,
,1. Loonbelasting
1.1 Dienstbetrekking
1.1.1 Privaatrechtelijke dienstbetrekking
Arbeidsovereenkomst: arbeid + loon + gezag → dienstbetrekking → loonheffing.
1.1.2 Publiekrechtelijke dienstbetrekking
Publiekrechtelijke rechtsverhouding → werknemer → loonheffing.
1.1.3 Fictieve dienstbetrekking
Geen echte arbeidsovereenkomst, maar wettelijke gelijkstelling → loonheffing.
1.1.4 Oneigenlijke dienstbetrekking
Geen eigen arbeidsrelatie, maar fiscaal toch behandeling als werknemer.
1.1.5 Huispersoneel
Bij dienstverlening aan huis gelden bijzondere regels; loonbelasting en werknemersverzekeringen kunnen
verschillend uitpakken.
1.1.6 Tegenwoordige en vroegere dienstbetrekking
Tegenwoordig: loon wegens actuele arbeid.
Vroeger: inkomen uit beëindigde dienstbetrekking, zoals pensioen.
1.2 Inhoudingsplichtige
1.2.1 Inhoudingsplicht bij echte dienstbetrekkingen
Werkgever houdt loonbelasting in en draagt deze af.
1.2.2 Inhoudingsplicht bij fictieve dienstbetrekkingen
Wettelijke fictie → inhoudingsplicht volgens de specifieke regeling.
1.2.3 Geen inhoudingsplicht
Niet iedere arbeidsrelatie leidt tot inhoudingsplicht. De beoordeling kan per loonheffing verschillen.
1.2.4 Samenhangende groep inhoudingsplichtigen
Verbonden ondernemingen kunnen onder voorwaarden gezamenlijk als inhoudingsplichtige worden behandeld
→ administratieve vereenvoudiging.
Proces:
werknemer → brutoloon → inhouding → aangifte → afdracht → nettoloon.
1.3 Loon
1.3.1 Belastbaar loon
Voordeel uit dienstbetrekking → loon → vrijstelling/uitzondering toepassen → belastbaar loon.
1.3.2 Loon
Ruim begrip: geld, natura, aanspraken en andere voordelen uit dienstbetrekking.
1.3.3 Tabelloon
, Loon waarop de loonbelastingtabellen worden toegepast.
1.3.4 Loon in geld
Salaris, bonus, vakantiegeld, provisie e.d.
1.3.5 Loon in natura
Niet-geldelijk voordeel → waardering volgens fiscale regels → loon.
1.3.6 Aanspraken
Recht op toekomstige uitkering/verstrekking. Onder voorwaarden geldt de omkeerregel: niet direct heffen,
maar bij latere uitkering.
1.3.7 Fooien
Fooien behoren in beginsel tot het loon van de werknemer.
1.3.8 Auto van de zaak
Privégebruik leidt in beginsel tot bijtelling.
Geen bijtelling: aantoonbaar maximaal 500 privékilometers per jaar.
Voor 2026 geldt voor bepaalde elektrische auto's een verlaagd percentage van 18% tot €30.000
cataloguswaarde en 22% over het meerdere.
Voorbeeld:
€30.000 × 18% + €20.000 × 22% = €9.800 bijtelling.
1.3.9 Fiets van de zaak
Privégebruik → 7% × adviesprijs belastbaar voordeel.
1.3.10 Aandelenoptierechten
Optierecht uit dienstbetrekking → loon. Heffingsmoment wordt bepaald door de wettelijke regels rond
verhandelbaarheid, vervreemding en uitoefening.
1.3.11 Gebruikelijk loon
Voor een werknemer met een aanmerkelijk belang geldt in 2026:
Gebruikelijk loon = hoogste van:
1. loon meest vergelijkbare dienstbetrekking;
2. loon meestverdienende werknemer;
3. €58.000.
Voorbeeld: €72.000 / €65.000 / €58.000 → gebruikelijk loon = €72.000.
Kernschema
Dienstbetrekking → inhoudingsplicht → loon → waardering → vrijstelling → belastbaar loon →
loonheffing.
