Strafrechtelijk ingrijpen – jeugdige/jongvolwassene is in aanraking gekomen met politie
vanwege een strafbaar feit; binnen jeugdstrafrechtketen wordt strafrechtelijke interventie
bepaald
Civielrechtelijk ingrijpen – maatregelen en interventies ter bescherming van jeugdige
Forensische orthopedagogiek onderzoekt de effectiviteit van preventieve en curatieve
interventies onder praktijkrepresentatieve condities
Bio-ecologisch ontwikkelingsmodel – ontwikkeling als samenspel van aanleg en
omgeving
- Ecologisch: meerdere (causale) invloeden worden bestudeerd
- Ontwikkeling: sociale context en belang van risico- en beschermende factoren
Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) als leidraad
- Artikel 3: belangen van het kind vormen eerste overweging
- Artikel 9: een kind wordt niet gescheiden van zijn ouders tenzij noodzakelijk
- Artikel 12: kind dient gehoord te worden – oa eigen mening vormen en uiten
- Artikel 16: geen onderwerping aan willekeurige/onrechtmatige inmenging in
privéleven, gezinsleven, woning of correspondentie & geen aantasting eer/naam
Focus forensische orthopedagogiek op evidence-based & waarden
Primum non nocere-principe geldt – breng in de eerste plaats geen schade toe; meest
strenge criteria van wetenschappelijk onderzoek
Onderzoeksdoeleinden forensische orthopedagogiek
- Bestuderen van verschillende manifestaties van problemen waar justitieel ingrijpen
nodig is of dreigt – welke factoren verhogen/verlagen kans op ongunstige uitkomst
- Ontwikkelen en evalueren van preventieve en curatieve interventies
- Ontwikkelen en verbeteren van methoden om gegevens te verwerven, risico’s in te
schatten en juiste interventies te kunnen indiceren en te analyseren
- Zorgen voor theoretische integratie in het onderzoek dmv overzichtsstudies
,Hoofdstuk 2 – Forensische orthopedagogiek: een juridisch kader
Kernpunten
- Verantwoordelijkheid voor toegankelijkheid en kwaliteit van gehele spectrum aan
jeugdhulp ligt bij gemeenten
- Inspraak en participatie van kinderen en ouders verdient meer aandacht
- Opname in residentiële instelling en/of uithuisplaatsing als ultimum remedium
(alleen bij zwaarwegende redenen)
Internationale Verdrag van de Rechten van het Kind (IVRK) is het belangrijkste
instrument voor de bescherming van het kind
- Verplicht ouders te ondersteunen in de verzorging en opvoeding van hun kind
Jeugdwet
- Gemeente verantwoordelijk voor alle aangeboden jeugdhulp en de uitvoering van
kinderbeschermingsmaatregelen
- Jeugdhulp niet voor alle kinderen, jongeren en ouders eenvoudig toegankelijk
- Behoefte aan betere informatievoorziening voor meer toegankelijke weg naar hulp
- Onvoldoende leggen van verbindingen tussen jeugdhulp en andere domeinen
- Tussen gemeenten veel diversiteit binnen werkwijze en samenstelling van teams
- Aanbeveling: lokale teams kunnen direct hulp bieden en beschikken over
professionaliteit en specialistische expertise + eenduidig beleid uitvoeren door
de diverse gemeenten
Jeugdrecht: civiel- en strafrecht
- Artikel 4.1.1 jeugdwet: er moet verantwoorde hulp worden geboden – van goed
niveau die veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en is
afgestemd op reële behoefte van jeugdige of ouder
- Artikel 6.3.1 jeugdwet: vrijheidsbeperkende maatregelen alleen wanneer opgenomen
in hulpverleningsplan, noodzakelijk voor veiligheid jeugdige/anderen of ter
overbrugging van tijdelijke noodsituatie
- Rechter kan maatregelen toetsen aan beginselen van subsidiariteit,
proportionaliteit en doelmatigheid
- Drang (preventieve jeugdbescherming) kent geen wettelijke basis
- Tussen vrijwillige jeugdhulp en gedwongen jeugdhulpkader in
Adolescentenstrafrecht – 18- tot 23-jarigen onder bepaalde condities volgens jeugdstrafrecht
gesanctioneerd
- Betreft een verruiming van de leeftijdsgrens voor toepassing jeugdstrafrecht
- Betreft meer nadruk op advisering door OM en NIFP aan de rechter
- In praktijk relatief vaak bij jongvolwassenen met LVB en bij wie sprake is van
meervoudige problematiek
,Het vertrouwenswerk: het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ) versus de Belgische
