Samenvatting leerdoelen Blok A R&M
1. Een organisatie wordt gedefinieerd as een menselijke samenwerking die blijvend is. Een organisatie
heeft 3 kenmerken: sprake van samenwerking door mensen, nastreven van een gemeenschappelijk doel,
doel is voortbestaan van de organisatie. Je hebt 3 verschillende begrippen om een organisatie te
definiëren: 1. Functioneel: effectief op elkaar afstemmen van activiteiten (organisatie van een feest). 2.
Institutioneel: organisatie als instituut met een bepaalde naam en locatie (Philips met hoofdkantoor in
Amsterdam). 3. Instrumenteel: de manier waarop men de taken verdeeld heeft, hoe men zaken afstemt,
welke afdelingen men gecreëerd heeft etc.
De begrippen organisatie, bedrijf en onderneming hebben met elkaar te maken maar zijn niet allen
hetzelfde. Niet alle organisaties zijn altijd bedrijven. Een bedrijf betreft namelijk alleen maar de organisaties
die goederen en/of diensten maken om deze op een afzetmarkt te verkopen. Be4drijven kun je weer
indelen in winstgevend of niet winstgevend. Bedrijven met een winstmakend doel noemen we ook wel
ondernemingen. (zie afbeelding 1.2 pagina 11)
2. Het transformatieproces houdt in de input die veranderd wordt in output om de doelstelling van een
bedrijf te kunnen realiseren. De input (materialen, middelen, overige factoren) hierin houdt in de middelen
waarmee je het proces ingaat, de throughput is de fase waarin de middelen worden gebruikt om het
uiteindelijk om te zetten in de output. De output zijn de producten/diensten die eruit komen. De
organisatie staat rechtstreeks in contact met haar omgeving. Een paar voorbeelden die invloed hebben op
de organisatie: 1. Wanneer het loonpeil in de regio waar je zit hoog is, heeft dit effect op de verkoopprijs. 2.
Als je zeeschepen bouwt als organisatie maakt het veel uit waar je zit. 3. De arbeidsmoreel en de cultuur
verschillen per regio.
Stoner en Freeman geven aan dat er drie schillen te herkennen zijn in de omgeving van de organisatie: 1.
Interne belanghebbenden (partijen die een direct belang bij de organisatie = werknemers) 2. Externe
belanghebbenden (partijen die geen onderdeel van de organisatie zijn, maar wel een duidelijk belang
hebben = concurrenten, klanten). 3. Indirecte omgeving (de algemenee omgevingsvariabelen die van
invloed zijn op de organisatie (DESTEMP-variabelen).
3. De DESTEMP-variabelen verwijst naar de eerste letter van de 7 variabelen: Demografische variabelen
(omvang, groei en samenstelling van de bevolking), Economische variabelen (de economie kan variëren en
daarmee invloed hebben op de organisatie) Sociale variabelen (de organisatie wordt beïnvloed door sociale
variabelen als het percentage tweeverdieners, de mogelijkheden van en de gedachten over kinderopvang
bijv.) Technologische variabelen (hoe wordt er geproduceerd en wat is de stand van de techniek?)
Ecologische variabelen (hoe gaat het land of de regio waar de organisatie zich bevindt met het milieu om?)
Markt- en bedrijfstakvariabelen (de omvang van de markt waarop de organisatie actief is, de hevigheid van
de concurrentie op die markt en de stand van zaken in de bedrijfstak.) Politieke variabelen (is er sprake van
een overheid die zich actief bemoeit met de economie en de marktverhoudingen?)
in deze analyse heb je nog een verder uitgewerkte analyse die we de STEP-analyse noemen. Deze bestaat
uit de volgende 2 vragen: 1. Welke factoren uit de indirecte omgeving beïnvloeden de organisatie? 2.
Welke van deze factoren vormen nu of in de toekomst kansen of bedreigingen voor de organisatie? Sociaal-
cultureel, Technologie, Economie & Politiek en wetten (STEP).
4. Strategie is kort gezegd de manier waarop middelen worden ingezet om doelen te bereiken. Een
missie definieert het bestaansrecht en identiteit van een organisatie. Door middel van je missie geef je aan
wie je bent, wat je doet en wat je wil bereiken. Je missie is tijdloos, maar wel toe te passen op dit moment.
Een missie staat dus, in tegenstelling tot een visie, niet voortdurend ter discussie. Een visie geeft een
visionaire en ambitieus beeld van wat een organisatie wil zijn. In de definitie van de visie kijk je naar de
1. Een organisatie wordt gedefinieerd as een menselijke samenwerking die blijvend is. Een organisatie
heeft 3 kenmerken: sprake van samenwerking door mensen, nastreven van een gemeenschappelijk doel,
doel is voortbestaan van de organisatie. Je hebt 3 verschillende begrippen om een organisatie te
definiëren: 1. Functioneel: effectief op elkaar afstemmen van activiteiten (organisatie van een feest). 2.
Institutioneel: organisatie als instituut met een bepaalde naam en locatie (Philips met hoofdkantoor in
Amsterdam). 3. Instrumenteel: de manier waarop men de taken verdeeld heeft, hoe men zaken afstemt,
welke afdelingen men gecreëerd heeft etc.
De begrippen organisatie, bedrijf en onderneming hebben met elkaar te maken maar zijn niet allen
hetzelfde. Niet alle organisaties zijn altijd bedrijven. Een bedrijf betreft namelijk alleen maar de organisaties
die goederen en/of diensten maken om deze op een afzetmarkt te verkopen. Be4drijven kun je weer
indelen in winstgevend of niet winstgevend. Bedrijven met een winstmakend doel noemen we ook wel
ondernemingen. (zie afbeelding 1.2 pagina 11)
2. Het transformatieproces houdt in de input die veranderd wordt in output om de doelstelling van een
bedrijf te kunnen realiseren. De input (materialen, middelen, overige factoren) hierin houdt in de middelen
waarmee je het proces ingaat, de throughput is de fase waarin de middelen worden gebruikt om het
uiteindelijk om te zetten in de output. De output zijn de producten/diensten die eruit komen. De
organisatie staat rechtstreeks in contact met haar omgeving. Een paar voorbeelden die invloed hebben op
de organisatie: 1. Wanneer het loonpeil in de regio waar je zit hoog is, heeft dit effect op de verkoopprijs. 2.
Als je zeeschepen bouwt als organisatie maakt het veel uit waar je zit. 3. De arbeidsmoreel en de cultuur
verschillen per regio.
Stoner en Freeman geven aan dat er drie schillen te herkennen zijn in de omgeving van de organisatie: 1.
Interne belanghebbenden (partijen die een direct belang bij de organisatie = werknemers) 2. Externe
belanghebbenden (partijen die geen onderdeel van de organisatie zijn, maar wel een duidelijk belang
hebben = concurrenten, klanten). 3. Indirecte omgeving (de algemenee omgevingsvariabelen die van
invloed zijn op de organisatie (DESTEMP-variabelen).
3. De DESTEMP-variabelen verwijst naar de eerste letter van de 7 variabelen: Demografische variabelen
(omvang, groei en samenstelling van de bevolking), Economische variabelen (de economie kan variëren en
daarmee invloed hebben op de organisatie) Sociale variabelen (de organisatie wordt beïnvloed door sociale
variabelen als het percentage tweeverdieners, de mogelijkheden van en de gedachten over kinderopvang
bijv.) Technologische variabelen (hoe wordt er geproduceerd en wat is de stand van de techniek?)
Ecologische variabelen (hoe gaat het land of de regio waar de organisatie zich bevindt met het milieu om?)
Markt- en bedrijfstakvariabelen (de omvang van de markt waarop de organisatie actief is, de hevigheid van
de concurrentie op die markt en de stand van zaken in de bedrijfstak.) Politieke variabelen (is er sprake van
een overheid die zich actief bemoeit met de economie en de marktverhoudingen?)
in deze analyse heb je nog een verder uitgewerkte analyse die we de STEP-analyse noemen. Deze bestaat
uit de volgende 2 vragen: 1. Welke factoren uit de indirecte omgeving beïnvloeden de organisatie? 2.
Welke van deze factoren vormen nu of in de toekomst kansen of bedreigingen voor de organisatie? Sociaal-
cultureel, Technologie, Economie & Politiek en wetten (STEP).
4. Strategie is kort gezegd de manier waarop middelen worden ingezet om doelen te bereiken. Een
missie definieert het bestaansrecht en identiteit van een organisatie. Door middel van je missie geef je aan
wie je bent, wat je doet en wat je wil bereiken. Je missie is tijdloos, maar wel toe te passen op dit moment.
Een missie staat dus, in tegenstelling tot een visie, niet voortdurend ter discussie. Een visie geeft een
visionaire en ambitieus beeld van wat een organisatie wil zijn. In de definitie van de visie kijk je naar de