Steekproef indien: als populatie heel groot is (veel geld & tijd); als de
populatie onbekend is.
Steekproefplan:
1. Vaststellen vd doelpopulatie en operationele populatie
2. Type steekproef kiezen (kans- of niet-kans)
3. Kanssteekproef: bepaal steekproefkader risico v over- of
onderdekken
4. Bepaal steekproefomvang rekening met non-respons (oversampling)
5. Praktische uitvoering vooraankondiging, enquête, tijdstip
Houd bij aselecte steekproef rekening met het feit dat niet alle
‘uitgenodigden’ ook daadwerkelijk meedoen en selectiviteit: degene
die mee willen doen, zijn vaak al actieve / betrokken personen met een
belang, en dus niet altijd goede afspiegeling.
aselecte steekproef is per definitie een goede afspiegeling van de
doelgroep.
Kans- en niet-kanssteekproeven:
kanssteekproef / aselect:
steekproefkader & steekproefomvang is bekend
trekkingskansen van alle elementen is gelijk
selectie is random (aselect)
steekproef is representatief, statistische generalisatie is mogelijk
Kanssteekproeven (aselect):
1. enkelvoudige aselecte steekproef: een random deel vd populatie op
toeval trekken
2. systematische steekproef: steekproef nemen,
toevalsgetal nemen
3. gestratificeerde steekproef: populatie verdelen in
‘natuurlijke’ groepen
proportionele gestratificeerde steekproef: aantal
deelnemers verhogen o.b.v. totale populatie (dia 13)
voordeel: gelijke steekproeffracties = direct generaliseerbaar; maar
groepsgrootte is niet altijd optimaal
niet-proportionele steekproef: dia 14
4. Clustersteekproef: populatie verdelen in representatieve groepen,
aselect selecteren binnen clusters alle eenheden binnen cluster nemen
5. Meertrapssteekproef: aselect cluster selecteren, hierbinnen aselecte
steekproef
Niet-kanssteekproeven (niet-aselect):
selectie gebaseerd op assumpties over populatie, of willekeur
trekkingskansen zijn onbekend
selectie is niet random
, representativiteit is niet aannemelijk, statistische generalisatie is niet
mogelijk
gemakssteekproef: convenience sample: niet wetenschappelijk
interessant; enquêteur neemt degenen die op dat moment snel
beschikbaar zijn.
Doelgerichte steekproef: purposive sampling: verzamelnaam voor
verschillende methodes waarbij deelnemers bewust worden gekozen o.b.v.
kenmerken die ze hebben. Vorm van niet-aselecte steekproef:
quota steekproef: onderzoeker bepaalt aantallen per subgroep (quota),
o.b.v dit groepskenmerk worden dan de juiste verhoudingen
gegarandeerd. Per subgroep wordt gemakssteekproef toegepast.
theoretische steekproef: selectie v participanten o.b.v. de theorie die je
aan het vormen bent. Deze theoretische overwegingen vormen de sturing
vd selectie steekproef ontwikkeld zich in de loop vd theoretische
analyse, staat niet direct vast.
o.b.v. grounded theory: analyse opbouwen o.b.v. empirische
werkelijkheid
sneeuwbal steekproef: onderzoeker legt contact met kleine groep
relevante mensen, en gebruikt deze om contact te leggen met anderen
ingezet voor moeilijk bereikbare groepen.
Internetpeilingen: deelnemer bepaald invullen zelf (peiling op NOS,
lezer bepaald deelname). ook bepaald door relevantie, dus wel bias
gevoelig: enkel mensen die zich aangetrokken voelen, zullen het
invullen onzinantwoorden
Non-respons: ratio verschilt per bevolkingsgroep
algehele non-respons: respondent niet traceerbaar, weigering
Gedeeltelijk / item non-respons: niet alle vragen (correct) ingevuld.
effect: omvang van responsgroep wordt kleiner = afname
betrouwbaarheid
en er kan selectieve non-respons zijn = afname representativiteit /
geldigheid
minimaliseren door: vooraankondiging, goede layout, persoonlijk, goed
tijdstip
Mediatie: het effect dat een andere factor heeft, vaak verklarend. Het
effect dat deze factor heeft op de relatie tussen een afhankelijke en
onafhankelijke variabele.
Moderatie: of effect van onafhankelijke variabele op de afhankelijke
variabele, varieert met bijkomstigheid van een derde variabele.
