,
,Hoofdstuk 1 – Inleiding tot NOC
1.1 Doel en toepassing van NOC
Nursing Outcomes Classification (NOC) systematiseert verpleegkundige zorgresultaten: meetbare toestanden,
gedragingen of percepties die door zorg kunnen veranderen. NOC maakt zichtbaar wat verpleegkundige zorg bij
de patiënt teweegbrengt.
Kernformule:
Interventie → beïnvloeding → patiëntverandering → meetbaar resultaat
NOC ondersteunt:
1. vaststellen van de uitgangssituatie;
2. bepalen van gewenste resultaten;
3. selecteren van indicatoren;
4. scoren van de beginsituatie;
5. evalueren van verandering;
6. bijstellen van zorg.
Voorbeeld:
Bij beperkte mobiliteit wordt niet uitsluitend geregistreerd dat mobiliteitsoefeningen zijn uitgevoerd, maar ook
of het functioneren daadwerkelijk verbetert.
Tegenstelling:
Activiteit Resultaat
Wat wordt gedaan? Wat verandert?
Verpleegkundige handeling Patiëntuitkomst
NIC NOC
NOC verschuift daarmee de aandacht van zorgactiviteit naar zorguitkomst.
1.2 Verpleegkundige zorgresultaten
Een zorgresultaat beschrijft een toestand, gedrag of perceptie van de patiënt die observeerbaar en meetbaar
is. Het resultaat vormt een basis voor systematische evaluatie.
Compact concept:
Resultaat = patiënttoestand + indicatoren + meetschaal
Indicatoren maken een abstract resultaat concreet.
Voorbeeld:
Resultaat: slaapkwaliteit.
Indicatoren: inslaaptijd, slaapduur, nachtelijk ontwaken en ervaren uitgerustheid.
, Niveau Centrale vraag
Zorgresultaat Wat moet veranderen?
Indicator Waaraan is verandering zichtbaar?
Meetschaal In welke mate is het aanwezig?
Evaluatie Is verandering opgetreden?
Een zorgresultaat is daarom meer dan een algemene doelstelling: het vormt een gestandaardiseerde evaluatie-
eenheid.
1.3 Resultaten meten en evalueren
NOC maakt patiëntverandering zichtbaar door indicatoren systematisch te beoordelen. De score representeert de
mate waarin een bepaalde toestand, gedraging of eigenschap aanwezig is.
Basale verandering:
ΔS = S₁ − S₀
waarbij:
S₀ = beginscore;
S₁ = vervolgscore;
ΔS = verandering.
Een positieve verandering betekent alleen verbetering wanneer een hogere score binnen de betreffende schaal
inderdaad een gunstiger toestand representeert.
Evaluatieproces
1. Selecteer een relevant resultaat.
2. Selecteer relevante indicatoren.
3. Bepaal de beginscore.
4. Voer verpleegkundige interventies uit.
5. Herhaal de meting.
6. Vergelijk scores.
7. Interpreteer de verandering.
8. Beoordeel het doelbereik.
9. Stel het zorgplan zo nodig bij.
,Hoofdstuk 1 – Inleiding tot NOC
1.1 Doel en toepassing van NOC
Nursing Outcomes Classification (NOC) systematiseert verpleegkundige zorgresultaten: meetbare toestanden,
gedragingen of percepties die door zorg kunnen veranderen. NOC maakt zichtbaar wat verpleegkundige zorg bij
de patiënt teweegbrengt.
Kernformule:
Interventie → beïnvloeding → patiëntverandering → meetbaar resultaat
NOC ondersteunt:
1. vaststellen van de uitgangssituatie;
2. bepalen van gewenste resultaten;
3. selecteren van indicatoren;
4. scoren van de beginsituatie;
5. evalueren van verandering;
6. bijstellen van zorg.
Voorbeeld:
Bij beperkte mobiliteit wordt niet uitsluitend geregistreerd dat mobiliteitsoefeningen zijn uitgevoerd, maar ook
of het functioneren daadwerkelijk verbetert.
Tegenstelling:
Activiteit Resultaat
Wat wordt gedaan? Wat verandert?
Verpleegkundige handeling Patiëntuitkomst
NIC NOC
NOC verschuift daarmee de aandacht van zorgactiviteit naar zorguitkomst.
1.2 Verpleegkundige zorgresultaten
Een zorgresultaat beschrijft een toestand, gedrag of perceptie van de patiënt die observeerbaar en meetbaar
is. Het resultaat vormt een basis voor systematische evaluatie.
Compact concept:
Resultaat = patiënttoestand + indicatoren + meetschaal
Indicatoren maken een abstract resultaat concreet.
Voorbeeld:
Resultaat: slaapkwaliteit.
Indicatoren: inslaaptijd, slaapduur, nachtelijk ontwaken en ervaren uitgerustheid.
, Niveau Centrale vraag
Zorgresultaat Wat moet veranderen?
Indicator Waaraan is verandering zichtbaar?
Meetschaal In welke mate is het aanwezig?
Evaluatie Is verandering opgetreden?
Een zorgresultaat is daarom meer dan een algemene doelstelling: het vormt een gestandaardiseerde evaluatie-
eenheid.
1.3 Resultaten meten en evalueren
NOC maakt patiëntverandering zichtbaar door indicatoren systematisch te beoordelen. De score representeert de
mate waarin een bepaalde toestand, gedraging of eigenschap aanwezig is.
Basale verandering:
ΔS = S₁ − S₀
waarbij:
S₀ = beginscore;
S₁ = vervolgscore;
ΔS = verandering.
Een positieve verandering betekent alleen verbetering wanneer een hogere score binnen de betreffende schaal
inderdaad een gunstiger toestand representeert.
Evaluatieproces
1. Selecteer een relevant resultaat.
2. Selecteer relevante indicatoren.
3. Bepaal de beginscore.
4. Voer verpleegkundige interventies uit.
5. Herhaal de meting.
6. Vergelijk scores.
7. Interpreteer de verandering.
8. Beoordeel het doelbereik.
9. Stel het zorgplan zo nodig bij.