Samenvatting van alle literatuur en hoorcolleges
Jaar 2026-2027: Jaar 3
1
Psychodiagnostiek: Steffie van de Ven
,Inhoud
Hoorcollege 1: Introductie van het vak en perspectieven op psychische aandoeningen .......... 3
Voerman et al. (2025): Problem-sustaining patterns: redesigning the concept of mental
disorder. .................................................................................................................................. 8
Hoorcollege 2: diagnostische instrumenten ............................................................................ 15
Resing (2021): hoofdstuk 1 ................................................................................................... 23
Resing (2021): hoofdstuk 2 ................................................................................................... 27
Resing (2021): hoofdstuk 11 ................................................................................................. 28
Resing (2021): hoofdstuk 14 ................................................................................................. 28
Hoorcollege 3: Psychologische gespreksvoering & Diagnostische cyclus ................................ 29
Lang et al. (2026): hoofdstuk 3 ............................................................................................. 35
Lang et al. (2026): hoofdstuk 5 ............................................................................................. 37
Lang et al. (2026): hoofdstuk 6 ............................................................................................. 44
Lang et al. (2026): hoofdstuk 7 ............................................................................................. 47
Hoorcollege 4: Aanmelding, Klachtanalyse, & Diagnostisch scenario ..................................... 51
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 1 ..................................................................................... 55
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 2 ..................................................................................... 57
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 3 ..................................................................................... 60
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 4 ..................................................................................... 65
Hoorcollege 5 en 6: Symposium "Diagnostiek van binnenuit: Herstelverhalen en
perspectieven van ervaringsdeskundigen" .............................................................................. 69
Hoorcollege 7: Klinisch gastcollege Sterre Buitenhuis (Akwa GGZ), Diagnostisch scenario &
Probleemanalyse ...................................................................................................................... 74
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 5 ..................................................................................... 82
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 6 ..................................................................................... 85
Hoorcollege 8: Verklaringsanalyse ........................................................................................... 87
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 7 ..................................................................................... 93
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 8 ..................................................................................... 98
Hoorcollege 9: Klinisch gastcollege door Wieneke Penninga (Amerpoort), Indicatieanalyse, &
Advisering ............................................................................................................................... 106
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 9 ................................................................................... 113
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 10 ................................................................................. 114
Hoorcollege 10: Klinisch gastcollege door Dagmar 't Gilde (Emergis) en verslaglegging....... 119
De Bruyn et al. (2003): hoofdstuk 11 ................................................................................. 125
2
Psychodiagnostiek: Steffie van de Ven
,Hoorcollege 1: Introductie van het vak en
perspectieven op psychische aandoeningen
Labels zoals ADHD, ADD, hoogsensitiviteit, autisme en HB worden snel gebruikt om gedrag te
beschrijven. Dit kan leiden tot stereotypen en aannames. Ook kunnen mensen worden
gereduceerd tot hun label. Een label vertelt bovendien niet automatisch wat de oorzaak van
gedrag is. Hetzelfde gedrag kan verschillende oorzaken hebben en afhankelijk van de context
normaal of problematisch zijn. Psychodiagnostiek gaat daarom verder dan het zoeken naar
een label of het afvinken van symptomen. Je kijkt naar de cliënt als geheel en betrekt onder
andere de context, het levensverhaal, de ontwikkeling en mogelijke veroorzakende en
onderhoudende factoren. Ook moet je goed nadenken over de grens tussen normaal en
abnormaal gedrag. Een symptoom kan namelijk voorkomen bij verschillende vormen van
psychopathologie, maar ook bij normale menselijke variatie.
Een belangrijke valkuil is te vroeg classificeren. Bij een eerste
gesprek kan snel een idee ontstaan. Dit is een natuurlijke reflex,
maar je kunt daardoor vooral informatie zoeken die je eerste
idee bevestigt. De diagnostische cyclus helpt om systematisch
informatie te verzamelen. Je zoekt daarbij zowel naar
informatie die een hypothese ondersteunt als naar informatie
die ertegen spreekt.
Psychodiagnostiek is binnen deze aanpak systematisch,
wetenschappelijk onderbouwd en cliëntgericht. Je werkt
volgens een vaste structuur, formuleert hypotheses en toetst
deze bij de individuele cliënt. Uiteindelijk moet je de
uitkomsten ook kunnen vertalen naar het dagelijks leven van de cliënt: wat speelt er precies,
hoe kunnen de klachten verklaard worden en wat kan de cliënt hiermee? Een psycholoog
heeft een wetenschappelijke en theoretische basis nodig. Het gaat om systematische
oordeelsvorming, hypothesen toetsen, onzekerheid kunnen hanteren en transparant
beslissingen nemen. Daarnaast zijn communicatie en professionaliteit belangrijk. Je moet
een veilige werkrelatie kunnen opbouwen, goede gespreksvaardigheden hebben, afstemmen
op de cliënt en kunnen omgaan met kwetsbaarheid. Zonder een goede relatie krijg je
mogelijk minder betrouwbare informatie. Zonder een methode blijft luisteren te vrijblijvend.
