Inleiding Orthopedagogiek
College 1 – introductie
Model = vereenvoudigde weergave vd werkelijkheid voor bepaald
gebruiksdoel. Vaak in vorm v schema’s en figuren
Theorie = geheel van denkbeelden, hypothesen en verklaringen die in
onderlinge samenhang worden beschreven.
Opvoeden = het lichamelijk en geestelijk vormen; grootbrengen van een
persoon
Verzorgen + grootbrengen is onderdeel van pedagogiek, en het is NIET het
brengen tot zelfstandigheid -> is losstaande specifieke activiteit
Opvoeden is vorm van socialisatie = proces van inlijven van
nieuwkomers in een groepsverband en iemand vertrouwd maken met de
cultuur
Procesmodel van Belsky
-> opvoeding is geen activiteit op zichzelf: speelt veel mee.
laat zien hoe ontwikkeling tot stand komt door opvoedvaardigheden en
hoe deze vaardigheden beïnvloed worden
Langeveld mens is animal educandum = dier dat opgevoed móet
worden.
Revival = opvoedtheorie die terugkomt (soms in ander ‘jasje’ of vorm)
Diekstra en Van Hintum opvoeding omvat iedere invloed die mensen
uitoefenen op ontwikkeling van kind. Kent geen doel
Van Sprang ziet alleen het bedoeld uitoefenen van invloed als
opvoeden.
Opvoedeling is iemand in een afhankelijkheidsrelatie, hoeft niet perse kind
te zijn.
Westerse opvoeding -> gericht op kind helpen mondig te worden = in
staat tot bekwaam, moreel en betrouwbaar deelnemen aan de
samenleving en zelfvorming
Opvoeden volgens Kok
- Niet iedereen kan opgevoed worden
- Opvoeden is functioneel proces
- Geen sprake van einddoelen (bv: als doel zelfstandigheid -> zou
betekenen dat je verstandelijk beperkten niet kan opvoeden)
, - Doel van opvoedend handelen is procesoptimalisering
- Zowel kind- als ouderperspectief is belangrijk. Als perspectief
afwezig -> professionele hulp nodig
- Persoonlijke relatie en stimuleren/optimaliseren van groei en kansen
belangrijk
Tip
Kok splitste ontwikkeling in:
- affectief = sociaal-emotioneel
- cognitief = informatieverwerking
- conatief = persoonlijkheid ontplooien
Kok beschrijft 1e, 2e, en 3e graads strategieën mbt interventie
- Eerstegraadsstrategie = niet als interventie gezien.
Relatie met kind, klimaat, situatiehantering.
bv: docent ontwikkelt prettig werkklimaat in klas, kiest
ervoor om 2 adhd kids niet naast elkaar te zetten
- Tweedegraadsstrategie = therapie en behandeling.
Specialisten betrokken
- Derdegraadsstrategie = stemt interventie op
persoonlijke eigenschappen vh kind af.
Wat is normaal?
Opvoeders handelen volgens normen.
pedagogiek stelt normen op door ethiek te vertalen naar pedagogische
opdrachten.
Norm, normaal en abnormaal worden bepaald door cultuur en tijdperk
Orthopedagogiek
Ortho = rechtzetten
Orthopedagoog zet vastgelopen opvoeding recht.
Orthopedagogiek = onderdeel vd pedagogiek, richt zich top beschrijving
van problemen met het oog om onderkenning, behandeling en preventie.
POS (de Problematische Opvoedingssituatie) = situatie die door
betrokkenen als perspectiefloos wordt ervaren en alleen met deskundige
hulp weer perspectief biedend wordt.
4 situaties van opvoedingsvragen
- gewone opvoedingssituatie
- opvoedingsspanning
- opvoedingscrisis
- opvoedingsnood / POS
,POS intern gedefinieerd vanuit personen binnen opvoedsysteem
bv: ouders realiseren dat ze niet aankunnen
POS extern gedefinieerd vanuit personen buiten opvoedsysteem
bv: via melding van docenten
Primair opvoedprobleem opvoeder kan moeilijk de pedagogische vraag
van het kind goed inschatten of benodigde opvoeding realiseren
Secundair opvoedprobleem handelingsverlegenheid van de opvoeder is
gevolg van kenmerken van kind, opvoeder of context -> vaak in
gehandicaptenzorg
Waarom gaat het mis?
-> redenen verschillen van traditie en intuïtie tot gezond verstand. Soms
ontbreken onvoorwaardelijke liefde, of psychische aandoening.
Intuïtie gaat mis als ouder en kind mismatched zijn: persoonlijkheid sluit
niet goed op elkaar aan en ouder weet niet hoe uit eigen gevoel te
reageren op kind.
