Anatomie
Oogleden
De oogleden zijn vouwen van zacht musculair weefsel die anterior aan de ogen liggen en ze
beschermen. Sterke mechanische, optische en akoestische stimuli zorgen voor een
automatische eye-closing reflex. De cornea zelf is ook beschermd door een omhoog
beweging van de oogbol (Bell’s Phenomenon). Regelmatig knipperen (20/30 per min) helpt
met het verspreiden van secretie over de conjunctiva en cornea om zo uitdroging te
voorkomen. Ze bestaan uit een superficiale en een diepe laag;
● Superficiale laag;
- Dunne, goed gevasculariseerde laag van de huid
- Zweetklieren (Moll) en talgklieren (Zeis)
- Gestreepte spiervezels van de M. Orbicularis Oculi
- Gestreepte spiervezels van de M. Levator Palpebrae
● Diepe laag;
- De tarsale plaat geeft de oogleden stevigheid en vorm
- gladde musculatuur van de levator palpebrae die de tarsale plaat inlopen.
Regelt de breedte van de palpebrale fissuur. Hoge Sympathicus geeft tarsale
contractie en zo verwijding van de fissuur.
- De palpebrale conjuctiva zit stevig aan de tarsal plate. Het vormt een
articulaire laag voor de oogbal.
- Talgklieren zijn tubulaire structuren in het kraakbeen van de oogleden die
helpen met lubricatie van de oogleden. Ze dienen ter voorkoming van het
ontsnappen van vocht.
Traanstelsel
Het traanstelsel bestaat uit 2 onderdelen;
- Structuren die tranen afgeven
- Structuren die tranen afvoeren
De traanklier heeft de grootte van een walnoot en ligt onder de superieure temporale grens
van de orbital bone in de lacrimale fossa. De klier is niet zichtbaar of palpabel. Als deze wel
palpabel is, is dit een pathologisch teken zoals bij Dacryoadenitis. De pees van de levator
palpebrae spier verdeelt de klier in 2 delen;
1. Larger Orbital deel (⅔ e)
2. Smaller Palpebral deel (⅓ e)
Ook zijn er nog accessoire lacrimale klieren (Wolfring en Krause) die sereuze vloeistof
geven. De klier krijgt sensorische input van de N. Lacrimalis.
De tear film die de conjunctiva en de cornea vochtig houdt bestaat uit 3 lagen;
1. De buitenste olieachtige laag: een product van de meibomian klieren en de talg- en
zweetklieren. De primaire functie van deze laag is de stabilisatie. Met de hydrofobe
delen voorkomt het de evaporatie.
2. Middelste waterige laag: komt van de (accessoire) traanklieren. Hun taak is het
schoonhouden en beschermen van de cornea en de mobiliteit in standhouden.
3. De binnenste mucine laag: wordt afgegeven door de goblet cellen van de conjunctiva
en de traanklier.
Lysozyme, beta-lysine, lactoferrine en IgA zijn traan-specifieke eiwitten die de tranen een
antimicrobiële functie geven.
,De afvoer van tranen gaat via een principe. Door de specifieke ligging van de vezels van de
M. Orbicularis Oculi sluiten de ogen van lateraal naar mediaal. Dit verplaatst het vocht in
mediale richting naar het mediale canthus. De superieure en inferieure puncta lacrimales
verzamelen de tranen die vervolgens gedraineerd worden in de lacrimale canaliculi naar de
lacrimale zak. Vanaf hier lopen ze van de nasolacrimale kanalen door naar de inferieure
concha.
Voorsegment
De lens is een van de media van het oog en regelt de inval van licht op de retina. Deze is
4mm dik. De lens ligt in de posterieure kamer van het oog tussen de posterior oppervlakte
van de iris en het glasachtig lichaam, aan de hyaloid fossa. Samen met de iris vormt het een
scheiding tussen de anterieure en posterieure kamers van het oog. De lens wordt daarbij op
z’n plek gehouden door de zonula vezels. Het is een pure epitheliale structuur zonder
zenuwen of bloedvaten.
Retina
De retina is de binnenste laag van 3 lagen van de oogbol. Het bestaat uit 2 delen;
1. Een foto receptief deel (pars optica retinae); bestaat uit 9 vd 11 lagen
2. Een non receptief deel (pars ceca retinae)
Naar binnen bewegend bestaan de lagen van de retina uit 9 lagen.
De macula lutea is een plat ovaal gebied in het midden van de retina, temporaal en iets
boven de optische schijf. In het midden ligt de avasculaire fovea centralis, het punt waar
visuele perceptie het scherpst is. De fovea bevat alleen cones, elk met hun neurale
voorziening. Licht Stimuli kan daarom direct werken op sensorische cellen (1st neuron).
