Inhoudsopgave
1. Basisbeginselen en opbouw van het stelsel
2. Wie is verzekerd? Personele en materiële werkingssfeer
3. Gezondheidszorgwetten (Zvw, Wlz, Wmo 2015)
4. Inkomensbescherming bij ziekte en arbeidsongeschiktheid (ZW, Wet WIA)
5. Bestaansminimum (Participatiewet, Toeslagenwet)
6. Rechtsbescherming: bezwaar, beroep en hoger beroep
7. Handhaving: terugvordering en sancties
8. Internationaal socialezekerheidsrecht
1. Basisbeginselen en opbouw van het stelsel
Wat is socialezekerheidsrecht?
Het socialezekerheidsrecht is het onderdeel van het bestuursrecht dat gaat over de manier
waarop de overheid burgers beschermt tegen inkomensverlies door bepaalde risico's. Omdat
het steeds gaat om overheidshandelen richting de samenleving, valt dit rechtsgebied onder het
bestuursrecht.
Een sociaal risico is een gebeurtenis die ervoor kan zorgen dat iemand zijn arbeidsinkomen
verliest — denk aan werkloosheid, ziekte of de noodzaak van medische zorg. Daarnaast biedt
het stelsel ook bescherming tegen behoeftigheid: de situatie waarin iemand simpelweg niet
genoeg middelen heeft om van te leven.
Het stelsel vervult twee functies:
Waarborgfunctie – het beschermen van inkomen.
Activeringsfunctie – het ondersteunen bij terugkeer naar werk (re-integratie).
De overheid draagt een bijzondere verantwoordelijkheid: zij moet garant staan voor de
bestaanszekerheid van haar burgers. Dit uitgangspunt is grondwettelijk verankerd in art. 20
Grondwet.
De drie pijlers van het stelsel
Socialezekerheidsregelingen zijn onder te verdelen in drie categorieën. De eerste twee
worden samen ook wel de "sociale verzekeringen" genoemd.
a) Volksverzekeringen — gelden voor de hele bevolking, ongeacht werksituatie.
Algemene Ouderdomswet (AOW)
Wet langdurige zorg (Wlz)
Algemene Kinderbijslagwet (AKW)
, Algemene nabestaandenwet (Anw)
Elke Nederlander is hiervoor automatisch (van rechtswege) verzekerd.
b) Werknemersverzekeringen — alleen voor werknemers; premies komen van werknemer
én werkgever.
Werkloosheidswet (WW)
Ziektewet (ZW)
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
Wie als "werknemer" telt, staat in art. 7:610 BW.
c) Sociale voorzieningen — financiële steun uit de algemene middelen (belastinggeld), niet
uit premies.
Wet Wajong (werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten)
Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning)
Participatiewet — het "vangnet" voor wie niet zelf in zijn levensonderhoud kan
voorzien.
Wie voert het stelsel uit?
Uitvoerder Verantwoordelijk voor
Beheer volksverzekeringen; premie-inning via de
Rijksoverheid
Belastingdienst
Sociale Verzekeringsbank
(SVB), districtskantoor Uitkeringen AOW, Anw, AKW
Amsterdam
Nederlandse Zorgautoriteit Zorgverzekeringswet en Wlz
Werknemersverzekeringen; financiële beoordeling van
UWV uitkeringsrecht; samenwerking met werkpleinen voor
arbeidsbemiddeling
Sociale voorzieningen (bij grotere gemeenten via een aparte
Gemeenten
dienst, bij kleinere gemeenten onder het college van B&W)
2. Wie is verzekerd? Personele en materiële werkingssfeer
Personele werkingssfeer
Dit bepaalt wie onder een regeling valt. Elke wet regelt zelf wie als verzekerde geldt.
Werknemer (werknemersverzekeringen): Een natuurlijk persoon in een privaatrechtelijke
of publiekrechtelijke dienstbetrekking die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft
bereikt (art. 3 lid 1 ZW/WW, art. 8 lid 1 WIA).
Privaatrechtelijk = arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW).