beroepsdilemma’s
Annemiek vriezen
Ellen de Bruin
579430
Social Work 2025
1
, Inleiding
1. Je neemt de lezer mee in de verkenning van een moreel dilemma
en onderbouwt wat dit een dilemma maakt.
In mijn werk op een last-resort afdeling voor mensen met het syndroom van
Korsakov begeleid ik cliënten met complexe cognitieve, gedragsmatige en
somatische problemen. Eén van die cliënten betreft een 56 jarige man met
Korsakov, ernstige agressie problemen, meerdere somatische aandoeningen en
een sterk wisselende wilsuitspraak. Meneer heeft een rechterlijke machtiging en
is de afgelopen jaren op verschillende afdelingen geplaatst in verschillende
teams. Op alle afdelingen en in alle teams leidde zijn gedrag tot overbelasting en
uitputting van de zorgmedewerkers. Sinds hij bij ons op de afdeling zit en mede
door recente medicatieaanpassing is zijn agressie verminderd en zijn gedrag
meer stabiel geworden.
Desondanks verkeerd meneer in een zorgwekkende lichamelijke toestand. Hij
weegt meer dan 130 kilo, heeft lichamelijke problemen en is door die
beperkingen nauwelijks mobiel. Zijn kwaliteit van leven word daardoor
2
, aangetast. Dagelijks benoemt hij dat hij “liever dood dan hier is”, spreekt
herhaaldelijk over suïcide en herhaalt regelmatig dat hij euthanasie wil. In het
verleden is er dan ook een euthanasie traject gestart maar hij trok zich terug op
het beslissingsmoment. Dat maakt het moeilijk om te bepalen hoe
weloverwogen zijn wens is. Door het syndroom van Korsakov is zijn
wilsbekwaamheid beperkt en dat zorgt voor extra ethische complexiteit.
Binnen het team ontstond dan ook het dilemma of wij ons moeten inzetten om
zijn lichamelijke gezondheid te verbeteren (door in te zetten op afvallen,
medicatie zoals ozempic en fysiotherapie die hij zelf weigert) voor meer kwaliteit
van leven of dat we mogen afzien van zulke interventies, en daarmee zijn wens
respecteren om zijn leven niet te verlengen.
Beide handelingen kunnen niet tegelijkertijd uitgevoerd worden en brengen zowel
morele risico’s als mogelijke voordelen met zich mee.
- Beide opties vertegenwoordigen morele waarde (autonomie versus
zorgplicht/bescherming).
- Beide opties hebben serieuze negatieve en positieve gevolgen.
- Er is geen “goede” keuze zonder morele schade.
- De urgentie is hoog vanwege zijn slechte lichamelijke conditie en kans op
plotseling overleiden.
2