HOOFDSTUK 10: COGNITIE
HONDEN EN KATTEN EN EEN VOORUITZIEND PSYCHOLOOG
Enkele bekende namen in de leerpsychologie:
● Ivan Pavlov: pavloviaanse/klassieke conditionering
○ Bepaalde reflexen lokken bij honden bij bepaalde geuren/smaken
speekselafscheiding uit
○ Na verloop van tijd lokken ook prikkels die voeden voorafgaan deze
speekselafscheiding uit (vb. Labojas van proefleider die eten geeft) =
aangeleerde anticipatoire reflexen
● Edward Thorndike: operante conditionering
○ Katten in puzzle box (willekeurige gedragingen worden bekrachtigd en leiden tot
toename/afname in gedrag met als doel ontsnappen)
○ Bekrachtigende (belonende/bestraffende) prikkel wordt gekoppeld aan gedraging
○ Organisme past zich in functie hiervan aan: bestraft gedrag neemt af, beloond
gedrag neemt toe = law of effect
● Donald O. Hebb: model van synaptische plasticiteit
○ Als we leren wordt informatie vastgelegd in cortex van onze grote hersenen; niet
gelokaliseerd, maar verspreid over diffuus cellulair netwerk
○ Repetitieve, simultane activiteit van verbonden zenuwcellen zetten metabole-
/groeiprocessen in gang synaptische verbinding versterkt tussen cellen
○ Verklaring voor leren en kneedbaarheid van cerebrale cortex onder invloed van
omgevingsprikkels
■ + Verklaring van het vermogen van het ZNS om info op te slaan in
synaptische netwerken
PLASTICITEIT IN VOLGROEIDE ZENUWSTELSEL
1
,Ontwikkeling zenuwstelsel1 = plastisch proces; waarbij ongedifferentieerde stamcellen migreren
en uitgroeien tot zenuwcellen, die uitlopers zullen vormen & contact zullen maken met andere
cellen.
- Het gebeurt in interactie tussen genetische info invloed uit omgeving; vooral
omgeving blijkt heel grote rol te spelen: bepaald complexe structuur van volwassen ZNS
[heeft invloed op ieder niveau: van microniveau (elke seconde van leven van individu)
tot maatschappelijk niveau]
Processen van synaptische plasticiteit en neurogenese zorgen ervoor dat hersenen continu
blijven veranderen neuroplasticiteit2
● Cruciaal om informatie op te slaan, nieuwe vaardigheden aan te leren
● Volgroeide zenuwcellen (vb. in thalamus) hebben vermogen om nieuwe uitlopers te
vormen
○ ZS kinderen meest kneedbaar, maar bij ouderen ook nog
○ Bijleren, herstel na hersenbloedingen, …
○ Vb. na amputatie duim: thalamische neuronen herorganiseren zich; neuronen die
eerst sensorische info doorgaven over nu geamputeerde duim, vormen nieuwe
uitlopers en synapsen en geven info door over andere vingers
○ Vb. na beroerte nemen worden bepaalde hersendelen onomkeerbaar
beschadigd, maar nemen resterende hersengebieden de functies over ⭆
revalidatie stimuleert optimaal gebruik van plasticiteit van hersenen
1 Differentiatie van cellen, migreren en uitgroeien, axonuitlopers maken contacten en vinden juiste
doelwit, overtollige contacten geëlimineerd, nieuwe cellen en contacten bijgemaakt bij schade, ...
2 ⭤ Tegengesteld met het Denken van vroeger: ‘verbindingen hersencellen komen vroeg tot stand en
blijven onveranderd’, ‘in eenmaal volgroeid zenuwstelsel komen geen nieuwe cellen meer bij’ (nu
weerlegd)
2
, ○ Vormt basis van vermogen tot cognitieve en motorische revalidatie,
farmacologische en psychotherapeutische behandeling (in essentie hangt het
dus af van de plasticiteit van de hersenen)
COGNITIE, LEREN EN GEHEUGEN
Begrippen:
Cognitie = hersenprocessen die te maken hebben met verwerven en gebruiken van kennis
Vindt voor grootste deel plaats in associatieve gebieden van cortex (frontaal, pariëtaal
en temporaal)3
❖ Kennis verworven via zintuiglijke waarneming, opgeslagen en verwerkt in geheugen
Denkprocessen vereisen kennis
Kennis = belangrijk om gedrag te sturen + aan te passen aan omgeving
Leren = proces waarbij gedrag verandert in functie van ervaring en kennis
Geheugen = proces dat zorgt voor opslag en reproductie van geleerde informatie
❖ Geheugen is noodzakelijke voorwaarde voor leren
❖ Cognitieve stoornis = onvermogen om te leren (door vb. geheugenproblemen)
Associatief leren4 = in verband leren brengen van verschillende elementen/gebeurtenissen
❖ Klassieke conditionering = in verband brengen van 2 prikkels
❖ Operante conditionering = in verband brengen stimulus en respons
Conditioneringsprincipes vormen de basis van gedragstherapie (vb. Elimineren van
ongewenst gedrag/emoties)
Geheugenmodel van Atkinson en Shiffrin
Opbouw:
● Sensorieel register: hier komt info binnen, voor zeer korte tijd vastgehouden, indien
voldoende aandacht aan besteed overgang naar werkgeheugen
● Werkgeheugen, kortetermijngeheugen
3 Het grootste deel van de hersenschors wordt gerekend tot de associatiecortex
4 Bestaan meerdere vormen van, maar deze wordt vaak gebruikt in OZ naar leerprocessen
3