Onzekerheid ouder niet genoeg vertrouwen in zijn gevoel voor
opvoeden
Crisis = verwarring in een keuzeprobleem
Intentioneel handelen = gereflecteerd op de situaties
Functioneel handelen = reflectie is afwezig. Alleen gedrag
Mentaal handelen = denken
Verhaal = metafoor voor complex van zingevingen waarin mensen hun
belevenissen plaatsen
Persoonlijk verhaal ik doe het altijd fout
Collectief verhaal wij tellen niet mee (= gezinsmythe)
, Handelen doe je in een context van een verhaal -> goed luisteren en
klachtenanalyse om aan te kunnen sluiten bij verhaal
Nieuwkomers met andere collectieve verhalen vormen een bedreiging ->
wrijving
Twee ‘ideale’ cliënten; met wie hulpverlener een klik heeft:
1. YAVIS = Young, Attractive, Verbal, Intelligent, Succesfull
2. WEIRD = Western, Educated, Industrialized, Rich, Demcratic
Denken in reflexen -> snel, instinctief, emotioneel, weinig denkkracht
weloverwogen handelen -> langzaam, logischer, veel denkkracht
Doelgroepen orthopedagogiek
- Kinderen met opvoedings- en gedragsproblemen
- Kinderen met beperkingen
- Kinderen met school- en leerproblemen
- Begaafde kinderen
College 2 – orthopedagogische werkwijze
Behandelen via theoretische modellen over problematiek en hoe te
handelen.
Orthopedagoog is ‘connector’ verbinder die over schotten heen kan
kijken en is gericht op systeem ipv enkel individu = systeembenadering
Orthopedagogiek betrek zowel directe als bredere omgeving vh kind
Verantwoord handelen = gestandaardiseerd handelen bij goed
omschreven problemen bij goed omschreven cliënten.
Protocollen = richtlijnen en afspraken hoe te handelen. Helpen bij
verantoowrd handelen. Geven theoretische onderbouwing voor ontstaan
problematiek. Geeft houvast bij behandeling, voorkomen moeilijke keuzes
Beperkingen protocollen:
- Nadruk op interventie als geheel van technieken
- Veronderstelling dat elke interventie uniek is en eigen effect heeft,
terwijl veel overlap is tussen verschillende interventies
- Relatie tussen behandelaar en cliënt (alliantie) speelt mee
- Weinig ruimte voor inbreng door de professional en de cliënt
(depersonalisatie)
- Protocol betrekking op gem. cliënt met gem. klachten -> bestaat
niet
- Weinig aandacht voor groepsdynamiek en culturele verschillen en
meervoudige (comorbide) problemen
College 1 – introductie
Model = vereenvoudigde weergave vd werkelijkheid voor bepaald
gebruiksdoel. Vaak in vorm v schema’s en figuren
Theorie = geheel van denkbeelden, hypothesen en verklaringen die in
onderlinge samenhang worden beschreven.
Opvoeden = het lichamelijk en geestelijk vormen; grootbrengen van een
persoon
Verzorgen + grootbrengen is onderdeel van pedagogiek, en het is NIET het
brengen tot zelfstandigheid -> is losstaande specifieke activiteit
Opvoeden is vorm van socialisatie = proces van inlijven van
nieuwkomers in een groepsverband en iemand vertrouwd maken met de
cultuur
Procesmodel van Belsky
-> opvoeding is geen activiteit op zichzelf: speelt veel mee.
laat zien hoe ontwikkeling tot stand komt door opvoedvaardigheden en
hoe deze vaardigheden beïnvloed worden
Langeveld mens is animal educandum = dier dat opgevoed móet
worden.
Revival = opvoedtheorie die terugkomt (soms in ander ‘jasje’ of vorm)
Diekstra en Van Hintum opvoeding omvat iedere invloed die mensen
uitoefenen op ontwikkeling van kind. Kent geen doel
Van Sprang ziet alleen het bedoeld uitoefenen van invloed als
opvoeden.
Opvoedeling is iemand in een afhankelijkheidsrelatie, hoeft niet perse kind
te zijn.
Westerse opvoeding -> gericht op kind helpen mondig te worden = in
staat tot bekwaam, moreel en betrouwbaar deelnemen aan de
samenleving en zelfvorming
Opvoeden volgens Kok
- Niet iedereen kan opgevoed worden
- Opvoeden is functioneel proces
- Geen sprake van einddoelen (bv: als doel zelfstandigheid -> zou
betekenen dat je verstandelijk beperkten niet kan opvoeden)
, - Doel van opvoedend handelen is procesoptimalisering
- Zowel kind- als ouderperspectief is belangrijk. Als perspectief
afwezig -> professionele hulp nodig
- Persoonlijke relatie en stimuleren/optimaliseren van groei en kansen
belangrijk
Tip
Kok splitste ontwikkeling in:
- affectief = sociaal-emotioneel
- cognitief = informatieverwerking
- conatief = persoonlijkheid ontplooien
Kok beschrijft 1e, 2e, en 3e graads strategieën mbt interventie
- Eerstegraadsstrategie = niet als interventie gezien.
Relatie met kind, klimaat, situatiehantering.
bv: docent ontwikkelt prettig werkklimaat in klas, kiest
ervoor om 2 adhd kids niet naast elkaar te zetten
- Tweedegraadsstrategie = therapie en behandeling.
Specialisten betrokken
- Derdegraadsstrategie = stemt interventie op
persoonlijke eigenschappen vh kind af.
Wat is normaal?
Opvoeders handelen volgens normen.
pedagogiek stelt normen op door ethiek te vertalen naar pedagogische
opdrachten.
Norm, normaal en abnormaal worden bepaald door cultuur en tijdperk
Orthopedagogiek
Ortho = rechtzetten
Orthopedagoog zet vastgelopen opvoeding recht.
Orthopedagogiek = onderdeel vd pedagogiek, richt zich top beschrijving
van problemen met het oog om onderkenning, behandeling en preventie.
POS (de Problematische Opvoedingssituatie) = situatie die door
betrokkenen als perspectiefloos wordt ervaren en alleen met deskundige
hulp weer perspectief biedend wordt.
4 situaties van opvoedingsvragen
- gewone opvoedingssituatie
- opvoedingsspanning
- opvoedingscrisis
- opvoedingsnood / POS
,POS intern gedefinieerd vanuit personen binnen opvoedsysteem
bv: ouders realiseren dat ze niet aankunnen
POS extern gedefinieerd vanuit personen buiten opvoedsysteem
bv: via melding van docenten
Primair opvoedprobleem opvoeder kan moeilijk de pedagogische vraag
van het kind goed inschatten of benodigde opvoeding realiseren
Secundair opvoedprobleem handelingsverlegenheid van de opvoeder is
gevolg van kenmerken van kind, opvoeder of context -> vaak in
gehandicaptenzorg
Waarom gaat het mis?
-> redenen verschillen van traditie en intuïtie tot gezond verstand. Soms
ontbreken onvoorwaardelijke liefde, of psychische aandoening.
Intuïtie gaat mis als ouder en kind mismatched zijn: persoonlijkheid sluit
niet goed op elkaar aan en ouder weet niet hoe uit eigen gevoel te
reageren op kind.
Onzekerheid ouder niet genoeg vertrouwen in zijn gevoel voor
opvoeden
Crisis = verwarring in een keuzeprobleem
Intentioneel handelen = gereflecteerd op de situaties
Functioneel handelen = reflectie is afwezig. Alleen gedrag
Mentaal handelen = denken
Verhaal = metafoor voor complex van zingevingen waarin mensen hun
belevenissen plaatsen
Persoonlijk verhaal ik doe het altijd fout
Collectief verhaal wij tellen niet mee (= gezinsmythe)
, Handelen doe je in een context van een verhaal -> goed luisteren en
klachtenanalyse om aan te kunnen sluiten bij verhaal
Nieuwkomers met andere collectieve verhalen vormen een bedreiging ->
wrijving
Twee ‘ideale’ cliënten; met wie hulpverlener een klik heeft:
1. YAVIS = Young, Attractive, Verbal, Intelligent, Succesfull
2. WEIRD = Western, Educated, Industrialized, Rich, Demcratic
Denken in reflexen -> snel, instinctief, emotioneel, weinig denkkracht
weloverwogen handelen -> langzaam, logischer, veel denkkracht
Doelgroepen orthopedagogiek
- Kinderen met opvoedings- en gedragsproblemen
- Kinderen met beperkingen
- Kinderen met school- en leerproblemen
- Begaafde kinderen
College 2 – orthopedagogische werkwijze
Behandelen via theoretische modellen over problematiek en hoe te
handelen.
Orthopedagoog is ‘connector’ verbinder die over schotten heen kan
kijken en is gericht op systeem ipv enkel individu = systeembenadering
Orthopedagogiek betrek zowel directe als bredere omgeving vh kind
Verantwoord handelen = gestandaardiseerd handelen bij goed
omschreven problemen bij goed omschreven cliënten.
Protocollen = richtlijnen en afspraken hoe te handelen. Helpen bij
verantoowrd handelen. Geven theoretische onderbouwing voor ontstaan
problematiek. Geeft houvast bij behandeling, voorkomen moeilijke keuzes
Beperkingen protocollen:
- Nadruk op interventie als geheel van technieken
- Veronderstelling dat elke interventie uniek is en eigen effect heeft,
terwijl veel overlap is tussen verschillende interventies
- Relatie tussen behandelaar en cliënt (alliantie) speelt mee
- Weinig ruimte voor inbreng door de professional en de cliënt
(depersonalisatie)
- Protocol betrekking op gem. cliënt met gem. klachten -> bestaat
niet
- Weinig aandacht voor groepsdynamiek en culturele verschillen en
meervoudige (comorbide) problemen