Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 34 pagina's
Samenvatting

Samenvatting VU Staatrecht stappenplan - 8,1 in één keer behaald met het leren van deze leerstukken.

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 34 pagina's

Dit stappenplan behandelt de volledige stof van het vak Staatsrecht aan de VU Amsterdam, gestructureerd over zes weken. Het document omvat kernthema's als democratische rechtsstaat, parlementaire stelsel, grondrechten, constitutionele toetsing, en lokaal bestuur, aangevuld met relevante juridische arresten zoals HR Arbeidskostenforfait en HR Urgenda. Een uitstekende studiegids voor examenvoorbereiding die de lesstof logisch ordent en belangrijke rechtspraak samenvat.

Voorbeeld van de inhoud

Stappenplan staatsrecht

Week 1

 Leerstuk 1: democratische rechtsstaat


Vijf elementen voor een democratische rechtsstaat:
 Legaliteitsbeginsel: bevoegdheden van overheidsorganen kunnen slechts bestaan op grond
van de wet en dienen conform de wet te worden uitgeoefend
 Machtenscheiding/-spreiding
 Onafhankelijke rechtspraak die toeziet op de uitoefening van de overheid van haar
bevoegdheden
 Bescherming fundamentele rechten (grond- en mensenrechte)
 Democratie
 Zonder het vereiste democratie, spreken we van een rechtsstaat
 De grondslag voor de democratische rechtsstaat is terug te vinden in de Algemene bepaling
voor artikel 1 Gw. Deze bepaling werd opgenomen in de Grondwet in 2022, maar hiervoor voldeed
NL ook al aan de vereisten. De toegevoegde waarde is de normativiteit door te stellen dat de
Grondwet de democratische rechtsstaat waarborgt. Het heeft een interpretatieve en
richtinggevende functie.


 Leerstuk 2: de geschiedenis van de Nederlandse staat


Vijf perioden:
 Landheerlijke periode (10e – 15e eeuw)
 Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1579-1795)
 Franse Tijd (1795-1813)
 Koninkrijk der Nederlanden (1814-1815)
 Verdere evolutie tot vandaag

Landheerlijke periode:
Nederland bestond uit kleine eilandjes die bestuurd werden door een feodaal stelsel. Het
eigendom van de landjes veranderde daardoor steeds.
1543: personele unie  Karel V kreeg alle 17 de landjes in handen.
1549: pragmatieke sanctie  Karel V bepaalde dat alle 17 de landjes alleen tegelijkertijd mochten
worden vererfd.
Karel V was de plaatsvervanger van God op aarde en hoefde aan niemand verantwoording af te
leggen.

Er was een oud stelsel met een koning/keizer/landsheer met landvoogden (namens Karel V gezag
voeren) en stadshouders (iemand die verantwoordelijk is voor een bepaalde plaats). De Raad van
State had een andere rol dan zij nu had; zij ondersteunde de zus van Karel de V (de landvoogd). De
vertegenwoordigers van de Staten-Generaal werden niet gekozen, maar waren rijke burgers en
edelen. Er was geen grondrechten en de rechtspraak was niet onafhankelijk.

,Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden:  confederatie
1568: De Opstand onder Willem van Oranje leidde tot:
1579: Unie van Utrecht  Dit was een verbond tussen alle noordelijke gewesten die afspraken
zelfstandig door te gaan. Bij oorlogen trokken ze samen op. Hiermee legden ze de grondslag voor
de confederatie die later ontstaat.
1581: Plakkaat van Verlatinge  Filips II werd niet meer als leider erkend. De Republiek werd
opgericht met de Staten-Generaal als hoogste orgaan. De vertegenwoordigers van de verschillende
staten kwamen bijeen in de Staten-Generaal. De besluitvorming in de Staten-Generaal werd
bemoeilijkt door het confederale karakter van de Unie. In belangrijke zaken was eenstemmigheid
van de provincies vereist. Elke provinciale afvaardiging was gebonden door een ‘last’ (opdracht)
van zijn provinciale staten; wanneer de last niet toereikend was, moest ruggespraak worden
gehouden. Hierdoor was het proces van besluitvorming tijdrovend en niet altijd doelmatig.

1648: Vrede van Munster  De Republiek werd erkend door Spanje.

De stadhouders kregen een functie als een soort minister en er waren raadspensionarissen, hun rol
was niet duidelijk afgebakend met die van een stadhouder. De Raad van State werd een
bestuursorgaan waar bevoegdheden aan werden gedelegeerd.

Franse Tijd  eenheidsstaat
Bataafsche Republiek (1795-1806)
Koningrijk Holland (1806-1810)
Inlijving bij Frankrijk (1810-1813)

Er kwamen nieuwe idealen geïnspireerd door de Franse revolutie:
 Vrijheid & gelijkheid
 Machtenscheiding
 Eenheidsstaat
 Volkssoevereiniteit
Er kwam een nieuwe Grondwet. Frankrijk verstevigt haar greep met koning Lodewijk. NL verliest de
onafhankelijkheid (1805, 1806, 1810).

