Begin van sociale zekerheid
Solidariteit en collectiviteit = door wetgeving wordt gezamenlijk zorg gedragen van
individuele risico’s
Verzorgingsstaat = overheid heeft verplichting om burger te vrijwaren tegen gebrek
gezondheid, inkomen enz.
Armenwet (eerste sociale zekerheid) = kerken en gegoede burgerij trokken lot van armen
aan en hielp hen
Ongevallenwet (eerste sociale verzekering) = overheid legde aan werkgevers de
verplichting op premie te betalen om werklieden in gevaarlijke bedrijven te verzekeren tegen
bedrijfsongevallen.
Na tweede wereldoorlog ontwikkelde sociale zekerheid zich snel individu werd niet langer
zelf verantwoordelijk gehouden voor de ellendige omstandigheden waarin hij verkeerde, maar
werd erkend dat op de overheid plicht rustte om bestaanszekerheid van burger te garanderen
Nu wel weer meer eigen verantwoordelijkheid eigen oplossingen zoeken met inzet van
familie en vrienden
Inkomenszekerheid = als inkomen wegvalt, kan burger terugvallen op inkomen in vorm van
periodieke uitkering om verlies van inkomen op te vangen (AOW, WW, WIA, participatiewet
enz.)
Sociaal minimum = sociaal zekerheid garandeert inkomensminimum als inkomen lager is dan
geldende minimum recht op aanvullende bijstand.
Minimumuitkering is gekoppeld aan minimumloon. Bij stijging loon, stijgt ook uitkering (=
koppeling)
Sociale partners = werkgevers- en werknemersorganisaties zij overleggen met organen
van overheid over belangrijke advies: Stichting van Arbeid (STAR) en Sociaal-Economische
Raad (SER)
Werknemersverzekeringen (WW, WAO, WIA en ZW)
Wie verzekerd: werknemers (= personen die op grond van arbeidsovereenkomst
werkzaam zijn verplicht verzekerd)
Territorialiteitsbeginsel = persoon die in België woont maar in Nederland werkt is
verzekerd voor Nederlandse werknemersverzekering
Financiering: werknemers en werkgevers betalen premie dat is gebaseerd op het loon
Uitvoering: UWV
Hoogte uitkering: gerelateerd aan gemiddeld dagloonmag niet hoger dan
maximumdagloon zijn
Uitkering heeft individuele werking houdt geen rekening met vermogen of partner met
inkomen (= partnerinkomenstoets en vermogenstoets)
Duur uitkering: afhankelijk van arbeidsverleden
Volksverzekering (AOW, Wlz, Anw, Zvw)
Wie verzekerd: alle ingezetenen van Nederland
Financiering: iedereen die inkomensbelasting betaald. Bij mensen in loondienst, gebeurt
dit door loonheffing op inkomen. Zelfstandigen krijgen van de Belastingdienst een
aanslag over het inkomen
Uitvoering: Sociale Verzekeringsbank (AOW en Anw), zorgkantoren (Wlz) en
zorgverzekeraars (Zvw)
Hoogte uitkering: minimumloon (AOW en Anw) geen partnerinkomens- en
vermogenstoets
Duur uitkering: hangt NIET af van arbeidsverleden AOW duurt tot overlijden
Iedereen die in NL woont of werkt, betaald van rechtswege mee aan werknemers- en
volksverzekering.
,Sociale voorzieningen (participatiewet, AKW, Wet IOAW, IOW, TW,
Wajong, Wmo, zorgtoeslag en Wet kgb)
Wie gerechtigd: iedere Nederlander en niet-Nederlander die hier rechtmatig verblijft
Financiering: algemene middelen (belastingopbrengst)
Uitvoering: gemeente (Pw, IOAW, Wmo), UWV (TW, Wajong, IOW) en SVB (AKW)
Hoogte uitkering: gerelateerd aan minimumloon en afhankelijk van leefsituatie
meestal wel partnerinkomen- en vermogenstoets
Duur uitkering: zolang het inkomen onder het sociaal minimum ligt
Uitkering van volksverzekering of werknemersverzekering gaat voor
Fraude handhaven sociaal stelsel
Inlichtingenplicht = verstrekken van inlichtingen over inkomsten, samenwonen. Door het
niet geven van juiste informatie kan onterecht (te veel) uitkering ontvangen worden. Geen
schending van plicht als:
Beschikbaarheid = gegevens zijn al opgenomen in registraties waartoe instantie toegang
heeft
Kwaliteit = gegevens voldoende actueel en volledig zijn ten aanzien van doel waarvoor ze
gebruikt worden
Inspanningsplicht = verplichtingen die inspanning van betrokkene vergen, bijv. meewerken
aan re-integratie of verzekeringsarts bezoeken.
Misbruik = mensen maken onterecht gebruik van uitkering leidt tot fraude (= als er een
verwijtbare overtreding van inlichtingenplicht resulteert in onverschuldigde betaling en
verwijtbaarheid). Bij misbruik en fraude gaat het om informatieverplichtingen.
Fraude kan via belastingdienst, UWV, SVB en gemeente (anoniem) gemeld worden
wordt dan controle en opsporing gedaan.
Vroeger waren kleine overtredingen als ‘fraude’. Dit zorgde voor schrijnende gevallen
ontstaan fraudewet om sanctiesysteem aan te passen.
