P. 114 – 133 (Ritchie en Lewis)
Topic guide
- Functies
o Overzicht creëren van onderwerpen
o Interviewagenda, gids en geheugensteuntje.
o Verhoogt consistentie, vooral bij meerdere onderzoekers.
o Vaak belangrijkste schriftelijke documentatie naast transcripties.
- Ontwikkeling topic guide - volgens Lofland & Lofland (1995) en Fielding (1995) verloopt proces in 4 fasen:
o Verwarring en aantekeningen.
o Opstellen topic guide.
o Kristallisatie onderzoek.
o Formuleren doelstellingen en veldwerkstrategieën.
- Inhoud topic guide
o Basisversie: lijst hoofdonderwerpen als agenda voor interview of focusgroep.
o Uitgebreide versie
Suggesties voor openings- en slotteksten.
Introducties van specifieke onderwerpen.
Te behandelen subonderwerpen.
Suggesties voor doorvragen (probes).
Formuleringen voor gevoelige onderwerpen.
- Richtlijnen voor gebruik
o Houd topic guide zo kort mogelijk.
o Maak onderscheid tussen essentiële en minder essentiële onderwerpen.
o Formuleer onderwerpen als kernwoorden.
o Gebruik neutrale taal.
o Neem aanwijzingen op voor vervolgvragen.
- Opbouw goede topic guide
o Gebruik overzichtelijke lay-out (genoeg ruimte tussen alinea’s, markeringen etc.)
o Doelstellingen.
o Inleiding (waarom/door wie/vertrouwelijk)
o Samenvatting van onderwerpen.
o Overzichtelijke lay-out (cascadestructuur: Hoofdonderwerp → subonderwerpen → verdere
uitwerking)
o Bij afsluiting vertrouwelijkheid herinneren
Enabling- en projectieve technieken (vaker gebruikt in focusgroepen om discussie te stimuleren/diepere inzichten te
verkrijgen.) alleen gebruiken als ze meerwaarde bieden
- Voorbeelden:
o Hypothetische situaties of vignetten.
Verhoogt diepgang van data.
Beschrijft werkelijk gedrag; voorkomt algemene/geïdealiseerde antwoorden.
Casussen kunnen door deelnemer of onderzoeker worden gekozen.
o Kaartsorteertechnieken (rangschikken, prioriteren, groeperen).
o Gebruik van aanvullende informatie of voorstellen om discussie op gang te brengen.
o Visualiseren van ideeën op een flip-over of bord tijdens de sessie.
- Soorten projectieve technieken (Gordon & Langmaid, 1988)
o Associaties (woord of beschrijven)
o Voltooiing (afmaken van zinnen, verhalen of gesprekken afmaken)
o Constructie (tekenen of situaties bekijken vanuit een derde persoon)
o Expressieve methoden (tekenen, rollenspellen)
o Keuze-ordening (selecteren, ordenen of rangschikken van items)
Veldnotities en aanvullende dataverzameling
- Veldnotities zijn vooral bij observatie primaire gegevensbron
- Aanvullende methoden voor dataverzameling moeten:
o Al tijdens het ontwerp van de topic guide worden gepland.
o Geïntegreerd worden in het onderzoeksproces.
, P. 150 – 168 (Ritchie en Lewis)
Content mining questions (gebruikt om onderwerpen die respondent heeft genoemd verder uit te diepen)
- Doel:
o Ervaringen en gebeurtenissen verder uitdiepen en volledig beschrijven.
o Motieven, betekenissen, gedrag en gevolgen van ervaringen begrijpen.
Probes/ doorvragen (zo worden diepere oorzaken zichtbaar
- Amplificatory probes
o Vragen om meer details en toelichting (helpen antwoorden verder uit te werken)
- Clarificatory probes, gebruikt om:
o Begrippen/taalgebruik te verduidelijken.
o Details/volgordes van gebeurtenissen te verhelderen.
o Een uitgesproken standpunt te toetsen.
o Inconsistenties te onderzoeken.
Vragen stellen in kwalitatieve interviews
- Open vragen: stimuleren uitgebreide antwoorden en reflectie, belangrijk voor diepte-interviews.
- Gesloten vragen: nuttig om interview te sturen en voor verduidelijking of controle.
- Vermijden: suggestieve (leading) vragen.
Luisteren en interviewhouding
- Actief luisteren; helpt relevante vervolgvragen te onthouden en diepere inzichten te verkrijgen.
- Goede werkrelatie opbouwen; let op non-verbale signalen
Neutraliteit onderzoeker
- Empathisch maar neutraal blijven
- Zelfonthulling (self-disclosure) – onderzoekers kunnen soms gevraagd worden naar eigen mening, dit kan de
openheid respondent beperken en interview beïnvloeden daarom meestal terughoudend mee omgaan.
Omgaan met gevoelige onderwerpen
- Gevoelige onderwerpen: gezondheid, verlies, trauma, criminaliteit.
- Ook neutrale onderwerpen kunnen emoties oproepen.
- Bij emoties: erkennen, empathie tonen, deelnemer laten kiezen of die doorgaat.
o Niet: eigen ervaringen of emoties centraal stellen.
- Bij weerstand: rustig blijven en vragen toelichten.
Omgaan met terughoudende deelnemers
- Begin met eenvoudige, feitelijke vragen.
- Gevoelige/abstracte onderwerpen later.
- Gebruik open vragen.
- Spreek rustig en toon interesse.
- Benadruk dat alle antwoorden waardevol zijn.
Wanneer deelnemers...
- Weinig tijd hebben: tijdsduur vooraf bevestigen.
- Veel vragen stellen: feitelijke info geven, geen discussie.
- Herhalen: belang erkennen en verdergaan.
- Afwijken van vraag: terug naar de vraag sturen.
- Kort antwoorden: doorvragen.
Omgaan met uitweidingen (rambling)
- Respectvol terugsturen naar het onderwerp.
- Aangeven dat je wilt onderbreken.
- Erkennen dat het punt gehoord is.
- Meer gestructureerde vragen stellen.
- Teruggaan naar eigen ervaringen van deelnemer.
- Eventueel verwijzen naar tijdsdruk.
Topic guide
- Functies
o Overzicht creëren van onderwerpen
o Interviewagenda, gids en geheugensteuntje.
o Verhoogt consistentie, vooral bij meerdere onderzoekers.
o Vaak belangrijkste schriftelijke documentatie naast transcripties.
- Ontwikkeling topic guide - volgens Lofland & Lofland (1995) en Fielding (1995) verloopt proces in 4 fasen:
o Verwarring en aantekeningen.
o Opstellen topic guide.
o Kristallisatie onderzoek.
o Formuleren doelstellingen en veldwerkstrategieën.
- Inhoud topic guide
o Basisversie: lijst hoofdonderwerpen als agenda voor interview of focusgroep.
o Uitgebreide versie
Suggesties voor openings- en slotteksten.
Introducties van specifieke onderwerpen.
Te behandelen subonderwerpen.
Suggesties voor doorvragen (probes).
Formuleringen voor gevoelige onderwerpen.
- Richtlijnen voor gebruik
o Houd topic guide zo kort mogelijk.
o Maak onderscheid tussen essentiële en minder essentiële onderwerpen.
o Formuleer onderwerpen als kernwoorden.
o Gebruik neutrale taal.
o Neem aanwijzingen op voor vervolgvragen.
- Opbouw goede topic guide
o Gebruik overzichtelijke lay-out (genoeg ruimte tussen alinea’s, markeringen etc.)
o Doelstellingen.
o Inleiding (waarom/door wie/vertrouwelijk)
o Samenvatting van onderwerpen.
o Overzichtelijke lay-out (cascadestructuur: Hoofdonderwerp → subonderwerpen → verdere
uitwerking)
o Bij afsluiting vertrouwelijkheid herinneren
Enabling- en projectieve technieken (vaker gebruikt in focusgroepen om discussie te stimuleren/diepere inzichten te
verkrijgen.) alleen gebruiken als ze meerwaarde bieden
- Voorbeelden:
o Hypothetische situaties of vignetten.
Verhoogt diepgang van data.
Beschrijft werkelijk gedrag; voorkomt algemene/geïdealiseerde antwoorden.
Casussen kunnen door deelnemer of onderzoeker worden gekozen.
o Kaartsorteertechnieken (rangschikken, prioriteren, groeperen).
o Gebruik van aanvullende informatie of voorstellen om discussie op gang te brengen.
o Visualiseren van ideeën op een flip-over of bord tijdens de sessie.
- Soorten projectieve technieken (Gordon & Langmaid, 1988)
o Associaties (woord of beschrijven)
o Voltooiing (afmaken van zinnen, verhalen of gesprekken afmaken)
o Constructie (tekenen of situaties bekijken vanuit een derde persoon)
o Expressieve methoden (tekenen, rollenspellen)
o Keuze-ordening (selecteren, ordenen of rangschikken van items)
Veldnotities en aanvullende dataverzameling
- Veldnotities zijn vooral bij observatie primaire gegevensbron
- Aanvullende methoden voor dataverzameling moeten:
o Al tijdens het ontwerp van de topic guide worden gepland.
o Geïntegreerd worden in het onderzoeksproces.
, P. 150 – 168 (Ritchie en Lewis)
Content mining questions (gebruikt om onderwerpen die respondent heeft genoemd verder uit te diepen)
- Doel:
o Ervaringen en gebeurtenissen verder uitdiepen en volledig beschrijven.
o Motieven, betekenissen, gedrag en gevolgen van ervaringen begrijpen.
Probes/ doorvragen (zo worden diepere oorzaken zichtbaar
- Amplificatory probes
o Vragen om meer details en toelichting (helpen antwoorden verder uit te werken)
- Clarificatory probes, gebruikt om:
o Begrippen/taalgebruik te verduidelijken.
o Details/volgordes van gebeurtenissen te verhelderen.
o Een uitgesproken standpunt te toetsen.
o Inconsistenties te onderzoeken.
Vragen stellen in kwalitatieve interviews
- Open vragen: stimuleren uitgebreide antwoorden en reflectie, belangrijk voor diepte-interviews.
- Gesloten vragen: nuttig om interview te sturen en voor verduidelijking of controle.
- Vermijden: suggestieve (leading) vragen.
Luisteren en interviewhouding
- Actief luisteren; helpt relevante vervolgvragen te onthouden en diepere inzichten te verkrijgen.
- Goede werkrelatie opbouwen; let op non-verbale signalen
Neutraliteit onderzoeker
- Empathisch maar neutraal blijven
- Zelfonthulling (self-disclosure) – onderzoekers kunnen soms gevraagd worden naar eigen mening, dit kan de
openheid respondent beperken en interview beïnvloeden daarom meestal terughoudend mee omgaan.
Omgaan met gevoelige onderwerpen
- Gevoelige onderwerpen: gezondheid, verlies, trauma, criminaliteit.
- Ook neutrale onderwerpen kunnen emoties oproepen.
- Bij emoties: erkennen, empathie tonen, deelnemer laten kiezen of die doorgaat.
o Niet: eigen ervaringen of emoties centraal stellen.
- Bij weerstand: rustig blijven en vragen toelichten.
Omgaan met terughoudende deelnemers
- Begin met eenvoudige, feitelijke vragen.
- Gevoelige/abstracte onderwerpen later.
- Gebruik open vragen.
- Spreek rustig en toon interesse.
- Benadruk dat alle antwoorden waardevol zijn.
Wanneer deelnemers...
- Weinig tijd hebben: tijdsduur vooraf bevestigen.
- Veel vragen stellen: feitelijke info geven, geen discussie.
- Herhalen: belang erkennen en verdergaan.
- Afwijken van vraag: terug naar de vraag sturen.
- Kort antwoorden: doorvragen.
Omgaan met uitweidingen (rambling)
- Respectvol terugsturen naar het onderwerp.
- Aangeven dat je wilt onderbreken.
- Erkennen dat het punt gehoord is.
- Meer gestructureerde vragen stellen.
- Teruggaan naar eigen ervaringen van deelnemer.
- Eventueel verwijzen naar tijdsdruk.