Week 1
Leerstuk 1: functies van het bestuursrecht
Het bestuursrecht heeft drie functies: een legitimerende, een instrumentele en een
waarborgfunctie.
De legitimerende functie ziet erop dat het bestuursrecht het bestuursoptreden van
een juridische grondslag voorziet. Het bestuursrecht beoogt het gehele optreden
van het bestuur te rechtvaardigen door het te voorzien door adequate juridische
grondslagen, en het zowel inhoudelijk als procedureel te normeren door middel
van rechtsregels. De legitimerende functie komt tot uiting in het in het leven
roepen van bestuursorganen, het toekennen van bestuursbevoegdheden en het
regelen van besluitvormingsprocedures en ongeschreven recht. Voorbeeld: voor
het ophangen van camera’s is toestemming nodig. De legitimerende functie zal niet
vaak spanning opleveren, want binnen dit vak kijken we vooral naar wetten die al
neergelegd zijn.
De instrumentele functie van het bestuursrecht betreft de rol die dit recht speelt
ten behoeve van de vaststelling en uitvoering van het overheidsbeleid. Het
bestuursrecht is een instrument om het beleid van de overheid te kunnen
uitvoeren. Deze functie komt vooral in de bijzondere delen tot uiting. Ze heeft tot
gevolg dat het bestuursrecht aan snelle en ingrijpende veranderingen onderhevig
is. Het is het middel om bepaald doel te bereiken. Voorbeeld: doel van
parkeervergunning is om de openbare orde te handhaven. Voorbeeld: uitkeringen
die het Uwv verstrekt dienen de bestaanszekerheid. Bedenk: wat is het doel en
welk middel wordt er ingezet?
De waarborgfunctie ziet erop dat de rechtspositie van de burger ten opzichte van
de overheid wordt gewaarborgd/beschermd door de bestuursrechtelijke normering
van het bestuursrecht. Voorbeelden: burger mag in bezwaar, klacht indienen,
bestuur moet zich houden aan algemene beginselen behoorlijk bestuur etc. Dit zijn
allerlei waarborgen. Nieuw wetsvoorstel: Versterking waarborgfunctie, geschreven
n.a.v. Toeslagenaffaire.
Waarom waarborgfunctie en instrumentele functie vaak in spanning met elkaar?
Te veel waarborgen zorgen ervoor dat bijvoorbeeld een bouwproject niet meer kan slagen.
Voorbeeld art. 4:8 en 4:12 AwbL
Instrumentele functie = efficiëntie, staat op gespannen voet op de waarborgfunctie = de
gelegenheid om gehoor te worden.
Optimaliseringsgebod = er moet een oplossing worden gezocht die aan alle drie de
functies zoveel mogelijk recht doet
, Leerstuk 2: de gelede normstelling
De Awb is opgebouwd van algemeen naar bijzonder.
In het bijzonder deel zitten de verboden, verplichtingen en aanspraken van de burgers en
de bevoegdheden van de bestuursorganen. Maar het algemeen deel speelt altijd een rol.
De bijzondere wet gaat voor de algemene wet.
De gelede normstelling:
Wet (in formele zin)
Algemene maatregelen van bestuur
Ministeriële regelingen
Decentrale verordeningen
Beschikkingen van de centrale en decentrale overheid
Leerstuk 3: bestuursorganen
Art. 1:1 lid 1 Awb: a-organen en b-organen
A-orgaan: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld
(jo. 2:1 BW) publiekrechtelijk rechtspersoon
Organen van openbare lichamen, bijv. ministers, regering, College van B en W
(art. 6 Gemeentewet), burgemeester, politie (art. 26 Politiewet) etc.
Organen van ‘rechtspersonen sui generis’, bijvoorbeeld het bestuur van de Dienst
Wegverkeer (art. 4a Wegenverkeerswet: Er is een Dienst Wegverkeer, in het
maatschappelijk verkeer aangeduid als RDW. De dienst bezit rechtspersoonlijkheid
en is gevestigd te Zoetermeer.
Let op! Altijd op het tentamen eerst nagaan of er sprake is van een a-orgaan
B-orgaan: een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed
privaatrechtelijke rechtspersoon
Vereisten:
Privaatrechtelijke rechtspersonen (jo. 2:3 BW) of natuurlijke personen
Openbaar gezag = de bevoegdheid publiekrechtelijke rechtshandelingen te
verrichten/de bevoegdheid om andermans rechtspositie eenzijdig te wijzigen
o Krachtens wettelijk voorschrift (met basis in de wet), zoals de AFM, DNB,
APK-keuringsstation of hoofd van de school (Leerplichtwet) óf
o Buitenwettelijk: ABRvS Stichting Silicose (uitspraak over mijnbouw)
strategisch bestuursorgaan begrip
Het gaat om uitkeringen of andere op geld waardeerbare rechten
(zoals een voucher);
Het inhoudelijke vereiste = de overheid bepaalt de criteria volgens
welke de op geld waardeerbare rechten worden verdeeld in
, beslissende mate
Het financieel vereiste = de overheid verschaft het geld waarmee de
rechtspersoon de op geld waardeerbare rechten in overwegende
mate, in beginsel voor ten minste twee derden
A-organen moeten zich in beginsel altijd aan bestuursrechtelijke normen zoals de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur houden, ook bij privaatrechtelijk handelen
(zie art. 3:1 lid 2 Awb en 3:14 BW)
B-organen hoeven zich slechts aan bestuursrechtelijke normen te houden voor zover zij
handelen als bestuursorgaan
Leerstuk 4: het belanghebbende begrip
Adressaat van een besluit is altijd belanghebbende, ook bij rechtspersonen
Overige personen/entiteiten (‘derde-belanghebbenden’): art. 1:2 lid 2 Awb: iedereen die
de gevolgen onderbindt van een besluit is belanghebbende
OPERA-criteria, art. 1:2 lid 1 Awb:
Objectief bepaalbaar = belang dat niet in de subjectieve belevingswereld bestaat.
Voorbeeld: vrouw die opkwam tegen vergunning van een verbouwing van het
Concertgebouw had subjectieve belevingen door haar vader die daar speelde.
Persoonlijk = onderscheiden van willekeurige anderen. Voorbeeld: wanneer een
weg afgesloten wordt, is niet iedere voorbijganger een belanghebbende.
Eigen = voor jezelf opkomen en niet voor een ander. Voor een ander kan alleen per
volmacht. Let op: dit vereiste krijgt een andere invulling bij rechtspersonen.
Rechtstreeks = het belang mag niet afgeleid zijn. Voorbeeld: bij het aflassen van
een Sinterklaasintocht georganiseerd door een toneelvereniging is de Sinterklaas
geen belanghebbende.
Actueel = er mag geen sprake zijn van een onzekere toekomstige gebeurtenis.
Voorbeeld: je bent geen belanghebbende bij een kapvergunning bij een huis dat je
in de toekomst graag zou willen kopen.
Statutair belanghebbende, art. 1:2 lid 3 Awb:
Rechtspersonen kunnen ook belanghebbende zijn, als zij algemene/collectieve belangen
behartigen.
Het algemeen/collectief belang treedt in plaats van eigen belang. De overige eisen van lid
1 blijven van toepassing.
Vereisten:
Rechtspersoonlijkheid
o Een stichting is altijd een rechtspersoon (art. 2:3 BW)
o Een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid (art. 2:27 BW) is altijd een
rechtspersoon
o Een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid (art. 2:30 BW) is altijd een
rechtspersoon indien:
, Organisatiestructuur & leden
Als eenheid deelnemen aan het rechtsverkeer
o Opgericht bij primaire besluit? Na het primaire besluit en voor het bezwaar.
Algemene of collectieve belangen behartigen
o Algemene belangen = stijgen het individu, zoals het belang milieu
o Collectieve belangen = bundel van individuele belangen, zoals bij een
vakbond de optelsom van individuele werknemers
Op basis van een kenbare, specifieke doelstelling (‘in het bijzonder’)
o Kenbaar = de doelstelling moet blijken uit de statuten of andere stukken
o Specifiek = de doelstelling mag niet te algemeen zijn
Territoriaal = een belangenorganisatie is binnen een bepaald gebied
actief
Functioneel = de doelstelling op zichzelf is voldoende specifiek en
concreet
De dimensies hangen met elkaar samen
Behartiging moet (mede) blijken uit feitelijke werkzaamheden (NB: dit geldt niet bij
collectieve belangenbehartigers) niet enkel als procedeerclub procederen
Finaliteitsvereiste = er moet een relatie zijn tussen het belang dat men in casu
behartigt en de doelstelling van de rechtspersoon
Week 2
Leerstuk 1: soorten bestuurshandelingen
Bestuurshandelingen
Feitelijke handelingen Rechtshandelingen
Privaatrechtelijke
rechtshandelingen
Publiekrechtelijke
rechtshandelingen
(meestal besluiten, art.
1:3 Awb)
Feitelijke handeling = handelingen zonder rechtsgevolg of handelingen waaraan het recht
een rechtsgevolg verbindt dat niet met de handeling is beoogd
Rechtshandeling = handelingen die gericht zijn op het ontstaan van een rechtsgevolg
Privaatrechtelijke rechtshandeling = handelingen die in beginsel door eenieder kunnen