Diagnostiek in onderwijs en opvoeding: testen en
assessment
College 1: Het wat en waarom van assessment
Basis-assumpties en algemene informatie over assessment
Assessment is de systematische procedure voor het interpreteren van
verkregen informatie. Het gevolg van assessment is besluitvorming.
Er hangen bepaalde voorwaarden aan het doen van testen waar je aan moet
voldoen om zinvolle interpretaties te trekken. Basis-assumpties zijn
voorwaarden voor het vertrouwen op test uitslagen en het assessmentproces. Ze
onderbouwen het waarom en wanneer wel (of niet) van testen. Dit zijn de basis-
assumpties van Reynolds & Livingston:
1. Een bepaald psychologisch construct bestaat
2. Psychologische constructen kunnen worden gemeten
3. Hoewel we constructen kunnen meten, is meting nooit perfect
4. Er zijn verschillende manieren om een bepaald construct te meten
5. Alle assessment procedures hebben hun eigen sterke en zwakke punten
6. Het assessmentproces zou verschillende bronnen van informatie moeten
bevatten
7. Prestatie op een test kan worden gegeneraliseerd naar gedrag buiten de
test
8. Assessment kan informatie bieden die helpt om betere professionele
beslissingen te maken
9. Assessment kan op een eerlijke manier gebeuren
10.Individuen en de maatschappij kunnen profiteren van testen en
assessment.
Bij het selecteren van een geschikte test moet je rekening houden met
verschillende dingen. Ten eerste moet je het doel van de assessment goed voor
ogen houden: wat is de hulpvraag en welke testen kunnen hier antwoord op
geven? Ten tweede kunnen de technische eigenschappen van testen verschillen:
je moet goed kijken welke test het beste past bij wat je wilt weten en de kwaliteit
van de test (COTAN).
Er zijn verschillende soorten vragen die voorkomen binnen assessment:
o Verhelderend (hoe ziet de situatie er precies uit?). Hierin heb je drie
componenten: Antecedent (wat gaat er vooraf), Behavior (het gedrag zelf)
& Consequences (gevolgen van gedrag, reacties uit omgeving).
o Onderkennend (is er sprake van...?). Hierin heb je drie soorten:
Beschrijvend (sprake van gevolgen van echtscheiding), niveaubepalend
(sprake van verstandelijke beperking) & classificerend (sprake van bijv.
ADHD/ASS)
o Verklarend (hoe komt het dat...?)
o Adviesgericht (wat kunnen we doen om ...?)
o Evaluerend (wat is het effect geweest van ...?)
assessment
College 1: Het wat en waarom van assessment
Basis-assumpties en algemene informatie over assessment
Assessment is de systematische procedure voor het interpreteren van
verkregen informatie. Het gevolg van assessment is besluitvorming.
Er hangen bepaalde voorwaarden aan het doen van testen waar je aan moet
voldoen om zinvolle interpretaties te trekken. Basis-assumpties zijn
voorwaarden voor het vertrouwen op test uitslagen en het assessmentproces. Ze
onderbouwen het waarom en wanneer wel (of niet) van testen. Dit zijn de basis-
assumpties van Reynolds & Livingston:
1. Een bepaald psychologisch construct bestaat
2. Psychologische constructen kunnen worden gemeten
3. Hoewel we constructen kunnen meten, is meting nooit perfect
4. Er zijn verschillende manieren om een bepaald construct te meten
5. Alle assessment procedures hebben hun eigen sterke en zwakke punten
6. Het assessmentproces zou verschillende bronnen van informatie moeten
bevatten
7. Prestatie op een test kan worden gegeneraliseerd naar gedrag buiten de
test
8. Assessment kan informatie bieden die helpt om betere professionele
beslissingen te maken
9. Assessment kan op een eerlijke manier gebeuren
10.Individuen en de maatschappij kunnen profiteren van testen en
assessment.
Bij het selecteren van een geschikte test moet je rekening houden met
verschillende dingen. Ten eerste moet je het doel van de assessment goed voor
ogen houden: wat is de hulpvraag en welke testen kunnen hier antwoord op
geven? Ten tweede kunnen de technische eigenschappen van testen verschillen:
je moet goed kijken welke test het beste past bij wat je wilt weten en de kwaliteit
van de test (COTAN).
Er zijn verschillende soorten vragen die voorkomen binnen assessment:
o Verhelderend (hoe ziet de situatie er precies uit?). Hierin heb je drie
componenten: Antecedent (wat gaat er vooraf), Behavior (het gedrag zelf)
& Consequences (gevolgen van gedrag, reacties uit omgeving).
o Onderkennend (is er sprake van...?). Hierin heb je drie soorten:
Beschrijvend (sprake van gevolgen van echtscheiding), niveaubepalend
(sprake van verstandelijke beperking) & classificerend (sprake van bijv.
ADHD/ASS)
o Verklarend (hoe komt het dat...?)
o Adviesgericht (wat kunnen we doen om ...?)
o Evaluerend (wat is het effect geweest van ...?)