• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 51 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Economie E08C6A | Biomedische wetenschappen | KU Leuven | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 51 pagina's

Volledige en overzichtelijke samenvatting van het vak Economie aan KU Leuven, gericht op studenten Biomedische Wetenschappen. Deze samenvatting van 51 pagina's behandelt alle 6 modules van het vak en bundelt de belangrijkste theoretische concepten, formules, grafieken en uitgewerkte voorbeelden in één gestructureerd document. • Module 1: Speltheorie en productie • Module 2: Vraag, aanbod en prijsvorming • Module 3: Elasticiteiten • Module 4: Overheidsingrijpen • Module 5: Welvaartseconomie, publieke goederen en externe effecten • Module 6: Verdeling en herverdeling ----------------------------------------------------------- • Alle 6 modules gebundeld in één document. • Duidelijke uitleg van de belangrijkste economische begrippen. • Overzichtelijke grafieken, formules en uitgewerkte rekenvoorbeelden. • Extra examentips en aandachtspunten bij de leerstof. • Ideaal om de leerstof efficiënt te herhalen en je voor te bereiden op het examen.

Voorbeeld van de inhoud

ECONOMIE
Samenvatting: Module 1: Speltheorie en productie


1. Wat is speltheorie?
● Speltheorie tracht het gedrag van spelers te voorspellen in situaties met strategische interactie: de
beslissing van de ene speler heeft gevolgen voor de andere(n).
● Een spel bestaat uit spelers, die elk een strategie kiezen om een zo goed mogelijk resultaat (payoff)
te bereiken.
● Belangrijkste assumpties: iedereen kent de spelregels, spelers zijn rationeel (handelen volgens hun
voorkeuren) en veronderstellen dat andere spelers ook rationeel zijn.
● Een spel kan simultaan zijn (spelers kiezen tegelijk, zonder de keuze van de ander te kennen) of
sequentieel (de ene speler reageert op de zichtbare keuze van de andere). In de praktijk is sequentieel
spelen het meest logisch, al komt simultaan ook voor (bv. bij onomkeerbare investeringsbeslissingen).
● Conventie in de resultatenmatrix (ook op het examen): de eerste waarde in elke cel is de payoff van
de rijspeler (links/onder weergegeven), de tweede waarde is de payoff van de kolomspeler (bovenaan
weergegeven).

2. Het gevangenendilemma & dominante strategie
Examentip: Ken het gevangenendilemma-voorbeeld goed uit je hoofd => dit type redenering (rij per rij,
kolom per kolom nagaan) wordt letterlijk zo gevraagd.
Twee verdachten van een gewapende overval worden apart ondervraagd. Er is voldoende bewijs voor
wapenbezit, maar niet voor de overval zelf. Elk kan bekennen of ontkennen.

Gevangene 2: ontkent Gevangene 2: bekent
Gevangene 1: ontkent 2 jaar, 2 jaar 10 jaar, 1 jaar
Gevangene 1: bekent 1 jaar, 10 jaar 8 jaar, 8 jaar


● Een dominante strategie is een strategie die voor een speler altijd het beste resultaat oplevert,
ongeacht wat de andere speler doet.
● Voor elke gevangene is bekennen de dominante strategie: of de ander nu ontkent (1 jaar i.p.v. 2) of
bekent (8 jaar i.p.v. 10), bekennen is altijd beter.
● Als beide spelers een dominante strategie hebben, is de combinatie van die strategieën de verwachte
uitkomst dit noemen we het evenwicht in dominante strategieën.
● De verwachte uitkomst (bekennen-bekennen, 8-8 jaar) is echter niet de beste gezamenlijke uitkomst,
samen ontkennen (2-2 jaar, de coöperatieve uitkomst) zou beter zijn, maar is niet stabiel: elke speler
heeft een prikkel om de afspraak te verbreken.
● Kernles: het nastreven van individueel belang leidt niet noodzakelijk tot de beste gezamenlijke
uitkomst.
● Een dominante strategie bestaat niet altijd: het kan dat geen enkele, één, of beide spelers een
dominante strategie hebben.

3. Nash-evenwicht
Examentip: Zeer belangrijk: een evenwicht in dominante strategieën is altijd een Nash-evenwicht, maar
een Nash-evenwicht is niet altijd een evenwicht in dominante strategieën. Dit soort juist/fout-uitspraak
wordt letterlijk bevraagd.

, ● Een Nash-evenwicht is een combinatie van strategieën waarbij geen enkele speler er baat bij heeft
om eenzijdig af te wijken, gegeven de strategie van de andere speler.
● Het aantal Nash-evenwichten in een spel kan 0, 1, of meerdere zijn.
● Voorbeeld: Battle of the Sexes: een koppel wil samen uitgaan, hij verkiest voetbal, zij cinema, maar
samen zijn is belangrijker dan de eigen voorkeur. Er zijn hier geen dominante strategieën (de beste
keuze hangt af van wat de ander kiest), maar wel twee Nash-evenwichten: beide naar voetbal, of
beide naar cinema.
● Methode om Nash-evenwichten te vinden: ga voor elke gegeven strategie van de ene speler na wat de
optimale reactie van de andere speler is (rij per rij / kolom per kolom). Een cel waar beide spelers hun
optimale reactie hebben aangeduid, is een Nash-evenwicht.
● Coördinatiespel: wanneer er meerdere Nash-evenwichten zijn met een duidelijk hogere gezamenlijke
payoff (bv. beiden naar voetbal i.p.v. beiden naar bioscoop), is coördinatie minder nodig, men kiest
als vanzelf het beste evenwicht. Bij spellen zoals "links of rechts rijden" (twee gelijkwaardige
evenwichten) is coördinatie/afspraak wél cruciaal, anders kan het catastrofaal aflopen.

4. Herhaalde spelen
● Bij een eenmalig spel (zoals het klassieke gevangenendilemma) is de dominante strategie het te
verwachten resultaat, ook al is samenwerken beter voor beiden.
● Bij een herhaald spel kan samenwerking wél ontstaan, omdat een speler kan dreigen met vergelding
in latere rondes.
● Tit for tat ("vriendelijk, vraaknemend, vergevingsgezind"): begin met samenwerken; kopieer in de
volgende ronde wat de tegenstander in de vorige ronde deed; vergeef zodra de tegenstander terug
samenwerkt.
● Triggerstrategie ("vriendelijk, vraaknemend, niet vergevingsgezind"): begin met samenwerken;
zodra de tegenstander één keer niet samenwerkt, straf je vanaf dan permanent af (geen vergeving
meer).
● Een triggerstrategie werkt goed als geloofwaardige dreiging bij een (in principe) oneindig aantal
rondes.
● Bij een gekend, eindig aantal rondes valt de strategie terug via achterwaartse redenering: in de laatste
ronde loont het om niet samen te werken, dus (rationeel geredeneerd) ook in de voorlaatste ronde,
enzovoort => dit heet het "backward induction"-probleem (niet met naam te kennen, wel het
principe).

5. Het publieke-goedspel
Examentip: Ken de payoff-formule en de logica erachter => dit is de link tussen speltheorie en het latere
hoofdstuk over publieke goederen.
Elke speler i krijgt een aantal tokens en kiest hoeveel hij voor zichzelf houdt (Zᵢ) en hoeveel hij in de
groepspot steekt. De payoff-formule is:
Payoffᵢ = Zᵢ + (β / n) × (g1 + g2 + …. + gn)
● n = aantal spelers; β = een factor die aangeeft dat elke euro in de groepspot méér oplevert voor de
maatschappij dan wat erin gestoken werd (analogie met publieke goederen zoals onderwijs,
straatverlichting, defensie: elke geïnvesteerde euro levert vaak meer dan €1 op).
● Gi: T-Z; zijn de tokens die de speler i voor de groep inzet
● Als β > 1, is het collectief (maatschappelijk) rationeel om alles in de groepspot te steken: elke euro
brengt meer op voor de groep als geheel.
● Maar zolang β/n < 1 (wat bij een grote groep meestal het geval is), is het voor het individu rationeel
om alles zelf te houden: je krijgt zelf maar een fractie van elke euro terug die je bijdraagt.

, ● Dit is het kernconflict bij publieke goederen: individueel rationeel gedrag (niet bijdragen) leidt tot
een maatschappelijk suboptimale uitkomst (te weinig collectieve bijdrage), net als bij het
gevangenendilemma.
● Experimenteel resultaat: er is altijd een substantiële bijdrage, maar bij herhaling van het spel daalt de
gemiddelde bijdrage vaak van ongeveer 50% naar rond de 10% van de tokens ("free-riding" neemt toe
naarmate spelers zien dat anderen ook minder bijdragen).
● Eigen belang speelt zeker een rol, maar niet iedereen handelt puur uit eigen belang: er blijft een
substantiële groepsbijdrage bestaan, ook al voorspelt de zuivere theorie anders.
● Reden waarom overheden (in de praktijk) verplichte belastingen heffen in plaats van vrijwillige
bijdragen te vragen: vrijwillige bijdrage zou tot onderinvestering in publieke goederen leiden (zoals in
het spel), terwijl dwang (belastingen, btw, sociale bijdragen) dit "free-rider"-probleem oplost.
● Nature vs Nurture

6. Segregatie en het Nash-evenwicht (Schelling)
Examentip: Belangrijk inzicht: relatief onschuldige individuele voorkeuren kunnen via Nash-evenwicht
leiden tot sterke segregatie op maatschappelijk niveau.
● Thomas Schelling (Nobelprijswinnaar, 2005) toonde aan dat relatief onschuldige voorkeuren
kunnen leiden tot een hoge mate van segregatie in de samenleving.
● Voorbeeld: iedereen verhuist zodra minder dan 1/3 van de buren "op hem/haar lijkt", ook al hebben
de meeste mensen zelf een voorkeur voor een gemengde buurt.
● Er is geen dominante strategie (verhuizen of niet-verhuizen hangt af van wat anderen doen), maar
wel een Nash-evenwicht: een situatie waarin niemand nog baat heeft bij verhuizen, gegeven de
keuzes van de anderen.
● Startend vanuit een willekeurige verdeling en het herhaald laten "verhuizen" van ontevreden
bewoners, convergeert het systeem naar een sterk gesegregeerd Nash-evenwicht ook al zou een
gemengde samenleving voor iedereen een hogere payoff (tevredenheid) opleveren.
● Besluit: kleine, individueel onschuldige voorkeuren kunnen door interactie een groot maatschappelijk
effect (segregatie) veroorzaken; er kunnen meerdere Nash-evenwichten bestaan.

7. Waarom zijn we welvarend geworden? Arbeidsproductiviteit
● Het is niet doordat we harder/meer zijn gaan werken (het gemiddeld aantal gewerkte uren per week is
over lange termijn niet toegenomen), maar wel doordat het BBP per gewerkt uur (=
arbeidsproductiviteit) sterk gestegen is.
● BBP per capita kan ontbonden worden in factoren zoals aandeel bevolking op werkbekwame leeftijd,
participatiegraad, tewerkstellingsgraad en gewerkte uren: maar al deze factoren hebben een
bovengrens (max. 100%, max. uren per dag).
● Enkel de arbeidsproductiviteit (BBP per gewerkt uur) kent in principe geen bovengrens en is dus de
echte motor van welvaartsgroei.
● Arbeidsproductiviteit verhogen = meer output met gelijke input, of gelijke output met minder input
(of een combinatie).

Drie cruciale factoren achter productiviteitsgroei
● 1. Arbeidsverdeling en specialisatie (Adam Smith, "Wealth of Nations", 1776): in zijn beroemde
speldenfabriek-voorbeeld liet Smith zien dat het opdelen van het productieproces in aparte,
gespecialiseerde taken (18 handelingen, elk door één persoon) een veel hogere output per arbeider
oplevert dan wanneer elke arbeider alle stappen zelf doet => door specialisatie én het wegvallen van
tijdverlies bij het wisselen van taak.
● 2. Technologische vooruitgang (contra Malthus, "Principles of Population", 1798): Malthus
voorspelde een doemscenario: bevolking groeit geometrisch (× 2 elke periode), voedselproductie
slechts rekenkundig (+1 elke periode), wat tot hongersnood zou leiden. Dit doemscenario kwam niet

, uit, vooral dankzij technologische vooruitgang (meststoffen, tractoren, mechanisatie) waardoor
voedselproductie veel sneller groeide dan Malthus voorspelde (bv. het aantal manuren nodig per
hectare graan daalde drastisch tussen 1880 en 1980).
● 3. Specialisatie en internationale handel (David Ricardo, "Principles of Political Economy", 1817)
zie hieronder.

8. Productiemogelijkhedencurve (PMC) en opportuniteitskost basis
Examentip: Ken dit basisvoorbeeld goed: het is de basis voor het latere Ricardo-voorbeeld met
Engeland/Portugal.
Voorbeeld: een bakker kan enkel brood en taart produceren met zijn beperkte middelen (arbeiders,
machines).
● Als hij alleen brood bakt: maximaal 50 broden per dag, 0 taarten. Als hij alleen taart bakt: maximaal
4 taarten per dag, 0 broden. Daartussenin kan hij zijn middelen verdelen over beide => dit levert een
reeks combinaties (bundels) op.
● De productiemogelijkhedencurve (PMC) verbindt al deze maximaal haalbare bundels tot een
vloeiende curve: ze toont de combinaties van twee goederen die geproduceerd kunnen worden
wanneer alle productiemiddelen efficiënt worden ingezet.




● Punten op de curve zijn optimaal (efficiënt gebruik van middelen). Punten onder de curve (bv. punt
X: 1 taart en 32 broden) zijn ook haalbaar, maar niet efficiënt met dezelfde middelen zou meer
geproduceerd kunnen worden (bv. punt B: 1 taart en 48 broden), bijvoorbeeld doordat een machine
stilstaat of personeel onderbenut wordt.
● Punten op én onder de curve vormen samen de productiemogelijkhedenverzameling.
● Punten boven de curve zijn niet haalbaar met de huidige middelen => deze beperking van beschikbare
middelen noemen we schaarste.
● Opportuniteitskost: als de bakker vanuit punt B (1 taart, 48 broden) één extra taart wil maken, moet
hij door schaarste een aantal broden opgeven (bv. 4 broden) om in punt C op de curve te komen (punt
F, zonder in te leveren, ligt boven de curve en is dus niet haalbaar). Het aantal broden dat hij moet
opgeven voor die ene extra taart is de opportuniteitskost: de gemiste opbrengst van de best
mogelijke alternatieve aanwending van de beschikbare middelen ("kiezen is verliezen").
● Bij een concave PMC (de normale, gebruikelijke vorm) stijgt de opportuniteitskost naarmate je
meer van een goed produceert (bv. van punt D naar E moet de bakker voor één extra taart al 32
broden opgeven, veel meer dan de 4 broden bij B→C).
● Bij een lineaire PMC (uitzondering) blijft de opportuniteitskost constant.

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
20 september 2026
Aantal pagina's
51
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€7,98

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
BMWer28
2,0
(1)
Verkocht
8
Volgers
1
Items
9
Laatst verkocht
1 week geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen