in the Netherlands, Hengeveld & Balkom.
Chapter 5; Psychosis Spectrum Disorders (sect 1 ™ 5)
Introduction
PSD’s worden gekenmerkt door een van de volgende symptomen; delusies, hallucinaties en
desorganisatie van spraak en gedrag. Classificatie van PSD’s volgens de DSM-5 zijn
weergegeven in onderstaande tabel.
Schizofrenie Brief psychotic disorder
Schizophreniform disorder Catatonia
Schizoaffective disorder Substance/medicatie induce
Delusional disorder Psychotische aandoening door andere
medische condities
Het zijn geen aparte syndromen met duidelijke etiologie, pathogenese, klinische klachten etc.
Syndromen
Schizofrenie
De symptomen hier zijn onderverdeeld in positieve, negatieve en cognitieve symptomen. Vaak
manifesteert het zich tussen de leeftijd van 16 en 30 jaar.
- Positief: symptomen van aangedane realiteit zoals hallucinaties en delusies,
symptomen van manifestatie van cognitieve desorganisatie .
Vaak zien we positieve symptomen in episoden maar ze kunnen ook constant zijn.
De meest voorkomende hallucinaties bij schizofrenie zijn het horen van stemmen. De
duur, luidheid en inhoud variëren. Ze kunnen imperatief zijn of over patiënt praten in de
3e vorm. Bij delusies denkt men vaak dat anderen tegen hun werken. Voornamelijk
gedachten zijn zo aangedaan. Anderen kunnen hun gedachten wegnemen of juist
plaatsen.
- Negatief: Dit is de afwezigheid of reductie van psychologische manifestaties die
normaal zijn. Er is apathie, affectieve afstomping, avolitie en gebrek aan gedachten.
Deze worden vaak beperkt door cognitieve en sociale functionele beperkingen. De
aandoening begint vaak met deze negatieve symptomen, de positieve symptomen
volgen vaak pas na een paar jaar. Echter kunnen ze secundair ontstaan door anti-
psychotica, een gebrek aan stimulatie.
Schizophreniform disorder
De classificatiecriteria van deze groep komen vrijwel overeen met die van schizofrenie, alleen
zijn de symptomen bij schizofrenie voor > 6 maanden aanwezig. De symptomen hier duren
langer dan 1 maand maar minder dan 6 maanden. Het functioneren herstelt ook weer naar
oorspronkelijk niveau wanneer de symptomen verdwenen zijn. Uiteindelijk voldoet 70% van
deze patiënten aan de diagnose schizofrenie.
Schizoaffective disorder
Een heterogene groep aandoeningen die zowel kenmerken hebben van schizofrenie én een
mood disorder. Depressieve en/of manische symptomen zijn aanwezig voor het grootste deel
, van de tijd waar de patiënt last heeft van de aandoening. Ook dient er een periode van 2 weken
te zijn met illusies en hallucinaties zonder prominente symptomen van een mood disorder.
Delusional disorder
Een zeldzame aandoening met een prevalentie van 0,03% in de populatie. Het begint vaak rond
de 40 jaar met een chronisch verloop. Patiënten hebben vaak het gevoel dat ze door de
overheid of hun partner worden benadeeld of tekortgedaan. Naast de delusies functioneren
deze mensen normaal. Negatieve symptomen komen dan ook niet voor. Men zoekt niet naar
hulp en wijst dit vaak ook af.
Brief Psychiotic Disorder
De minst hevige van deze groep waarbij men geniet van volledig herstel na een korte periode.
De psychotische periode volgt na een stressvolle gebeurtenis. Rust, support en evt short-term
behandeling met antipsychotica zijn voldoende.
Catatonia
Typisch hiervoor zijn opvallende psychomotorische verschijnselen; de motorische activiteit kan
verstoord zijn of er kan sprake zijn van overmatige, vreemde motorische activiteit, zoals
motorische maniertjes, stereotypieën of grimassen.
Patiënten doen niet alleen woorden of zinnen na van de examinator maar ook bewegingen en
faciale expressie.
Development, course and impact
De eerste tekenen vallen op tijdens de adolescentie. Voor het begin zijn er vaak al kenmerken
geweest van een ontwikkelende aandoening zoals terugtrekken uit het sociale leven en
afwijkend gedrag. Ouders, vrienden en leraren zijn vaak al bezorgd. Prodromale symptomen
zijn verdriet, angst, irritatie, cognitieve symptomen, sociale terugtrekking, compulsief gedrag.
CGT kan het risico op transitie tot een PSD sterk verminderen.
Ondanks dit woont de meerderheid onafhankelijk of samen met familie. 6% van de patiënten
overlijdt door suïcide. 40% misbruikt alcohol, 20% cannabis en 7% cocaïne. Ook rookt 75% van
deze patiënten.
Diagnose
De diagnose is volledig gebaseerd op psychiatrische voorgeschiedenis en mental state
examination.
DD
De mogelijkheid dat een substantie of medicatie geleid kan hebben tot psychose dient altijd
overwogen te worden. Naast amfetamine, cocaïne en cannabis kan elk anticholinergisch middel
dit veroorzaken. Criteria voor een substantie-induced psychotic disorder volgens de DSM-5 zijn;
A. Aanwezigheid van één of beide van onderstaande symptomen;
- Delusies
- Hallucinaties
B. Er is bewijs uit voorgeschiedenis, fysieke examinatie of lab dat;
- De symptomen bij A ontstaan kort na substantie, intoxicatie of
onttrekking/blootstelling aan medicatie.
- Het betrokken middel/medicijn is in staat om symptomen van A te veroorzaken.
De psychotische symptomen herstellen vaak in de loop van een paar dagen als men stopt met
gebruik van de substanties. Als dit niet het geval is, is de oorzaak ook niet door een substantie.