• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 66 pagina's
Samenvatting

Literatuursamenvatting Inleiding Onderwijswetenschappen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 66 pagina's

Literatuursamenvatting voor College 2 van Inleiding Onderwijswetenschappen aan Radboud Universiteit, gericht op behavioristische opvattingen over leren. Het document behandelt klassieke conditionering (Pavlov), operante conditionering (Skinner), bekrachtigingsschema's, en effectieve instructieverstrekking met praktische voorbeelden. Deze samenvatting helpt bij het begrijpen van kernconcepten zoals contiguïteit, bekrachtiging, straf, en stimulus controle - essentieel voor tentamenvoorbereiding en het uitvoeringsonderwijs. Ik heb met deze samenvatting het vak afgerond met een 6,5.

Voorbeeld van de inhoud

Literatuursamenvatting Inleiding Onderwijswetenschappen

College 2:

Hoofdstuk 1 – behavioristische opvattingen over leren

Leren vindt plaats wanneer ervaringen (ook oefening) een relatief
permanente verandering teweegbrengt in kennis, gedrag of potentieel
gedrag van een individu. Dit hoofdstuk bespreekt gedragsleertheorieën.
Deze theorieën stellen over het algemeen dat de uitkomst van leren een
verandering in het gedrag is.

Onderzoek naar de relatie tussen leren en de hersenen heeft uitgewezen
dat bepaalde onderdelen van het cerebellum geassocieerd worden met
het aanleren van reflexen (om bijv. pijn te vermijden).

Het begrip contiguïteit betekent dat wanneer twee of meer zaken vaak
genoeg met elkaar voorkomen, zij automatisch met elkaar geassocieerd
worden en een rechtstreekse samenhang vormen. Later, wanneer een van
de stimuli optreedt, dan wordt het andere automatisch herinnerd
(reactie). Contiguïteit speelt een grote rol in het leerproces van klassieke
conditionering, waarbij focus ligt op het leren van onvrijwillige
emotionele of fysieke responsen, zoals angst of zweten.

Klassieke conditionering is voor het eerst ontdekt door een experiment
van Pavlov met een hond. Eerst was er sprake van ongeconditioneerde
stimulus/respons, maar later van een geconditioneerde
stimulus/respons.

Het leerproces dat gekoppeld is aan operante gedragingen, wordt
operante conditionering genoemd, geïntroduceerd door Skinner. Zijn
uitgangspunt was dat klassieke conditionering maar een klein deel van het
menselijk aangeleerd gedrag verklaart. Gedrag wordt geconceptualiseerd
door twee omgevingsfactoren: de antecedenten (wat voorafgaat aan
bepaald gedrag) en de consequenties (de gevolgen van bepaald
gedrag). Dit wordt ook wel een A-B-C relatie genoemd (antecedent –
behaviour – consequence).

Volgens de visie van de gedragsleer bepalen consequenties voor een groot
deel of een persoon bepaald gedrag zal herhalen of niet. Het type en de
timing van de consequenties kunnen gedrag bekrachtigen of afzwakken.

Een bekrachtiger is een consequentie die bepaald gedrag versterkt in
duur of frequentie. We kennen twee typen bekrachtiging. Positieve
bekrachtiging vindt plaats wanneer het gedrag een nieuwe stimulus
produceert, dus wordt een fijne stimulus toegevoegd, die nieuw gewenst
gedrag zal uitlokken. Bijv. complimenten over een nieuwe outfit.
Negatieve bekrachtiging vindt plaats wanneer de consequentie ervoor

,zorgt dat een stimulus wordt verwijderd, waardoor nieuw gewenst gedrag
wordt uitgelokt. Bijv. piepen van de auto als je geen riem omdoet. In de
toekomst is de kans groter dat de riem omgedaan wordt, omdat het de
negatieve stimulus wegneemt.

Straffen wordt vaak verward met negatieve bekrachtiging. Echter heeft
straffen het doel om bepaald gedrag te verminderen of onderdrukken,
terwijl zowel positieve als negatieve bekrachtiging als doel hebben om
bepaald gedrag te versterken. Ook straf kent twee types: presentation
punishment en removal punishment.




Er zijn verschillende reinforcement schedules (bekrachtigingsschema’s)
te onderscheiden. Een continuous reinforcement schedule houdt in
dat een individu voor iedere correcte respons beloond wordt bij het
aanleren van nieuw gedrag. Wanneer het gedrag eenmaal is aangeleerd, is
de beste manier om de vaardigheden te behouden een intermittent
reinforcement schedule, waarbij het individu met tussenpozen beloond
wordt en dus niet iedere keer. Dit type kent twee types: interval en ratio
(hoeveelheid of tijd).

Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen fixed en variable. Een fixed-
interval schema geeft bekrachtiging na een vastgestelde tijd. Een fixed-
ratio schema is gebaseerd op een vaste hoeveelheid responsen, die
wordt gegeven voordat bekrachtiging plaatsvindt. Het nadeel van deze
twee type schema’s is dat ze voorspelbaar zijn en voor
doorzettingsvemogen in prestaties is juist onvoorspelbaar van belang. In
dit geval is het dus beter om gebruik te maken van variable-interval
schema’s en variable-ratio schema’s. Bij deze schema’s varieert de
tijd (variable-interval) of de hoeveelheid responsen (variable-ratio)
tussen bekrachtigingen in. Hierdoor blijft het onvoorspelbaar wanneer de
bekrachtiging plaatsvindt.

,Wanneer bij de operante conditionering de bekrachtiging lang genoeg
wegblijft, zal het gedrag ook niet meer plaatsvinden. Dit heet extinction
(het gedrag ‘sterft uit’).

In de operante conditionering geven antecedenten informatie over welke
gedragingen zullen leiden tot positieve/negatieve consequenties. Dit zorgt
voor stimulus controle, oftewel dat mensen automatisch een bepaald
soort gedrag gaan vertonen als ze een bepaalde stimulus zien.

Effectieve instructieverstrekking (EID):
Een van de manieren om positieve responsen bij studenten te bevorderen
is de manier waarop instructies gegeven worden. Deze moeten helder en
specifiek zijn.

Cueing:
Cueing houdt in dat een antecedent stimulus wordt aangeboden, vlak
voordat bepaald gedrag moet plaatsvinden. Dit is met name zinvol bij
gedragingen die op een bepaald moment moeten worden gedaan of af
moeten zijn, maar die gemakkelijk worden vergeten.

Prompting:
Soms hebben leerlingen hulp nodig om te leren reageren op een cue. Een
manier om dit te doen is het toevoegen van een extra cue. Dit heet een
prompt. Prompting is het uitlokken van bepaald gedrag, door het
toevoegen van een extra stimulus.




Applied behavioral analysis (toegepaste gedragsanalyse) is een
methode om gedrag te veranderen door de toepassing van gedragsleer
principes. Bij deze methode wordt vaak gebruik gemaakt van een ABAB-
design. Dan wordt een nulmeting gedaan van het te veranderen gedrag
(A), vervolgens wordt de interventie toegepast (B), daarna wordt de
interventie gestopt om te controleren of het gedrag weer teruggaat naar
de nulmeting (A) en tot slot wordt de interventie geherintroduceerd (B).

Methoden om gedrag te stimuleren:

Bekrachtiging met aandacht van de leraar:
Deze methode bestaat uit dat de leraar goed gedrag aanmoedigt en
aandacht geeft, terwijl negatief of irrelevant gedrag wordt genegeerd
(praise-and-ignore aanpak). Om deze methode effectief te gebruiken moet
de leraar specifieke en geloofwaardige complimenten geven over het
positieve gedrag.

, Het selecteren van bekrachtigers: het Premack-principe:
Het Premack principe baseert zich op het gebruiken van een activiteit die
de voorkeur heeft bij leerlingen (high-frequency behavior) als
bekrachtiger voor een activiteit die niet de voorkeur heeft (low-
frequency behavior). Eerst doe jij iets wat ik wil (huiswerk maken), dan
mag jij iets doen wat jij wil (spelen).




Shaping:
Wanneer studenten geen bekrachtiging krijgen, ondanks hun inzet, is de
kans groot dat ze het vak niet meer leuk vinden. Dit kan worden
voorkomen doormiddel van shaping (succesive approximations).
Shaping houdt in dat bekrachtiging plaatsvindt bij vooruitgang in plaats
van bij het wachten tot perfectie. Een van deze aanpakken heet
taakanalyse. Als eerst wordt het einddoel uitgelegd en vervolgens de
tussenstappen die genomen moeten worden om het einddoel te bereiken.
Shaping kost wel veel tijd, dus als het mogelijk is om doormiddel van
kortere processen (zoals cueing) het gewenste gedrag te bereiken, heeft
dat de voorkeur.

Positive practice:
Bij positive practice wordt een fout of ongewenste gedraging niet
gevolgd door straf, maar door de verbetering van de leerling zelf door het
gewenste gedrag te laten zien. De regel is dat het meest vertoonde
gedrag steeds automatischer wordt, waardoor het dus belangrijk is om
correct gedrag uit te voeren.




Klassenmanagementsystemen:

Documentinformatie

Geüpload op
21 september 2026
Aantal pagina's
66
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,48

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
8
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen