Week 1, les 1
Bekijk het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, geef aan
hoeveel ratificaties nodig zijn voor de inwerkingtreding van dit verdrag en
wie/wat de depositaris ervan is. Noem de relevante verdragsartikelen.
Art. 43 lid 1 vreemdelingen verdrag 6 ratificaties 90 dagen
Art. 39 vreemdelingen verdrag secretaris-generaal
Bekijk het Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke
of vernederende behandeling of bestraffing, geef aan hoeveel ratificaties
nodig zijn voor de inwerkingtreding van dit verdrag en wie/wat de
depositaris ervan is.
Noem de relevante verdragsbepalingen
Art 18 lid 1 Europees verdrag ter voorkoming van foltering
Art. 19 lid 1 Europees verdrag ter voorkoming van foltering
Casus 1 – Het Klimaatverdrag
Stel: België en Luxemburg hebben een multilateraal klimaatverdrag
ondertekend.
Luxemburg besluit enkele jaren later dat het zich niet meer aan de
afgesproken
CO₂-reductie wil houden.
1. Welke bron van internationaal recht is hier van toepassing?
Verdragen
2. Welk belangrijk beginsel uit het verdragenrecht verplicht staten om zich
aan het verdrag te houden?
Pacta sunt servanda art. 26 Verdrag van wenen inzake het verdragsrecht
3. Noem één manier waarop dit conflict vreedzaam kan worden opgelost.
Onderhandelingen, Bemiddeling, Arbitrage, Feitenonderzoek etc.
Art. 33 lid 1 handvest VN
,Casus 2 – Nieuwe staat
Een gebied verklaart zichzelf onafhankelijk en noemt zich Republiek X.
Het gebied heeft:
- Een eigen regering
- Een vaste bevolking
- Een duidelijk territorium
Maar veel landen erkennen de staat niet.
Kan dit gebied volgens internationaal recht toch een staat zijn?
Ja, erkenning is niet nodig om een staat te zijn. En aangezien er aan de
eisen voor aan staat is voldaan is het dus toch een staat ondanks
erkenning.
Casus 3 – Schending van mensenrechten
In Staat Y worden systematisch burgers gemarteld door de overheid.
1. Welk soort internationale norm kan hier mogelijk worden
geschonden?
Jus congens-norm (dwingend recht) het verdrag tegen foltering en andere
wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing is hier een
voorbeeld van.
2. Waarom zijn deze normen zo bijzonder binnen het internationaal
recht?
Er mag niet van worden afgeweken en het geldt voor iedereen ookal staat
het niet in een verdrag.
3. Noem één internationaal hof of tribunaal dat betrokken kan raken bij
internationale misdrijven.
Het internationaal strafhof (zit in den haag) art. 5 statuur van Rome inzake
internationaal strafhof
Casus 4 – Gewapend conflict
,Staat A wordt militair aangevallen door Staat B. Staat A vraagt hulp aan
bondgenoten.
Vragen
1. Op welk artikel uit het VN-Handvest kan Staat A zich beroepen?
Art 51 VN-Handvest -> zelfverdediging
2. Hoe heet het wanneer andere staten helpen bij de verdediging?
Collectieve zelfverdediging
3. Noem één voorwaarde waaraan deze hulp moet voldoen
Het moet proportioneel zijn, er moet een gewapende aanval zijn geweest,
de aangevallen partij moet dit melden bij de VN en de staat moet
daadwerkelijk om hulp vragen.
Opdracht – de VN
In 2026 nam de VN-Veiligheidsraad een resolutie aan waarin Iran werd
opgeroepen te stoppen met aanvallen op Golfstaten, omdat deze een
bedreiging vormden voor internationale vrede en veiligheid.
De Veiligheidsraad kan resoluties aannemen wanneer een conflict gevaar
vormt voor de internationale veiligheid.
Beantwoord de volgende vragen.
Vraag 1
Waarom is juist de VN-Veiligheidsraad betrokken bij dit conflict?
Art. 24 lid 1 Handvest VN
De VN is verantwoordelijk voor het handhaven van internationale vrede en
veiligheid. De VN stelt vast of er een bedreiging is art. 39 handvest VN en
ze kunnen maatregelen nemen art. 40, 41 en 42 handvest VN
Vraag 2
De resolutie werd gesteund door 13 van de 15 leden. Rusland en China
onthielden zich van de stemming.
a. Hoeveel leden heeft de Veiligheidsraad in totaal?
15 leden art. 23 lid 1 handvest VN
b. Hoeveel daarvan zijn permanente leden?
5 hiervan zijn permanente leden art. 23 lid 1 handvest VN
, Vraag 3
a. Wat zou er zijn gebeurd als één van de permanente leden een veto
had gebruikt?
Deze is dan niet aangenomen omdat 1 veto van een permanent lid de
besluitvorming blokkeert. Art. 27 lid 3 handvest NV
b. Waarom kan het vetorecht van permanente leden soms een
probleem zijn voor de VN?
1 land kan de besluitvorming blokkeren ook als de meerderheid voor is.
Week 1, les 2
Quiz workshop 2 – voorbereidingscheck
1. Welke van de volgende organisaties die kort na WO II in Europa werden
opgericht, is/was een supranationale organisatie?
a. De Europese Gemeenschap voor kolen en staal EGKS.
b. De Organisatie voor Europese en Economische Samenwerking OEES.
c. De Raad van Europa.
2. Van welke organisatie van Europese landen zijn Turkije en Rusland lid?
a. De Europese Unie.
b. De Europese Vrijhandelsassociatie EVA.
c. De Raad van Europa.
3. Welke van de volgende landen zijn momenteel geen van allen lid van de
Europese Unie EU?
a. Bulgarije, Malta en Servië.
b. Noorwegen, IJsland en Zwitserland.
c. Cyprus, Liechtenstein en Roemenië.
4. Hoeveel lidstaten heeft de EU op dit moment?
a. 27.
b. 28.