1. INLEIDING
PER SECTOR:
✓ Over wie gaat het?
✓ Beleid
✓ Organisatie
✓ Actueel maatschappelijke tendensen
1.1 DE EVOLUTIE VAN WELZIJNSZORG
1.1.1 WAT IS WELZIJNSZORG?
Welzijnszorg is het antwoord van de omgeving op de noodsituatie van een individu.
“Een situatie waarin zich een breuk manifesteert tussen iemands noden en zijn
capaciteiten”. (Luhman, 1997)
Reactie onderhevig aan (sociale klasse van) het individu, maar ook tijdsafhankelijk.
1.1.2 WELZIJNSZORG: VAN GUNST NAAR RECHT
❖ 1750 Industriele revolutie (komst van fabrieken en stoommachines)
➢ Mensen trokken naar de steden
Werken en leven rond de fabrieken – lange werkdagen – gevaarlijke
werkomstandigheden, ongezonde woonomgeving
= ontstaan van wetten: (kinder) arbeid, leerplicht en gezond wonen
Maatschappelijke problemen, niet iedereen kon mee met de snelle
veranderingen
= gezondheidszorg en onderwijs moeilijk bereikbaar voor velen
Zorg kwam vooral van particulieren en de kerk (barmhartigheid en gevoel
van superioriteit). Hulp gezien als een gunst, niet als een recht!
❖ Nasleep Franse Revolutie
➢ Armoede = fout in sociale structuur
➢ “De staat is verplicht om op te treden bij nood.”
Industrialisering & verstedelijking:
➢ noodsituaties zichtbaarder & schrijnender
➢ arbeiders organiseren zich & stellen eisen (19e eeuw)
➢ initiatieven blijven binnen fabrieken
…
1925 wettekst ‘recht op bijstand’, in realiteit veranderde er weinig
Welzijnszorg = breuk tussen iemand zijn noden en zijn capaciteiten
1
,→ zorg door familie
→ zorg door rijken & kerk als GUNST
de evolutie van “zorg als gunst” naar “zorg als recht” kunnen schetsen
1.2 DE UITBOUW VAN DE WELVAARTSTAAT
Vorming welvaartstaat:
➢ 1944 spreken we van verzorgingsstaat = “waar we voor elkaar zorgden en waarbij
de overheid een belangrijke rol speelde”
➢ 1970 Welvaartstaat
➢ 1990 actieve welvaartstaat: “niet alleen zorgen voor elkaar, maar we moeten ook
investeren in mensen.”
1.2.1 DE VERZORGINGSSTAAT
Mijlpaal 1: 28 december 1944 - Sociale Zekerheid in de wet.
Steunt op 3 pijlers:
➢ Sociale zekerheid
➢ Onderwijs
➢ Gezondheidszorg
= om dit te bekostigen -> belastingen en sociale premies
Belgische sociale zekerheid: is een soort verzekering dat bedoeld is om inkomen en/of
verzorging te garanderen voor personen en gezinnen, die tijdelijk of blijvend, niet (langer)
in staat worden geacht om zelf in (voldoende) inkomen en/of verzorging te voorzien.
Mijlpaal 2: 10 december 1948 - Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
Artikel 22: Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke
zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en
internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van
de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn
voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt
worden.
➔ SZ opgenomen in UVRM ➔ nieuw tijdperk van afdwingbare rechten.
overheid = primair verantwoordelijk
ZORG ALS RECHT
1.2.2 WELVAARTSTAAT
2
,Golden Sixties – the sky is the limit
➢ hoge ambities van de overheid
➢ stijgende welvaart
➢ sociale zekerheid
➢ belangrijke stappen inzake welzijn & zorg (basis gehandicaptenzorg, integrale
jeugdhulp, ouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg, …)
1965: Wet op bijzondere jeugdbijstand
1967: Fonds81 (zorg voor alle mensen met een handicap)
In dit jaar ook ouderzorg en verblijfsinstelling gefinancieërd
1976: OCMW-wet & recht op bestaansminimum (leefloon)
Een “welvaartstaat” betekent niet een staat waarin welvaart heerst. Het betekent:
een staat die de verantwoordelijkheid op zich neemt de welvaart van de burgers te
beschermen.
OCMW=Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn
1.2.3 DE CRISIS VAN DE WELVAARTSTAAT
➢ Na de Tweede Wereldoorlog
o Sociale zekerheid werd sterk uitgebreid en met enthousiasme onthaald.
o Door hoge zorgdoelstellingen ontstonden meteen wachtlijsten en tekort aan
opvang.
➢ Jaren ’70 – Oliecrisis
o Overheid besefte dat niet alle zorgvragen konden worden ingevuld.
o Groei van de verzorgingsstaat stagneerde.
➢ Jaren ’80 – Dubbele crisis
o Groot overheidstekort en blijvend hoge werkloosheid (ook jongeren).
o Sociale zekerheid kreeg het zwaar: uitgaven stegen, inkomsten daalden.
o Focus verschoof naar hervormingen, besparingen en extra belastingen.
➢ Jaren ’90 – Nieuwe crisis
o Vergrijzing: meer ouderen en mensen die niet kunnen werken.
o Globalisering: bedrijven verhuizen naar lageloonlanden.
o Hierdoor: uitgaven stijgen, inkomsten dalen.
o Minder werkenden moeten de kosten dragen voor meer uitkeringen en zorg.
1.2.4 REACTIE: DE ACTIEVE WELVAARTSTAAT
3
, de evolutie en uitdagingen van de (actieve) welvaartstaat schetsen.
❖ Ontstaan van de actieve welvaartstaat
o Er kwam kritiek op de afhankelijkheid die sociale zekerheid creëerde.
o Oplossing: activering → mensen stimuleren om (langer) te werken en sneller
terug te keren na ziekte of werkloosheid.
❖ Doel
o Strijden tegen sociale uitsluiting: sommige groepen kunnen niet mee met de
hoge eisen van de samenleving.
o Beste manier om te helpen: niet alleen uitkeringen geven, maar mensen aan
werk helpen.
❖ Frank Vandenbroucke (1999–2003)
o Belgische minister die het idee van de Actieve Welvaartstaat lanceerde.
o Hij introduceerde de afhankelijkheidsratio:
• verhouding tussen inactieven (uitkeringen) en actieven (werkenden).
• Jaren ’70: 2 werkenden per 1 uitkeringsgerechtigde.
• Eind jaren ’90: 1 op 1.
❖ Waarom ‘actief’?
o De oude welvaartstaat was passief: eerst een probleem → dan pas een uitkering.
o De actieve welvaartstaat wil vooraf ingrijpen:
• inzet op maatwerk
• eigen verantwoordelijkheid
• participatie in de maatschappij
❖ Vandaag
o Activering blijft een belangrijk thema en loopt verder door in het huidige beleid.
Even herhalen:
• Welzijnszorg als antwoord op noodsituatie (breuk tussen noden/capaciteiten)
afhankelijk van persoon én tijd
• zorg 18de en 19de eeuw: initiatieven van individuen, ondersteund door kerk →
GUNST
• Na WO II: Verzorgingsstaat (UVRM, SZ) → Welvaartstaat
• ‘80 oliecrisis + werkloosheid
• ‘90 vergrijzing + delocalisatie economie
→ reactie: ACTIEVE welvaartstaat
• En nu?
1.3 VISIE EN BEELDVORMING OP MENSEN MET EEN ONDERSTEUNINGSNOOD
4