Handhaving omvat 4 fases:
1. Voorlichting = ter voorkoming van overtredingen en fraude (bijv. campagnes, reclame,
bijeenkomsten)
2. Dienstverlenging = goede afspraken maken en daaraan houden kan sanctioneren
voorkomen (bijv. eenvoudigere formulieren, duidelijk vermelden van rechten en plichten,
telefonisch/per mail bereikbaar zijn) gaat om rechtmatig, doelmatig en klantgericht
handelen
3. Controle en opsporing = moet tijdig door medewerkers van uitkeringsinstanties
gesignaleerd worden (bijv. risicoprofielen vaststellen, trainingen op fraude-alertheid en
samenwerken met recherche)
- Uitvoeringsorgaan heeft algemene onderzoeksbevoegdheid. Er i geen voorafgaand
feit, signaal of vermoeden nodig voor onderzoek.
4. Sanctioneren en terugvorderen = te veel betaalde uitkering wordt teruggevorderd en
bij verwijtbaar overtreden van de regels wordt er gesanctioneerd
- Maatregel (herstellende sanctie) = niet of niet behoorlijk nakomen van
inspanningsplicht (verlaging of uitsluiting van uitkering) kan niet samen worden
opgelegd met boete
- Boete (bestraffende sanctie) = niet of niet behoorlijk nakomen van
inlichtingenplicht te veel gekregen uitkering wordt teruggevorderd (=
benadelingsbedrag) kan niet samen worden opgelegd met maatregel
- Waarschuwing (herstellende sanctie) = als uitkeringsinstantie financieel niet is
benadeeld door gedraging bij herhaling kan wel boete of maatregel volgen
Intrekken, herzien, terugvorderen, verrekenen en invorderen
Intrekken = recht op uitkering heeft niet bestaan. Uitkering stopt dan met
terugwerkende kracht.
Herziening = recht op uitkering blijft bestaan, alleen hoogte is lager.
Terugvorderen = geen rechtsgrond waarop uitkering ontvangen mocht worden en
daarom moet (te veel) betaalde uitkering terugbetaald worden. Bij gemeente is alleen bij
schending van inspanningsverplichting geen verplichte terugvordering. Bij UWV en SVB is
op alle vlakken terugvordering verplicht.
, - Zesmaandenjurisprudentie = als door stilzitten van college de te veel/onterechte
betaling van uitkering te laat wordt opgemerkt, KAN er terugvordering zijn van
maximaal 6 maanden, tenzij inlichtingenplicht.
Verrekenen = opgelengde boete wordt verrekend met uitkering. Kan alleen gedurende
tijd dat uitkering wordt ontvangen instantie is in beginsel verplicht dit te doen bij
lopende uitkering.
Invorderen = innen van de te veel betaalde uitkering met mogelijk om in termijnen af te
lossen
Bezwaar (appellabel = besluit waar je beroep op mag doen)
Rechtmatigheidstoetsing = overeenstemming met geschreven en ongeschreven recht
Doelmatigheidstoetsing = doeltreffend, efficiënt en effectief
Ex nunc-toetsing = heroverweging beoordelen aan de hand van de situatie in het
heden (NU)
Bezwaarde mag door het indienen van bezwaar niet slechter afzijn (= verbod van
reformatio in peius) duidelijke fout in oorspronkelijke besluit mag wel worden
hersteld
Geen bezwaar bij algemene verbindende voorschriften en beleidsregels
Geen schorsende werking besluit waartegen bezwaar is gemaakt, kan gewoon
uitgevoerd worden je kan rechter verzoeken om voorlopige voorziening
Functies bezwaar
Herkansing voor het bestuursorgaan gemaakte fouten herstellen
Rechtsbescherming voor de belanghebbende doelmatigheid toetsen
Uitkristallisering alle feiten/argumenten komen op tafel, zodat eventuele gerechtelijke
procedure sneller gaat
Zeeffunctie bezwaar wordt ingetrokken door compromis of omdat de bezwaarde zich
bij de zaak neerlegt.
Procedure
Indiening: bij het bestuursorgaan die het besluit heeft genomen Doorzendplicht =
bezwaar wordt ingediend bij verkeerde bestuursorgaan en wordt doorgestuurd naar het
goede bestuursorgaan.
- Pro forma bezwaarschrift = bezwaarde geeft alleen aan dat hij bezwaar maakt en
geeft later pas redenen
Ontvankelijkheidstoets: Nagaan of het aan de formele eisen is voldaan kans geven om
dit alsnog te doen. Doet hij dit niet of niet tijdig, dan kan het bezwaar niet-ontvankelijk
worden verklaard.
Indieningstermijn: binnen 6 weken na de dag waarop besluit bekend is gemaakt
ontvangsttheorie = datum van ontvangst bestuursorgaan is bepalend en niet datum
van verzending bezwaar
Ontvangstbevestiging: ontvangst van bezwaarschrift moet worden bevestigd aan de
indiener
Hoorplicht: tenzij bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, kennelijk ongegrond (gronden zijn
niet aangevuld), als belanghebbende niet gehoord wil worden of als beslissing na
heroverweging volledig aan bezwaar tegemoetkomt tot 10 dagen mogen extra
gegevens/bewijsstukken worden verstuurd naar bestuursorgaan
Hoorzitting: door bestuursorgaan of bezwaarcommissie wordt verslag van gemaakt
Advies: bezwaarcommissie geeft schriftelijk advies over rechtmatig- en doelmatigheid
van besluit
Beslissing op bezwaar
Binnen 6 weken na ontvangst van bezwaar of binnen 12 weken als er bezwaarcommissie
is ingeschakeld bij niet (tijdig) besluit verbeurt bestuursorgaan dwangsom aan
aanvrager niet tijdig nemen van beslissing wordt aangemerkt als besluit kan beroep
instellen tegen de fictieve weigering
Contrair gaan = afwijken van advies van bezwaarcommissie wel motiveren
3 beslissingen mogelijk:
- Niet-ontvankelijk bezwaarde is bijvoorbeeld geen belanghebbende