Koninkrijk der Nederlanden  eenheidsstaat
1814: Koninkrijk der Nederlanden. Er komt een soevereine vorst en Staten-Generaal. De Staten-
Generaal wordt een vertegenwoordigend orgaan waarvan de leden worden gekozen door de
provincies. Alle gekozenen in de S-G vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk, dat is dus
anders dan in de tijd van de Republiek.
 Invoering van art. 50 Gw: de Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk
 Invoering art. 67 lid 3 Gw: leden stemmen zonder last

1815-1830: Nederland wordt verenigd met België  o.a. invoering tweekwamerstelsel.
De VOC en WIC werden ontbonden (1796 en 1791). Door de uitvoerende macht vanuit NL werd
Nederlands-Indië, Suriname en de Nederlandse Antillen bestuurd.

Verdere evolutie tot vandaag
19e & 20e eeuw – democratisering
1848: invoering ministeriële verantwoordelijkheid; er moest verantwoording worden afgelegd aan
de koning in plaats van het parlement.
Rechtstreeks kiesrecht voor de Tweede Kamer, 1917-1919: algemeen mannen- en

,vrouwenkiesrecht

20e en 21e eeuw – dekolonisatie en hervorming Koninkrijk
1945-1949: Indonesië strijdt voor onafhankelijkheid
1954: Statuut voor het Koninkrijk
 Zelfstandigheid en gelijkwaardigheid
 Art. 3: aangelegenheden van het Koninkrijk, 1 nationaliteit
 Nederland blijft dominant

1975: onafhankelijkheid Suriname
1986: Aruba uit Nederlandse Antillen
2010: hervorming Koninkrijksstructuur

Internationalisering: 1945: Verenigde Naties & Handvest van de Verenigde Naties, 1949: Raad van
Europa, 1954: EVRM, 1959: EGKS, 1967: EEG, 1993: Europese Unie met Europees Burgerschap


 Leerstuk 3: het Koninkrijk der Nederlanden




Deze structuur volgt uit art. 1 van het Statuut.

Het Statuut is in 1954 vastgesteld. Na 1954 hebben zich verschillende staatkundige ontwikkelingen
zich voorgedaan; Suriname heeft op 25 november 1975 de onafhankelijkheid van Nederland
verworven, op 1 januari 1986 kreeg Aruba binnen het Koninkrijk een aparte status ten opzichte van
de overige Antilliaanse eilanden en in een aantal referenda tussen 2000 en 2004 sprak een grote
meerderheid van de Antilliaanse bevolking zich uit voor een andere staatkundige structuur. In 2005
is vervolgens een proces van staatkundige hervorming in gang gezet.

Per 10-10-10 is het Statuut gewijzigd en is het land Nederlandse Antillen opgehouden te bestaan.
Curaçao en Sint Maarten hebben een vergelijkbare status gekregen als Aruba. Hierdoor kent het
Koninkrijk nu vier autonome landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De drie kleine
eilanden, Bonaire, Saba en Sint Eustatius (BES-eilanden) zijn toegetreden tot het land Nederland.
Nederland heeft hierdoor een directere verantwoordelijkheid gekregen voor het Caribische deel
van het Koninkrijk.

,  Leerstuk 4: federatie, eenheidsstaat & confederatie


Federatie:
 Deelstaten dragen een deel van hun soevereiniteit over aan een centraal gezag
 Alle bevoegdheden die niet expliciet zijn overgedragen, blijven bij de deelstaten
 Deelstaten beschikken daarmee over zelfstandige bevoegdheden waarop het centrale
gezag in beginsel geen inbreuk mag maken
Voorbeelden: VS, Duitsland, Mexico, Indonesië

Eenheidsstaat:
 In beginsel alle bevoegdheden toe aan de centrale overheid;
 Eventuele decentralisatie vindt plaats binnen het kader van die centrale bevoegdheid;
 Verdeling van overheidsbevoegdheden over decentrale overheden zoals gemeenten,
provincies en waterschappen;
 Toezichtsbevoegdheden centraal bestuur.
Voorbeeld: Nederland

Confederatie:
 Samenwerkingsverband van staten die hun eigen soevereiniteit behouden;
 Staten komen overeen om bepaalde aangelegenheden gezamenlijk te regelen;
 Individuele staten blijven in wezen soeverein;
 Statenbond.
Historische voorbeelden: Confederate States of America, Republiek der Verenigde Nederlanden


 Leerstuk 5: overige begrippen


Een constitutie = het geheel van regels en beginselen dat een staat constitueert en ordent. Een
staat kan niet zonder constitutie, maar wel zonder een Grondwet (zie Groot-Brittanië). Het zijn
informele regels die het gedrag reguleren van de instituties (met name de regering).
Een ongeschreven staatsrechtelijke regel = wanneer een gewoon of bestendige praktijk ook als
rechtens juist en geboden wordt beschouwd door de actoren en algemeen wordt erkend als
essentiële staatsrechtelijke regel, en niet meer als een veranderlijke praktijk. Voorbeelden:
ontbindingsregel & vertrouwensregel.

Vertrouwensregel = een regering/minister dient het vertrouwen van de Staten-Generaal te
hebben; er is vertrouwen zolang het tegendeel niet is gebleken (niet in rechte afdwingbaar).

Een formeel rigide Grondwet houdt in dat een Grondwet formeel op papier lastig te wijzigen is.
Een materieel rigide Grondwet houdt in dat de Grondwet in de interpretatie lastig te wijzigen is. De
Nederlandse Grondwet is materieel rigide, vooral door het ontbreken van het rechterlijk
toetsingsrecht (art. 120 Gw). De interpretatie ligt daardoor bij de wetgever.

Documentinformatie

Geüpload op
19 september 2026
Aantal pagina's
34
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€10,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
15
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen