zoals het definitief wegdoen, verkopen, ruilen of vernietigen (bv een huis verkopen, het
schenken van een groot geldbedrag, het sluiten van een hypotheek of het afbreken van een gebouw).
Inleiding tot (publiek en privaat) recht 9
,Onrechtmatige daad = foutief menselijk gedrag dat strijdig is met het objectief recht en dat, buiten een contractuele
verhouding, schade veroorzaakt aan een ander en aanleiding kan geven tot buitencontractuele aansprakelijkheid. Er is een
causaal verband tussen de schade en de fout of schade. Het gaat niet altijd om een eigen fout of om een fout op zich.
Voorbeeld van onrechtmatige daad en/of contractuele aansprakelijkheid:
➔ Situatie 1: Jan wandelt op straat en kijkt op zijn gsm. Daardoor let hij niet op en botst tegen Marie. Marie valt en breekt
haar arm.
◆ Er is geen contract tussen Jan en Marie. Ze kennen elkaar niet en hebben niet afgesproken op dat moment of op die
plaats. Jan stelde foutief menselijk gedrag dat in strijd is met het objectief recht. Marie lijdt schade en die schade is
veroorzaakt door de fout van Jan.
◆ Conclusie: er is sprake van een onrechtmatige daad en van buitencontractuele aansprakelijkheid.
➔ Situatie 2: Op 18 augustus 2011 breekt er een zware storm los boven het festival Pukkelpop. Er stortten tenten in en
daardoor vielen er gewonden en doden.
◆ Pukkelpop is een juridische kluwen omdat er zeer veel verschillende partijen bij betrokken zijn. De firma achter de
organisatie is BV The Factory. Deze firma wordt geleid door een aantal zaakvoerders en zal contracten afsluiten met
verschillende andere partijen (zoals met muzikanten, festivalgangers, technici, foodtrucks, tentenverhuur,
drankvoorraad, de gemeente, beveiliging, verzekeringen, etc).
◆ Rechtsfeit: er vond een storm plaats. Een storm op zich is géén onrechtmatige daad, want een natuurelement
(zonder tussenkomst van menselijk gedrag) is geen fout.
◆ Het is niet duidelijk of er sprake was van contractuele aansprakelijkheid en/of een onrechtmatige daad. Indien er
inderdaad ergens een menselijke fout kan worden aangetoond waardoor de storm extra schade heeft aangericht
aan derden, dan kunnen deze een schadevergoeding eisen volgens het objectief recht van de (buiten)contractuele
aansprakelijkheid. Maar het aantonen van wie een fout heeft gemaakt, is vaak moeilijk.
● Er is een contractuele verhouding tussen de festivalgangers en BV The Factory, doordat de bezoekers een ticket
hebben gekocht bij de organisatie. Indien BV The Factory een fout maakte die de schade veroorzaakte of
verergerde (bv veiligheidsverplichtingen niet naleven, tenten onvoldoende verankeren, waarschuwingen
negeren, niet op tijd of correct evacueren, etc) dan is er sprake van contractuele aansprakelijkheid, maar niet
van een onrechtmatige daad.
● Er is geen rechtstreekse contractuele verhouding tussen de festivalgangers en de muzikanten, technici,
foodtrucks, tentenverhuur, gemeente, etc. Indien een van deze vele partijen een fout heeft gemaakt en dit kan
aangetoond worden, dan is er sprake van een onrechtmatige daad en buitencontractuele aansprakelijkheid.
Inleiding tot (publiek en privaat) recht 10