Flashcards
Open Universiteit — cursus RB0402 · 17 hoofdstukken · gebaseerd op de reader en proeftentamens- 2026
Hoe te gebruiken
Elke kaart heeft een VRAAG-vak en een ANTWOORD-vak. Dek het antwoord af (bijvoorbeeld met een blad papier
of door het scherm te scrollen), probeer de vraag zelf te beantwoorden, en controleer dan. Werk per hoofdstuk
— dat matcht de indeling van de reader, zodat je gericht een hoofdstuk kunt overhoren vóór je verdergaat.
,Hoofdstuk 1 — Vóór de Twaalftafelenwet
VRAAG 1
In welke eeuw en door wie werd de Codex Hammurabi opgesteld?
ANTWOORD
Ca. 1792–1750 v.Chr., door koning Hammurabi van Babylon. De stèle (ca. 1780 v.Chr.) werd in 1901 in Susa
(Iran) gevonden en staat nu in het Louvre.
VRAAG 2
Wat is opvallend aan de straf voor een rechter die zijn eigen vonnis herziet, volgens de Codex Hammurabi?
ANTWOORD
Een boete van 12x het bedrag én een levenslang verbod om ooit nog rechter te zijn (art. 5).
VRAAG 3
Wie was Draco en waar staat zijn naam nu voor?
ANTWOORD
Eerste Atheense wetgever (rond 624/621 v.Chr.); zeer zware, vaak dodelijke straffen — vandaar 'draconisch'.
VRAAG 4
Welk juridisch onderscheid maakte Draco al, dat nog steeds relevant is?
ANTWOORD
Het onderscheid tussen moord (familiezaak/bloedwraak) en doodslag (voorgelegd aan de ephetai-rechtbank,
met aandacht voor opzet).
VRAAG 5
Wat deed Solon in 594/593 v.Chr. voor de Atheense schuldslaven?
ANTWOORD
De seisachtheia: schuldkwijtschelding, afschaffing van schuldslavernij, en vrijkoop van reeds tot slaaf
vervallen Atheners.
VRAAG 6
Waarom hield Solon zijn wetten bewust vaag?
ANTWOORD
Zodat de jury (het volk), niet de wetgever zelf, de macht kreeg om de wet uit te leggen.
VRAAG 7
Hoe werd de Atheense jury (dikastai) samengesteld, en waarom op deze manier?
ANTWOORD
Door loting via de kleroterion uit een pool van 6000 burgers (groepen van 201 tot 6000 man) — dit maakte
omkoping vrijwel onmogelijk.
,VRAAG 8
Wat hield de jury-eed in Athene in?
ANTWOORD
Oordelen naar de wet, en bij ontbreken daarvan naar eigen beste oordeel (to dikaion) — onpartijdig.
, Hoofdstuk 2 — De Twaalftafelenwet
VRAAG 1
Noem de vier rechtshistorische periodes van het Romeinse recht.
ANTWOORD
Archaïsch → voorklassiek (201–27 v.Chr.) → klassiek (tot 235 na Chr.) → naklassiek → Byzantijns (vanaf
Justinianus).
VRAAG 2
In welk jaar eindigde het Romeinse koningschap, en met welke koning?
ANTWOORD
510/509 v.Chr., met de verdrijving van Tarquinius Superbus.
VRAAG 3
Wat is het verschil tussen ius, fas en lex?
ANTWOORD
Ius = wereldlijk recht; fas = religieus/goddelijk recht; lex = een door de volksvergadering aanvaard en door de
senaat bekrachtigd voorstel van een magistraat.
VRAAG 4
Bij conflict tussen een lex en het edict van een magistraat, wat gaat voor?
ANTWOORD
De lex gaat vóór.
VRAAG 5
Wat was de rol van de tribuni plebis (ca. 495–470 v.Chr.)?
ANTWOORD
Ius auxilii (bijstand aan plebejers) en ius intercedendi (vetorecht) — ontstaan als reactie op schuldgijzeling
van plebejers.
VRAAG 6
Wat kregen plebiscieten via de Lex Hortensia (287 v.Chr.)?
ANTWOORD
Kracht van wet voor alle Romeinen, patriciër én plebejer.
VRAAG 7
Wat is de directe aanleiding voor de Twaalftafelenwet?
ANTWOORD
De Verginia-episode (ca. 451 v.Chr.): decemvir Appius Claudius misbruikt zijn rechterlijke macht om Verginia
onterecht tot slavin te verklaren.