Belang van diagnostiek
Diagnostiek door psychologen biedt toegang tot behandeling, medicatie, vergoedingen en
uitkeringen. Toch gaat het om meer dan een label. Goede diagnostiek verklaart klachten,
biedt helderheid en geeft hoop op herstel via een effectieve behandeling. Slechte diagnostiek
heeft echter risico’s: het kan leiden tot verkeerde interventies en een negatieve ervaring,
waardoor een cliënt juist afstand neemt van hulpverlening. Een belangrijk onderscheid is dat
classificatie niet hetzelfde is als diagnose. Bij classificatie wordt vooral gekeken welke
symptomen aanwezig zijn en bij welke categorie deze passen. Het is dus een manier om
klachten te ordenen en te beschrijven. Diagnose gaat verder. Hierbij probeer je te begrijpen
hoe de klachten bij deze specifieke cliënt samenhangen met bijvoorbeeld diens
levensverhaal, ontwikkeling en context. Ook kijk je naar mogelijke veroorzakende en
onderhoudende factoren.
3
Psychodiagnostiek: Steffie van de Ven
, • Classificatie = symptomen beschrijven en indelen.
• Diagnose = begrijpen en verklaren wat er bij deze cliënt speelt.
De DSM en ICD zijn dus belangrijke hulpmiddelen, maar een classificatie vormt slechts een
onderdeel van een breder diagnostisch proces.
DSM & ICD
Voordelen Nadelen
Criteria vaststellen Stigmatisering & zelfstigma
Erkenning + maatschappelijke Te vroeg classificeren
acceptatie
Toegang tot zorg Grenzen normaal/abnormaal deels arbitrair
Standaardisatie → Focus vooral op symptomen, minder op context en
communicatie & onderzoek oorzaken/onderhoudende factoren
Belangrijk is dat de classificatie een onderdoel is, niet het eindpunt. Vraag steeds: Wat
betekent deze classificatie voor deze specifieke persoon op dit moment?
Alternatieve modellen
Naast de DSM en ICD bestaan er andere benaderingen die kunnen helpen om psychische
problemen beter te begrijpen. Deze modellen zijn niet bedoeld om de DSM of ICD volledig te
vervangen. Ze kunnen elkaar juist aanvullen. Twee belangrijke benaderingen zijn RDoC en
HiTOP.
1. RDoC (Research Domain Criteria) is ontwikkeld vanuit onvrede met de DSM. Belangrijke
problemen van de DSM zijn heterogeniteit en comorbiditeit. RDoC probeert daarom
verder te kijken dan losse categorieën en zoekt naar processen en mechanismen die bij
verschillende stoornissen een rol kunnen spelen. De vraag verschuift van: “Welke stoornis
heeft deze cliënt?” naar: “Welke processen of mechanismen zijn verstoord en hoe
kunnen we die meten?”. RDoC gebruikt daarbij verschillende domeinen:
• Negatieve valentiesystemen: reacties op bedreiging en andere negatieve
situaties.
• Positieve valentiesystemen: beloning, motivatie en reacties op plezierige prikkels.
• Cognitieve systemen: onder andere aandacht, geheugen en executieve functies.
• Sociale processen: sociale cognitie, interpersoonlijke sensitiviteit en empathie.
• Arousal/regulatiesystemen: bijvoorbeeld slaap-waakprocessen.
• Sensomotorische systemen: onder andere processen rondom psychomotorische
agitatie en retardatie.
Deze processen kunnen op verschillende niveaus worden onderzocht. Ontwikkeling en
omgeving zijn belangrijk, omdat processen gedurende het leven veranderen en door de
sociale omgeving worden beïnvloed. RDoC helpt vooral bij de verklaringsanalyse.
Je kunt de verschillende domeinen gebruiken als een soort lens om te zoeken naar
factoren die klachten veroorzaken of in stand houden. RDoC heeft veel potentie, maar is
nog beperkt toepasbaar in de dagelijkse praktijk. Er is nog onvoldoende bewijs voor
bruikbare biomarkers die psychische aandoeningen objectief kunnen vaststellen.
4
Psychodiagnostiek: Steffie van de Ven