Vraag 1
Welke vroege wetenschapper wordt geassocieerd met het meten van de snelheid van
zenuwimpulsen en leverde belangrijke inzichten op het gebied van zien en horen?
A) Wilhelm Wundt
B) Hermann von Helmholtz
C) Fransiscus Donders
D) William James Vraag 2
Welke Nederlandse onderzoeker gebruikte de methode van 'mentale chronometrie' om
de tijd van mentale processen te meten met behulp van reactietijden?
A) Fransiscus Donders
B) Herman Ebbinghaus
C) Geert Hofstede
D) Edward Tolman Vraag 3
De theorie dat complex gedrag en perceptie niet slechts de som van hun componenten
zijn, is een kernidee van welke psychologische stroming?
A) Structuralisme
B) Behaviorisme
C) Gestaltpsychologie
D) Psychoanalyse Vraag 4
In het biopsychosociale model interacteren biologische, psychologische en sociale
factoren met elkaar. Welke van de volgende beweringen is een voorbeeld van zo'n
interactie, zoals aangetoond in de studie van Caspi et al. (2002)?
A) Mensen in een individualistische cultuur vertonen meer agressie dan in een
collectivistische cultuur.
B) Kinderen met een defect MAOA-gen vertonen alleen later agressief gedrag als ze ook
slachtoffer zijn geweest van kindermishandeling.
C) De snelheid van informatieverwerking in het brein is afhankelijk van de grootte van de
sociale groep waartoe iemand behoort.
D) Mannen kunnen in het algemeen beter kaartlezen dan vrouwen door een combinatie
van evolutie en scholing. Vraag 5
, Een onderzoeker wil weten of het spelen van gewelddadige videogames leidt tot meer
agressief gedrag. Hij laat één groep een uur lang een gewelddadige game spelen en de
andere groep een uur lang een neutrale game, waarna hij de agressie bij beide groepen
meet. Welke onderzoeksmethode gebruikt hij?
A) Descriptief onderzoek
B) Correlatieonderzoek
C) Experimenteel onderzoek
D) Een gevalsstudie Vraag 6
Een groot probleem bij correlatieonderzoek is dat je vaak niet kunt vaststellen wat
oorzaak is en wat gevolg, of dat er een andere variabele meespeelt. Hoe wordt zo'n
derde, onderliggende factor ook wel genoemd?
A) Een onafhankelijke variabele
B) Een confound
C) Een afhankelijke variabele
D) Een controle variabele Vraag 7
Volgens het hoofdstuk over gewaarwording en waarneming, wat is de juiste beschrijving
van gewaarwording (sensatie)?
A) Het interpreteren en begrijpen van binnenkomende informatie in de hersenen.
B) Het vertalen van fysische stimulatie naar neurale signalen.
C) Het samenvoegen van elementen in een primaire schets volgens Gestaltprincipes.
D) Het verwerken van top-down informatie om verwachtingen te creëren. Vraag 8
Wat is de 'fovea' in het menselijk oog?
A) De plek op de retina waar de oogzenuw het oog verlaat, resulterend in de blinde vlek.
B) Een gebied van ongeveer 4 graden op de retina dat kegeltjes bevat en waarmee je het
scherpst ziet.
C) De spier rond de lens die zorgt voor accommodatie (scherpstellen voor dichtbij of
veraf).
D) Het buitenste, doorzichtige vlies dat zorgt voor 80% van de lichtbreking. Vraag 9
In de retina zijn de receptieve velden van ganglioncellen georganiseerd in een specifieke
structuur (bijv. centerON/surroundOFF). Waar is deze organisatie, die het vuren van
neuronen beïnvloedt door lichtverdeling, primair verantwoordelijk voor?
Welke vroege wetenschapper wordt geassocieerd met het meten van de snelheid van
zenuwimpulsen en leverde belangrijke inzichten op het gebied van zien en horen?
A) Wilhelm Wundt
B) Hermann von Helmholtz
C) Fransiscus Donders
D) William James Vraag 2
Welke Nederlandse onderzoeker gebruikte de methode van 'mentale chronometrie' om
de tijd van mentale processen te meten met behulp van reactietijden?
A) Fransiscus Donders
B) Herman Ebbinghaus
C) Geert Hofstede
D) Edward Tolman Vraag 3
De theorie dat complex gedrag en perceptie niet slechts de som van hun componenten
zijn, is een kernidee van welke psychologische stroming?
A) Structuralisme
B) Behaviorisme
C) Gestaltpsychologie
D) Psychoanalyse Vraag 4
In het biopsychosociale model interacteren biologische, psychologische en sociale
factoren met elkaar. Welke van de volgende beweringen is een voorbeeld van zo'n
interactie, zoals aangetoond in de studie van Caspi et al. (2002)?
A) Mensen in een individualistische cultuur vertonen meer agressie dan in een
collectivistische cultuur.
B) Kinderen met een defect MAOA-gen vertonen alleen later agressief gedrag als ze ook
slachtoffer zijn geweest van kindermishandeling.
C) De snelheid van informatieverwerking in het brein is afhankelijk van de grootte van de
sociale groep waartoe iemand behoort.
D) Mannen kunnen in het algemeen beter kaartlezen dan vrouwen door een combinatie
van evolutie en scholing. Vraag 5
, Een onderzoeker wil weten of het spelen van gewelddadige videogames leidt tot meer
agressief gedrag. Hij laat één groep een uur lang een gewelddadige game spelen en de
andere groep een uur lang een neutrale game, waarna hij de agressie bij beide groepen
meet. Welke onderzoeksmethode gebruikt hij?
A) Descriptief onderzoek
B) Correlatieonderzoek
C) Experimenteel onderzoek
D) Een gevalsstudie Vraag 6
Een groot probleem bij correlatieonderzoek is dat je vaak niet kunt vaststellen wat
oorzaak is en wat gevolg, of dat er een andere variabele meespeelt. Hoe wordt zo'n
derde, onderliggende factor ook wel genoemd?
A) Een onafhankelijke variabele
B) Een confound
C) Een afhankelijke variabele
D) Een controle variabele Vraag 7
Volgens het hoofdstuk over gewaarwording en waarneming, wat is de juiste beschrijving
van gewaarwording (sensatie)?
A) Het interpreteren en begrijpen van binnenkomende informatie in de hersenen.
B) Het vertalen van fysische stimulatie naar neurale signalen.
C) Het samenvoegen van elementen in een primaire schets volgens Gestaltprincipes.
D) Het verwerken van top-down informatie om verwachtingen te creëren. Vraag 8
Wat is de 'fovea' in het menselijk oog?
A) De plek op de retina waar de oogzenuw het oog verlaat, resulterend in de blinde vlek.
B) Een gebied van ongeveer 4 graden op de retina dat kegeltjes bevat en waarmee je het
scherpst ziet.
C) De spier rond de lens die zorgt voor accommodatie (scherpstellen voor dichtbij of
veraf).
D) Het buitenste, doorzichtige vlies dat zorgt voor 80% van de lichtbreking. Vraag 9
In de retina zijn de receptieve velden van ganglioncellen georganiseerd in een specifieke
structuur (bijv. centerON/surroundOFF). Waar is deze organisatie, die het vuren van
neuronen beïnvloedt door lichtverdeling, primair verantwoordelijk voor?