Waarom de geschiedenis bestuderen:
Inzicht krijgen in gebeurtenissen uit het verleden:
Om te weten wat er vroeger/voor ons geberud is en veranderd is, om bepaalde
lijnen door de tijd heen te ontdekken
Leren van fouten uit het verleden:
Je kunt gemakkelijk dezelfde fouten maken als je geen kennis hebt van het
verleden, men kan van het verleden leren en daardoor beter in staat zijn om in
de toekomst te handelen, om herhaling van fouten te voorkomen.
Begrip van traditie of cultuur:
Leidt tot een beter begrip van tradities/cultuur van mensen en de samenleving,
om te weten te komen hoe we ons hebben ontwikkeld in de loop van de tijd.
Verleden/heden en toekomst:
Wat er in het verleden is gebeurd kan invloed hebben op de toekomst, het kan
zich herhalen.
Algemene ontwikkeling:
Dat men de kennis heeft over hoe en waarom de wereld is zoals hij nu is.
Persoonlijk motief
Kritische nieuwsgierigheid en intellectuele uitdaging om verloop van opvoed en
onderwijsontwikkelingen goed te doorgronden.
Wetenschappelijk motief
Identiteitsbepaling.bestaansverheldering: ‘ om te begrijpen wie je bent en waar
je naartoe wilt, moet je weten waar je vandaan komt.’
Politiek-ideologisch motief
Onderzoek vanuit politiek belang —> bijv. iets in opvoeding of onderwijs is voor-
of achteruit gegaan in vergelijking met vroeger.
Onderzoek die jouw meningen onderbouwen, soort betoog.
Hoorcollege humanisme 1
, Voorbeelden van politiek ideologisch motief:
Nationalisme, regionalisme
‘Onze opvoeding was en is beter dan…’
—> Romantisering: Vroeger was het onderwijs of de opvoeding beter of slechter
dan…
—> Specifieke politieke doelen: Bijv. De school als middel tot beschaving,
kweekplaats van brave burgers (het verborgen curriculum)
Debunking (kritischer kijken)
Doorprikken van conservatieve, politieke, morele en geromantiseerde
opvattingen over gebeurtenissen uit de opvoed- en onderwijsgeschiedenis op
basis van nieuwe feiten en verantwoorde inzichten.
—> Relativering en nuancering: nuanceren van bestaande opvattingen.
Je krijgt alle kanten van het verhaal te horen en niet alleen de mooie kant.
Demografische benadering:
Cijfers
Seriële bronnen: Met vaste regelmaat opgestelde cijferreeksen
Affectieve benadering:
meer informatie over binnenkant —> Emoties/motieven/metnaliteit achter
feitelijk gedrag
—> Oral history
—> egodocumenten (dagboeken, agenda, brieven)
—> Schilderijen
—> Gebruiksvoorwerpen
Gevaar: Culturele filters —> voornamelijk van mannen uit ‘doorgeleerde’
burgerij. Onderwerpen, betekenis woorden en stijl zijn afhankelijk van tijd en
context.
Historische maatsschappijwetenschappen:
Beschrijft invloed op gezin/onderwijs van:
Hoorcollege humanisme 2