Begrip Kern
Privaatrechtelijk arbeid + loon + gezag
,1. Loonbelasting
1.1 Dienstbetrekking
1.1.1 Privaatrechtelijke dienstbetrekking
Arbeidsovereenkomst: arbeid + loon + gezag → dienstbetrekking → loonheffing.
1.1.2 Publiekrechtelijke dienstbetrekking
Publiekrechtelijke rechtsverhouding → werknemer → loonheffing.
1.1.3 Fictieve dienstbetrekking
Geen echte arbeidsovereenkomst, maar wettelijke gelijkstelling → loonheffing.
1.1.4 Oneigenlijke dienstbetrekking
Geen eigen arbeidsrelatie, maar fiscaal toch behandeling als werknemer.
1.1.5 Huispersoneel
Bij dienstverlening aan huis gelden bijzondere regels; loonbelasting en werknemersverzekeringen kunnen
verschillend uitpakken.
1.1.6 Tegenwoordige en vroegere dienstbetrekking
Tegenwoordig: loon wegens actuele arbeid.
Vroeger: inkomen uit beëindigde dienstbetrekking, zoals pensioen.
1.2 Inhoudingsplichtige
1.2.1 Inhoudingsplicht bij echte dienstbetrekkingen
Werkgever houdt loonbelasting in en draagt deze af.
1.2.2 Inhoudingsplicht bij fictieve dienstbetrekkingen
Wettelijke fictie → inhoudingsplicht volgens de specifieke regeling.
1.2.3 Geen inhoudingsplicht
Niet iedere arbeidsrelatie leidt tot inhoudingsplicht. De beoordeling kan per loonheffing verschillen.
1.2.4 Samenhangende groep inhoudingsplichtigen
Verbonden ondernemingen kunnen onder voorwaarden gezamenlijk als inhoudingsplichtige worden behandeld
→ administratieve vereenvoudiging.
Proces:
werknemer → brutoloon → inhouding → aangifte → afdracht → nettoloon.
1.3 Loon
1.3.1 Belastbaar loon
Voordeel uit dienstbetrekking → loon → vrijstelling/uitzondering toepassen → belastbaar loon.
1.3.2 Loon
Ruim begrip: geld, natura, aanspraken en andere voordelen uit dienstbetrekking.
1.3.3 Tabelloon
, Loon waarop de loonbelastingtabellen worden toegepast.
1.3.4 Loon in geld
Salaris, bonus, vakantiegeld, provisie e.d.
1.3.5 Loon in natura
Niet-geldelijk voordeel → waardering volgens fiscale regels → loon.
1.3.6 Aanspraken
Recht op toekomstige uitkering/verstrekking. Onder voorwaarden geldt de omkeerregel: niet direct heffen,
maar bij latere uitkering.
1.3.7 Fooien
Fooien behoren in beginsel tot het loon van de werknemer.
1.3.8 Auto van de zaak
Privégebruik leidt in beginsel tot bijtelling.
Geen bijtelling: aantoonbaar maximaal 500 privékilometers per jaar.
Voor 2026 geldt voor bepaalde elektrische auto's een verlaagd percentage van 18% tot €30.000
cataloguswaarde en 22% over het meerdere.
Voorbeeld:
€30.000 × 18% + €20.000 × 22% = €9.800 bijtelling.
1.3.9 Fiets van de zaak
Privégebruik → 7% × adviesprijs belastbaar voordeel.
1.3.10 Aandelenoptierechten
Optierecht uit dienstbetrekking → loon. Heffingsmoment wordt bepaald door de wettelijke regels rond
verhandelbaarheid, vervreemding en uitoefening.
1.3.11 Gebruikelijk loon
Voor een werknemer met een aanmerkelijk belang geldt in 2026:
Gebruikelijk loon = hoogste van:
1. loon meest vergelijkbare dienstbetrekking;
2. loon meestverdienende werknemer;
3. €58.000.
Voorbeeld: €72.000 / €65.000 / €58.000 → gebruikelijk loon = €72.000.
Kernschema
Dienstbetrekking → inhoudingsplicht → loon → waardering → vrijstelling → belastbaar loon →
loonheffing.
Begrip Kern
Privaatrechtelijk arbeid + loon + gezag