Hoofdstuk 12 – Europees recht
12.1. Invloed vanuit Europa
Het nationale recht wordt minder belangrijk, terwijl het Europees recht
steeds belangrijker wordt.
12.2. Het verdrag
Het verdrag is de kern van het Europees recht. Internationale samenwerking
ontstaat o.b.v. een gesloten verdrag tussen twee of meer staten. Wat kan er
allemaal in een verdrag worden geregeld:
• Rechten en plichten tussen staten onderling
• Rechten en plichten voor burgers
• Oprichting van internationale organisaties; EU, VEU, VWEU, etc.
Inhoud
verdrag
Rechten en Oprichting
plichten organisatie
Voor
Voor staten
burgers
Met betrekking tot verdragen moet onderscheid gemaakt worden tussen
instructienormen en normen met directe werking:
* Instructienorm: richt zich tot de overheid en schrijft voor dat de
inhoud van de verdragsbepalingen binnen een bepaalde tijd in een
nationale wet moet zijn opgenomen.
* Norm met directe werking: een verdragsbepaling die zich rechtstreeks
tot de burger richt, waarop die zich (bij de rechter) kan beroepen, in
tegenstelling tot instructienorm.
, 12.3. Verdrag en internationale organisatie
Internationale organisaties die bij verdrag worden opgericht, kunnen twee
soorten karakters hebben:
* Intergouvernementele organisatie: internationale organisatie die de
aaneengesloten staten niet tegen hun wil kan binden aan vanuit de
organisatie genomen besluiten. De lidstaten geven dus niet een deel
van hun soevereiniteit prijs.
à Voorbeeld; Benelux, Raad van Europa.
* Supranationale organisatie: internationale organisatie waaraan de
aaneengesloten staten een deel van hun soevereiniteit afstaan. Op deze
wijze kunnen zij eventueel tegen hun wil gebonden worden aan
besluiten vanuit de organisatie.
à Voorbeeld; de Europese Unie
Karakter internationale
organisatie
Intergouvernementale Supranationale
organisatie organisatie
Behouden Deel souvereiniteit
souvereiniteit afstaan
Als in een verdrag een internationale organisatie in het leven wordt geroepen,
zal deze uit een aantal organen (instellingen) bestaan. Vaak treffen we dan
een wetgevend, bestuurlijk en rechtsprekend orgaan aan.
Als aan bepaalde organen regelgevende bevoegdheden zijn toegekend, zijn de
aangesloten landen (lidstaten) en hun burgers dan aan deze wetgeving
gebonden en kunnen zij zich daarop beroepen?
Intergouvernementele organisatie:
• Wetgevers van intergouvernementele organisaties kunnen alleen
wetten uitvaardigen als alle aangesloten leden daarmee instemmen.
à Hoofdregel: unanimiteit; als één land niet akkoord gaat , komt de
wet er niet doorheen.
• Er is hier ook geen rechtsprekend college dat bij een geschil een
oordeel geeft over de juiste toepassing van verdragsbepalingen.
• Burgers kunnen zich niet rechtstreek op deze wetten beroepen.
12.1. Invloed vanuit Europa
Het nationale recht wordt minder belangrijk, terwijl het Europees recht
steeds belangrijker wordt.
12.2. Het verdrag
Het verdrag is de kern van het Europees recht. Internationale samenwerking
ontstaat o.b.v. een gesloten verdrag tussen twee of meer staten. Wat kan er
allemaal in een verdrag worden geregeld:
• Rechten en plichten tussen staten onderling
• Rechten en plichten voor burgers
• Oprichting van internationale organisaties; EU, VEU, VWEU, etc.
Inhoud
verdrag
Rechten en Oprichting
plichten organisatie
Voor
Voor staten
burgers
Met betrekking tot verdragen moet onderscheid gemaakt worden tussen
instructienormen en normen met directe werking:
* Instructienorm: richt zich tot de overheid en schrijft voor dat de
inhoud van de verdragsbepalingen binnen een bepaalde tijd in een
nationale wet moet zijn opgenomen.
* Norm met directe werking: een verdragsbepaling die zich rechtstreeks
tot de burger richt, waarop die zich (bij de rechter) kan beroepen, in
tegenstelling tot instructienorm.
, 12.3. Verdrag en internationale organisatie
Internationale organisaties die bij verdrag worden opgericht, kunnen twee
soorten karakters hebben:
* Intergouvernementele organisatie: internationale organisatie die de
aaneengesloten staten niet tegen hun wil kan binden aan vanuit de
organisatie genomen besluiten. De lidstaten geven dus niet een deel
van hun soevereiniteit prijs.
à Voorbeeld; Benelux, Raad van Europa.
* Supranationale organisatie: internationale organisatie waaraan de
aaneengesloten staten een deel van hun soevereiniteit afstaan. Op deze
wijze kunnen zij eventueel tegen hun wil gebonden worden aan
besluiten vanuit de organisatie.
à Voorbeeld; de Europese Unie
Karakter internationale
organisatie
Intergouvernementale Supranationale
organisatie organisatie
Behouden Deel souvereiniteit
souvereiniteit afstaan
Als in een verdrag een internationale organisatie in het leven wordt geroepen,
zal deze uit een aantal organen (instellingen) bestaan. Vaak treffen we dan
een wetgevend, bestuurlijk en rechtsprekend orgaan aan.
Als aan bepaalde organen regelgevende bevoegdheden zijn toegekend, zijn de
aangesloten landen (lidstaten) en hun burgers dan aan deze wetgeving
gebonden en kunnen zij zich daarop beroepen?
Intergouvernementele organisatie:
• Wetgevers van intergouvernementele organisaties kunnen alleen
wetten uitvaardigen als alle aangesloten leden daarmee instemmen.
à Hoofdregel: unanimiteit; als één land niet akkoord gaat , komt de
wet er niet doorheen.
• Er is hier ook geen rechtsprekend college dat bij een geschil een
oordeel geeft over de juiste toepassing van verdragsbepalingen.
• Burgers kunnen zich niet rechtstreek op deze wetten beroepen.