2.2 TG
Aantekeningen tekst de Swaan
(jonge) mensen trekken stad in wegens avontuur en verschillende prikkels → steden 19e eeuw
vormde interne frontier → overschot mensen → veel daklozen die gevaar vormen voor
stadsbewoners → aggregatietoestand → dicht op elkaar leven
Urbanisatie is absorptie immigranten strijdt gevestigde bevolking en recente ´buitenstaanders´
→ nieuwkomers beschouwd als gevaar → sociale en ruimtelijke segregatie versterkt → door
wrijving waren maatregelen nodig → voorbode verzorgingsstaat → irritaties nieuwelingen →
veel gepropt in hotels waar ze samenleefde en alles op straat kwam (ontlasting en afval) en
alle beroepen werden hier uitgevoerd (slachter en timmerman etc) → er was veel kindersterfte
en onveiligheid. Hierdoor was isolatie van gevolgen onder andere mogelijk en het stadsleven
bracht onzekerheid.
Epidemie cholera 1832 ruim 1800 slachtoffers in Engeland en Parijs hadden een complot dat
rijken de arme wilden uitroeien en andersom dat rijken dachten dat armen gestraft werden
voor vieze gewoontes → collectiviteit wordt vaak in gevaar gebracht → medische en stedelijke
politie moesten gedrag burgers beheersen
2 begrippen: idee universele politie en een specifiek netwerk
→ steden steeds netter en georganiseerd
Stadsplanning → belastingen omhoog voor betere veiligheid → bevolkingsdichtheid stijgt dus
huren stijgen en de armen lijden hieronder → steeds modernere en betere voorzieningen
Slagaderlijk-stelsel (waterleidingen en riolering)kringlopen : miasmatheorie: ziekten door
stoffen van afval → betere afvoer nodig dus uitstroom afvalwater en instroom drinkwater
(riolering)
- Reusachtigen onomkeerbaar maar ook collectief
- Probleem vervuiling anders gedefinieerd: eerst individueel wangedrag en later
collectief probleem
- Arme en rijke buurten: ruimtelijke segregatie vooruit en mensen moesten met verkeer
door andere wijken
- Spoorwegaanleg was goed voor investering lange termijn
,2.4 VC | K | Beleid & bestuur in de zorg: een verkenning
Wat is het object van de bestuurswetenschappen
→ kijken naar inrichting en werking van openbaar bestuur.
Inrichting:
- Welke organisaties actief
- Welke taken uitgevoerd
- Hoe verhouden tot elkaar
Werking:
- Hoe komt beleid tot stand?
- Wat zijn de effecten van beleid?
Onderzoek voor beleid
- Kennis aanleveren voor beleidskeuzes
- Hoe kan je economie beste inrichten dat de beste keuzes worden gemaakt
- Hoe kan je een wet zo formuleren dat de werking gerealiseerd wordt.
- Evalueren van beleid - worden doelen gehaald?
- Organiseren
- Herformuleren wetten
Onderzoek van beleid
- Hoe kunnen we de ontwikkeling van beleid begrijpen
- Hoe verklaren en waarom is taak gezondheidszorg van de overheid?
- Begrijpen beleid zelf
- Zou de wereld er ook anders uit kunnen zien?
Centrale begrippen
1. Beleid: het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde middelen
a. Wij hebben het over publieke doelen waarbij de overheid betrokken is
b. Middelen inzetten om dit te bereiken
2. Politiek: de strijd om beleid tussen verschillende (politieke) partijen en of
belangengroepen
a. Verschillende partijen hebben verschillende meningen over de zorg
3. Beleidsproces: het verloop van gebeurtenissen rondom
(totstandkoming, uitvoering, beëindiging) van beleid
4. Besturing: het geheel van spelregels rondom
beleidsproces
a. Wie is er betrokken bij het beleidsproces en hoe
is de zorg georganiseerd
, 5. De beleidscyclus: agendavorming → beleidsvoorbereiding(verkenning) →
beleidsbepaling → beleidsuitvoering → beleidsevaluatie → Beleid Terugkoppeling →
agendavorming etc.
6. Beleidsverandering
a. Beleid is padafhankelijk: als er bepaald keuze in beleid is gemaakt is het moeilijk
hier vanaf te wijken
b. Incrementele verandering: beleid in kleine stapjes verandert
c. Radicale verandering: beleid in grote stappen (verbod, komt weinig voor)
d. Eerste orde verandering: kleine aanpassing beleidsinstrumenten
e. Tweede orde verandering: inzet nieuwe beleidsinstrumenten
f. Derde orde verandering: radicale veranderingen (verbod)
7. Gelaagdheid
a. Internationale, nationale, regionale, organisatorische en praktische ´lagen´ die
met elkaar interacteren
b. Verhouding tussen macro(nationaal-internationaal), meso(organisatie) en
micro(werkvloer)
Gezondheidszorgbeleid:
- beleid gericht op functioneren gezondheidszorg
- Publieke doelen: toegankelijke, doelmatige en kwalitatief goede zorg
- Belangrijkste overheidsorgaan: ministerie van Volksgezondheid, welzijn en sport (VWS)
- Andere overheidsorganen: Zorginstituut, Zorgautoriteit, Inspectie, gemeenten
- Maatschappelijke groepen: zorgorganisaties, verzekeraars, patiënten en
beroepsgroepen.
Gezondheidsbeleid:
- beleid gericht op bevorderen van volksgezondheid
- Veel bredere verantwoordelijkheid overheid: gezondheid
wordt door vele factoren beïnvloed (model Ladonde → )
- Brede maatschappelijke betrokkenheid
Sturingsmodellen
- Geheel van regels rond beleidsproces (en de praktijk
daarvan) en de manier waarop de zorg is georganiseerd
- 4 modellen (merk op, Maarse heeft nog een 5de:
anarchie)
, 1. Staat/ hiërarchie
a. Dominante manier besluitvorming: top down
b. DOminant sturingsmechanisme: regulering/ wetgeving
c. Dominante organisatievorm: overheid als uitvoerder
d. Voorbeeld: National Health Service
2. Markt
a. Dominante manier van besluitvorming: competitie (onzichtbare hand)
b. Dominant sturingsmechanisme: contract
c. Dominante organisatievorm: private partijen
d. Voorbeeld: Verenigde Staten
3. Polder/ netwerk
a. Dominante manier van besluitvorming: gemeenschappelijk overleg
b. Dominante sturingsmechanisme: consensus
c. Dominante organisatievorm: overheid verantwoordelijk, private uitvoering
d. Voorbeeld: Duitsland (en Nederland veel trekjes)
4. Gemeenschap/ zelfregulering
a. Dominante manier van besluitvorming: overleg
b. Dominante sturingsmechanismen: richtlijnen, opleiding, socialisering
c. Dominante organisatievorm: vereniging, lokale gemeenschap
d. Voorbeeld: artsen
Let op: in praktijk altijd mengvorm, maar wel verschillen tussen landen, sectoren en in de tijd.
2.5 VC gezondheid als publiek probleem
Bestuurswetenschappen:
Onderzoek voor en na beleid
- Voor: economisch of juridisch onderzoek leidt tot info voor beleidsmakers om besluiten
te maken
- Na: beleidswetenschappen bestuderen vanuit beleid, hoe ziet totstandkoming eruit
Gezondheid als publiek probleem
- Is niet gegeven - waar economisch en juridisch verklaringen van van uit gaan
Historisch proces
- Toenemende interdependentie → publiek belang
- Toenemende kennis → causaal verhaal
- Toenemende technische en bestuurlijke mogelijkheden