(deel over data-analyseplan staat in literatuur verwerkt)
populatie onbekend is.
Steekproefplan:
1. Vaststellen vd doelpopulatie en operationele populatie
2. Type steekproef kiezen (kans- of niet-kans)
3. Kanssteekproef: bepaal steekproefkader risico v over- of
onderdekken
4. Bepaal steekproefomvang rekening met non-respons (oversampling)
5. Praktische uitvoering vooraankondiging, enquête, tijdstip
Houd bij aselecte steekproef rekening met het feit dat niet alle
‘uitgenodigden’ ook daadwerkelijk meedoen en selectiviteit: degene
die mee willen doen, zijn vaak al actieve / betrokken personen met een
belang, en dus niet altijd goede afspiegeling.
aselecte steekproef is per definitie een goede afspiegeling van de
doelgroep.
Kans- en niet-kanssteekproeven:
kanssteekproef / aselect:
steekproefkader & steekproefomvang is bekend
trekkingskansen van alle elementen is gelijk
selectie is random (aselect)
steekproef is representatief, statistische generalisatie is mogelijk
Kanssteekproeven (aselect):
1. enkelvoudige aselecte steekproef: een random deel vd populatie op
toeval trekken
2. systematische steekproef: steekproef nemen,
toevalsgetal nemen
3. gestratificeerde steekproef: populatie verdelen in
‘natuurlijke’ groepen
proportionele gestratificeerde steekproef: aantal
deelnemers verhogen o.b.v. totale populatie (dia 13)
voordeel: gelijke steekproeffracties = direct generaliseerbaar; maar
groepsgrootte is niet altijd optimaal
niet-proportionele steekproef: dia 14
4. Clustersteekproef: populatie verdelen in representatieve groepen,
aselect selecteren binnen clusters alle eenheden binnen cluster nemen
5. Meertrapssteekproef: aselect cluster selecteren, hierbinnen aselecte
steekproef
Niet-kanssteekproeven (niet-aselect):
selectie gebaseerd op assumpties over populatie, of willekeur
trekkingskansen zijn onbekend
selectie is niet random
, representativiteit is niet aannemelijk, statistische generalisatie is niet
mogelijk
gemakssteekproef: convenience sample: niet wetenschappelijk
interessant; enquêteur neemt degenen die op dat moment snel
beschikbaar zijn.
Doelgerichte steekproef: purposive sampling: verzamelnaam voor
verschillende methodes waarbij deelnemers bewust worden gekozen o.b.v.
kenmerken die ze hebben. Vorm van niet-aselecte steekproef:
quota steekproef: onderzoeker bepaalt aantallen per subgroep (quota),
o.b.v dit groepskenmerk worden dan de juiste verhoudingen
gegarandeerd. Per subgroep wordt gemakssteekproef toegepast.
theoretische steekproef: selectie v participanten o.b.v. de theorie die je
aan het vormen bent. Deze theoretische overwegingen vormen de sturing
vd selectie steekproef ontwikkeld zich in de loop vd theoretische
analyse, staat niet direct vast.
o.b.v. grounded theory: analyse opbouwen o.b.v. empirische
werkelijkheid
sneeuwbal steekproef: onderzoeker legt contact met kleine groep
relevante mensen, en gebruikt deze om contact te leggen met anderen
ingezet voor moeilijk bereikbare groepen.
Internetpeilingen: deelnemer bepaald invullen zelf (peiling op NOS,
lezer bepaald deelname). ook bepaald door relevantie, dus wel bias
gevoelig: enkel mensen die zich aangetrokken voelen, zullen het
invullen onzinantwoorden
Non-respons: ratio verschilt per bevolkingsgroep
algehele non-respons: respondent niet traceerbaar, weigering
Gedeeltelijk / item non-respons: niet alle vragen (correct) ingevuld.
effect: omvang van responsgroep wordt kleiner = afname
betrouwbaarheid
en er kan selectieve non-respons zijn = afname representativiteit /
geldigheid
minimaliseren door: vooraankondiging, goede layout, persoonlijk, goed
tijdstip
Mediatie: het effect dat een andere factor heeft, vaak verklarend. Het
effect dat deze factor heeft op de relatie tussen een afhankelijke en
onafhankelijke variabele.
Moderatie: of effect van onafhankelijke variabele op de afhankelijke
variabele, varieert met bijkomstigheid van een derde variabele.
(deel over data-analyseplan staat in literatuur verwerkt)