vertrouwenspersoon
- Artikel 1.1. jeugdwet: onafhankelijke vertrouwenspersoon als persoon die jeugdigen,
ouders of pleegouders op hun verzoek ondersteunt
- In België een aangewezen vertrouwenspersoon uit eigen omgeving die hen helpt hun
rechten en belangen te behartigen
- In NL ontbreekt die band; 1e stap met invoering Jouw Ingebrachte Mentor (JIM)
Hoofdstuk 29 – Geschiedenis van de residentiële jeugdhulp
Eerste vorm van residentiële jeugdhulp (weeshuis) in Nederland in 1491; in 1833 eerste
jeugdgevangenis
Kinderwetten ingevoerd in 1905 – heropvoeding boven vergelding + overheid kon ingrijpen
als ouders taak als opvoeder verwaarloosden
Na Tweede Wereldoorlog professionalisering van de jeugdhulp
- Meer richtlijnen en voorkeur voor instellingen goedgekeurd door overheid
- Gemiddelde groepsgrootte daalde en meer pedagogische medewerkers per groep
- 1947 en 1949: ontstaan landelijk gewaarborgd diploma voor jeugdzorg
- Kinderbescherming-A en Kinderbescherming-B
- Vanaf jaren 50 meer inzicht in sociologie, psychologie en pedagogiek
Jaren 60 en 70 als keerpunt
- Repressieve model steeds meer vervangen door beschermingsmodel
- Hulp vaker in vrijwillige kader zonder band met verzorgers te verbreken en dichterbij
het leefsysteem
- 1965: residentiële zorg moet bij wet georganiseerd worden naar behandeling ipv
naar levensbeschouwing → sterke afname aantal instellingen in jaren 70 en 80
Eind 20e eeuw: herstructurering
- Eind jaren 80: afname aantal grootschalige instellingen en toename aantal
kleinschalige vormen van residentiële jeugdhulp
- Veel instellingen fuseerden – jeugdhulp geboden door multifunctionele organisaties
Afgelopen decennia: verregaande professionalisering en evidence-based behandeling
- Steeds meer psychiatrisch-orthopedagogische behandelinstituten met methodische
aanpak en systematische evaluatie
- Van beschermingsmodel naar behandelmodel (door inzichten uit neurobiologie)
- Berg aan literatuur over effectieve elementen van behandeling (evidence-based)
- Instellingen van aanbodgericht naar vraaggericht → individueel behandelplan
- Nadruk op systemisch werken
- Kritiek tegen voortschrijdende professionalisering, protocollering en bureaucratie
Begin 21e eeuw: scheiding van civiel- en strafrechtelijke plaatsingen (2008)
2019: opzet 5 kleinschalige lokale voorzieningen voor strafrechtelijk geplaatste jongeren
, Weijers H1 – Jeugdcriminaliteit: wetenschap, media en politiek
Wisselwerking politiek en media – media en politiek creëren een permanent gevoel van
urgentie rond jeugd die het verkeerde pad op dreigt te gaan, waardoor bij het publiek de
notie ontstaat dat jeugdcriminaliteit actueel is
Biases Nederlandse media
- Jeugdcriminaliteit neemt af, berichtgeving hierover daalt nauwelijks en neemt op
sommige platforms zelfs toe
- Disproportionele hoeveelheid aandacht aan high impact crimes als straatroof
- Associatie tussen Marokkaanse jeugd en ‘straatterreur’
Bronnen
- Politiecijfers: mede beïnvloed door meldingsbereidheid; misdrijven die zichtbaar
zijn, als prioriteit fungeren of daders met negatieve prognose hebben hogere kans
opgenomen te worden in politieregistratie; beïnvloed door beleidsprioriteiten
- Zelfrapportages: goed beeld van meest voorkomende jeugddelicten en door wie;
geven geen goed beeld van ernst van delicten
- Slachtofferenquêtes: goede indruk van ontwikkeling van aantal slachtoffers; geen
uitsluitsel over leeftijd van daders, afhankelijk van meldingsbereidheid en mede
veroorzaakt door bereidheid bij politie om proces-verbaal op te maken
Bindingstheorie van Hirschi: goede bindingen met sociale subsystemen impliceren een
vangnet van sociale controle dat remmend werkt tav jeugddelinquentie
Age-crime-curve toont snelle toename onder jongeren, gevolgd door daling vanaf 18 jaar
Tov vroeger zijn jongeren langer afhankelijk en wordt meer waarde gehecht aan hun mening
Gevolgtrekking levensloopcriminologie: de gedachte dat een algemene oorzaak voor het
ontstaan van criminaliteit kan worden gevonden moet verworpen worden
Tolerantie publiek lijkt minder tov vroeger – criminalisering van kattenkwaad