Optische banen
De anatomie van de visuele route kunnen we verdelen in 6 onderdelen;
1. Optische zenuw: al de optische zenuwvezel bundels van het oog
2. Optisch chiasme: de plek waar de crossover van de 2 optische zenuwen plaatsvindt.
De centrale en perifere vezels van de temporale helften van de retinas kruisen niet
over maar blijven aan de ipsilaterale kant.
3. Optische tractus: alle ipsilaterale optische zenuwvezels en die die de midline
overkruisen.
4. Lateraal geniculate body: hier eindigt de optische tractus. De 3e neuron sluit aan op
de 4e, waardoor atrofie van de optische zenuw geen laesies geeft na dit punt.
5. Optische radiaties: de vezels van de inferieure retinale quadranten passeren door de
temporale lob. Die van het superieure quadrant passeert door de pariëtale lob.
6. Primaire visuele area: hier vertakken de zenuwen zich.
De laterale zichtkanten kruisen niet over, de mediale wel.
Oogspieren
De bewegingen van de oogballen worden gegeven
door de volgende extraoculaire spieren;
- De 4 rectus spieren: superior, inferior,
mediaal en lateraal.
- De 2 oblique spieren: de superior en inferior
oblique spieren.
De rectus spieren bedekken de oogbol posterieur en
hun pezen zitten ventraal. De oblique spieren zitten
aan de temporale globe posterior aan de equator. De
insertie van de spieren bepaalt de richting van de
aantrekking. Elke spier heeft één beweging;
, - Laterale Rectus: abductie
- Mediale Rectus: adductie
De overige extraoculaire spieren hebben een secundaire richting naast hun primaire richting
van de spier.
Fysiologie
Evaluatie van traanproductie
● Schirmer tear testing; geeft informatie over de hoeveelheid van de waterige
bestanddelen in de traansecretie. Er wordt een stripje litmus papier in de
conjunctieve zak ingebracht. Normaal dient er na 5 minuten minimaal 15mm van het
papier blauw gekleurd te zijn door de alkaliniteit van de tranen. Als dit minder dan 5
mm is, is dit abnormaal.
● Tear break-up time (TBUT): evaluatie van de stabiliteit van de “tear film”.
Fluoresceïne wordt toegevoegd aan de pericorneale tear film. Er wordt middels
vergroting en filter gekeken wanneer de eerste tekenen van uitdroging plaatsvinden.
TBUT van minstens 10 seconden is normaal.
● Rosal bengal test: kleuring voor dode epitheliale cellen en mucine, vooral voor de
evaluatie van droge ogen.
● Impression Cytology: hiermee wordt het aantal mucus producerende Goblet cells
bepaald.
Evaluatie van traan drainage
● Conjunctivale fluorescentie dye test: eerst wordt de neus gesnoten waarna 2%
fluorescentie sodium oplossing wordt aangebracht in de inferior fornix. Hiermee kan
men kijken naar stenoses.
● Radiografische contraststudies: weergave van vorm, positie en grootte van obstructie
● Digitale subtractie dacryocystografie
● Lacrimale duct endoscopie.
Glaucoom
Er zijn 3 risicofactoren voor een verhoogde druk in het oog;
1. Intraoculaire druk
2. Vasculaire dysregulatie
3. Systemische bloeddruk
Het is een parapluterm voor aandoeningen die last hebben van optische neuropathie met
pathologische bevindingen in de optische zenuw en zicht.
Het is de 2e meest voorkomende oorzaak van blindheid in ontwikkelende landen na DM. De
gemiddelde normale intraoculaire druk van 15 mmHg is significant hoger dan de druk in
andere weefsels. Deze hogere druk is belangrijk voor optische beeldvorming en helpt bij’;
- Soepele curvatuur van de cornea
- Continue afstand tussen cornea, lens en retina
- Fotoreceptoren
Normaal stroomt de humor langs de Iris de anterieure kamer binnen. Omdat de iris er plat op
ligt, kan de humor druk deze pupillaire weerstand niet overkomen totdat er voldoende druk is
opgebouwd om de iris op te tillen. Deze flow van posterieur naar anterieur is daarom niet
continu maar pulsatiel. Een verhoging van deze weerstand geeft pupillaire blok en zo ook
toename in de druk van het oog. De outflow gaat via 2 kanalen;
1. Trabeculair netwerk; ontvangt 85% van de outflow
2. Uneosclerale vasculair systeem: ontvangt 15% en sluit aan bij het veneuze bloed