Hoorcollege 2: benaderingen van onderzoek en
empirische/regulatieve cyclus
Conceptueel model: theoretisch raamwerk met blokken, pijlen en
kaders.
Bij interactie: moderator zorgt voor een ander
effect (B). Bijv. dat mannen en vrouwen allebei
veiligheid anders ervaren, dus geslacht is de
moderator.
statistische waarde (coëfficiënt,
criminaliteitscijfers etc.), en weerbaarheid
gebruikt om gevoel van veiligheid te meten: niet enkel empirische data.
Bij de mediator: ‘weerbaarheid’ kan verklaring zijn voor effect van
leefbaarheid op gevoel van veiligheid. Als je jonger bent kan je je
weerbaarder voelen, maar ook misschien wel kwetsbaarder. Is dus geen
directe verklaring.
Bij de indirecte relatie is dat wel zo.
Kenmerken van sociaalwetenschappelijk onderzoek:
1. Theorievorming: streven naar systematische kennis
dmv theorievorming: samenhangend geheel van uitspraken
waarmee geprobeerd wordt om sociale verschijnselen te
beschrijven, verklaren of voorspellen.
2. Empirisch: gebaseerd op zintuiglijke waarneming
3. Cumulatief: bouwt voort op bestaande kennis
4. Systematisch: volgens gestandaardiseerde regels: betrouwbaar,
controleerbaar
5. Wetenschappelijke integriteit: eerlijkheid, zorgvuldigheid,
transparantie, onafhankelijkheid, verantwoordelijkheid
Methodes van gegevensverzameling:
- Primair: gegevens zelf verzamelen.
kwantitatieve methodes, observaties, surveys,
experimenten
-> kwalitatieve methodes: diepte-interviews,
focusgroepen
participerende observaties
- Secundair: gebruik van al bestaande gegevens.
statistieken en registraties
secundaire analyses
systematische literatuurreview
, Kwalitatieve methode om met tekst te werken:
discoursanalyse: om geschreven tekst te onderzoeken in relatie tot de
sociale context. Discoursanalyse houd zicht bezig met taalkundige aard
van de boodschap en hoe teksten worden verfraaid.
Kwantitatieve methode om met tekst te werken:
inhoudsanalyse: op systematische wijze kwantificeren van inhoud m.b.v.
vooropgestelde categorieën zoals woorden/woordgroepen; welke woorden
worden samen gebruikt?
Tekstanalyse: bredere categorie met inhoudsanalyse (kwantitatief) en
argumentatieve analyse (kwalitatief).
Beleidsanalyse: gebruikt door planologen als synoniem voor kwalitatieve
analyse (van een tekst/discours). Maar is onjuist gebruik hiervan! Het
kan beide methodes zijn.
In realiteit is onderscheid tussen kwalitatief/kwantitatief niet heel
scherp:
- er is geen 1-1 relatie tussen benadering & epistemologie/ontologie
- inductie vs. deductie: bij kwalitatief onderzoek komt theorie vaak ook
achteraf pas, en kwalitatief onderzoek leidt niet altijd tot theorievorming.
Vaak is er ook een theoretisch startpunt.
- kwantitatieve onderzoekers zijn ook geïnteresseerd in betekenisgeving
(ze proberen te meten, kwalitatieve onderzoekers doen niet aan meten)
- getallen zijn niet perse afwezig in kwalitatief onderzoek (quasi-
kwantificatie: de meeste, sommige..)
- kunstmatige vs. natuurlijke setting: niet al het kwalitatief onderzoek vind
plaats in een natuurlijke setting
Mixed methods onderzoek: combineert elementen van kwantitatief en
kwalitatief onderzoek, om op die manier je onderzoeksvraag goed te
beantwoorden:
- triangulatie: resultaten van de ene methode worden vergeleken met
resultaten van andere methode (dubbel check)
- facilitair: ene methode staat in dienst van de andere methode
- complementair: met verschillende methodes worden verschillende
vragen in het onderzoek beantwoord
empirische/regulatieve cyclus
Conceptueel model: theoretisch raamwerk met blokken, pijlen en
kaders.
Bij interactie: moderator zorgt voor een ander
effect (B). Bijv. dat mannen en vrouwen allebei
veiligheid anders ervaren, dus geslacht is de
moderator.
statistische waarde (coëfficiënt,
criminaliteitscijfers etc.), en weerbaarheid
gebruikt om gevoel van veiligheid te meten: niet enkel empirische data.
Bij de mediator: ‘weerbaarheid’ kan verklaring zijn voor effect van
leefbaarheid op gevoel van veiligheid. Als je jonger bent kan je je
weerbaarder voelen, maar ook misschien wel kwetsbaarder. Is dus geen
directe verklaring.
Bij de indirecte relatie is dat wel zo.
Kenmerken van sociaalwetenschappelijk onderzoek:
1. Theorievorming: streven naar systematische kennis
dmv theorievorming: samenhangend geheel van uitspraken
waarmee geprobeerd wordt om sociale verschijnselen te
beschrijven, verklaren of voorspellen.
2. Empirisch: gebaseerd op zintuiglijke waarneming
3. Cumulatief: bouwt voort op bestaande kennis
4. Systematisch: volgens gestandaardiseerde regels: betrouwbaar,
controleerbaar
5. Wetenschappelijke integriteit: eerlijkheid, zorgvuldigheid,
transparantie, onafhankelijkheid, verantwoordelijkheid
Methodes van gegevensverzameling:
- Primair: gegevens zelf verzamelen.
kwantitatieve methodes, observaties, surveys,
experimenten
-> kwalitatieve methodes: diepte-interviews,
focusgroepen
participerende observaties
- Secundair: gebruik van al bestaande gegevens.
statistieken en registraties
secundaire analyses
systematische literatuurreview
, Kwalitatieve methode om met tekst te werken:
discoursanalyse: om geschreven tekst te onderzoeken in relatie tot de
sociale context. Discoursanalyse houd zicht bezig met taalkundige aard
van de boodschap en hoe teksten worden verfraaid.
Kwantitatieve methode om met tekst te werken:
inhoudsanalyse: op systematische wijze kwantificeren van inhoud m.b.v.
vooropgestelde categorieën zoals woorden/woordgroepen; welke woorden
worden samen gebruikt?
Tekstanalyse: bredere categorie met inhoudsanalyse (kwantitatief) en
argumentatieve analyse (kwalitatief).
Beleidsanalyse: gebruikt door planologen als synoniem voor kwalitatieve
analyse (van een tekst/discours). Maar is onjuist gebruik hiervan! Het
kan beide methodes zijn.
In realiteit is onderscheid tussen kwalitatief/kwantitatief niet heel
scherp:
- er is geen 1-1 relatie tussen benadering & epistemologie/ontologie
- inductie vs. deductie: bij kwalitatief onderzoek komt theorie vaak ook
achteraf pas, en kwalitatief onderzoek leidt niet altijd tot theorievorming.
Vaak is er ook een theoretisch startpunt.
- kwantitatieve onderzoekers zijn ook geïnteresseerd in betekenisgeving
(ze proberen te meten, kwalitatieve onderzoekers doen niet aan meten)
- getallen zijn niet perse afwezig in kwalitatief onderzoek (quasi-
kwantificatie: de meeste, sommige..)
- kunstmatige vs. natuurlijke setting: niet al het kwalitatief onderzoek vind
plaats in een natuurlijke setting
Mixed methods onderzoek: combineert elementen van kwantitatief en
kwalitatief onderzoek, om op die manier je onderzoeksvraag goed te
beantwoorden:
- triangulatie: resultaten van de ene methode worden vergeleken met
resultaten van andere methode (dubbel check)
- facilitair: ene methode staat in dienst van de andere methode
- complementair: met verschillende methodes worden verschillende
vragen in het onderzoek beantwoord