Chapter 5; Pelvis and Perineum
De huid en skeletspieren van de pelvis worden geïnnerveerd door een somatische divisie van
het PZS. Deze komt van de anterior rami van de sacrale (L4-S4) en coccygeale plexus. Hierbij
speelt de N.Pudendus (S2-S4) een rol voor het perineum.
De autonome innervatie komt via de pelvische splanchnics (S2-S4 para) en de lumbale en
sacrale splanchnics (L1-L2 symp).
Chapter 6; Lower Limb
Hip
Er zitten verschillende zenuwplexussen in de abdominale pelvische holte die vertakking sturen
naar somatische structuren in de pelvis and lower limb.
- Lumbale plexus: komt uit de anterior rami van L1-L4 en geeft aanleiding tot 2 grote
zenuwen. Dit zijn de volgende;
1. Femoral Nerve (L2-L4): innervatie van spieren anterior dij.
2. Obturator Nerve (L2-L4): innervatie van spieren mediale dij.
- Sacrale plexus: komt uit de anterior rami van L4-S4.
● Anterior;
1. Pudendal Nerve (S2-S4)
2. Tibial Nerve (L4-S3)
● Posterior;
1. Superior Gluteal Nerve (L4-S1)
2. Inferior Gluteal Nerve (L5-S2)
3. Common Fibular Nerve (L4-S2)
- Coccygeale plexus: komt uit S4-Co1 en geeft vertakkingen die de coccygeus spieren en
huid van de anus triangle innerveren.
Vaak noemt men de plexussen samen in de LumboSacrale Plexus.
Van de benen naar de abdomino pelvische holte zijn er verschillende “toegangswegen”.
- Anterior tussen het Lig. Inguinalis en de pelvis naar de anterieure dij.
- Anterioinferieur door het obturator kanaal naar de mediale dij.
- Posterolateraal door het greater sciatic foramen naar de gluteale regio.
- Posterolateraal door het lesser sciatic foramen.
Lower Limb Nerve Summary
● Femoral nerve (L2-L4); deze zenuw innerveert de spieren in het anterior compartiment
van de dij, dat grote extensoren van het been zijn. De Patellar Tendon Reflex wordt
gebruikt om de functie van deze zenuw te bepalen. Problemen hier geven onvermogen
om de knie volledig te extenderen. Vertakking zijn met name;
- Laterale cutaneuze zenuw
- Anterior cutaneuze vertakkingen bij de anterior dij.
- Safeneuze zenuw naar de mediale knie, been en enkel.
● Obturator Nerve (L2-L4): deze zenuw innerveert de spieren in het mediale compartiment
van de dij, dat vooral adductoren van de dij zijn. De zenuw splitst in een anterior en
, posterior tak om de M. Obturator Externus en de M. Adductor Brevis. Problemen met de
zenuw geven zwakte met de adductie van de dij.
● Sciatic Nerve (L4-S3): deze zenuw is de grootste in ons lichaam en is een fusatie van de
N. Tibialis en de N. Common Fibular. Deze zenuw innerveert spieren van de Posterior
compartiment van de dij, wat voor extensoren van de dij zijn en flexoren van het been.
Ook innerveert het alle spieren onder de knie.
● Tibial nerve (L4-S3): de grootste aftakking van de N. Sciatic en innerveert naast het
Posterior compartiment ook de spieren van de plantaire voet. Een reflex hiervoor is de
Calcaneal (achilles) Tendon Reflex.
● Fibular Nerve (L4-S2): innerveert de spieren van het Laterale compartiment van het
been. Dit zijn vooral dorsiflexoren.
Chapter 7; Upper Limb
Brachial Plexus
De A.Axillary, V. Axillary en de Cords of the Branchial plexus liggen gebonden in de axillaire
sheeth. Dit is een uitloper van de prevertebrale fascia uit de nek.
De zenuwen die het grootste deel van de schouders én de armen innerveren komen van de
brachiale plexus. De Brachiale plexus is afkomstig van C5-T1. De plexus omschrijven we zo;
- 5 roots
- 3 trunks
- 6 divisies
- 3 cords
- 5 grote terminale vertakkingen
De sensorische informatie komt net als de motorische, ook van de brachiale plexus, met een
kleine bijdrage vanuit T2. Ondanks de complexiteit van de brachiale plexus is de sensorische
verdeling segmentaal, beginnend proximaal en lateraal over de deltoid en uitstralend beneden
naar de laterale arm, onderarm en hand. De verdeling is als volgt;
● C4; van de cervicale plexus over de schouder
● C5; laterale arm over de deltoid en triceps spieren
● C6; laterale forearm over de brachioradialis spier en duim
● C7; huid van de hand
● C8; mediaal
Upper Limb Nerve Summary
- Schouder; de schouderspieren worden grotendeels geïnnerveerd door de n.
Suprascapular (C5,C6), Musculocutaneous (C5,C6,C7), n.Long Thoracic (C5,C6,C7),
dorsal scapular, subscapular en n.axillaris (C5,C6).
- N. Radialis (C5,C6,C7,C8,T1); deze innerveert de spieren die extensie geven van de
voorarm aan de elleboog én de huid van de posterior arm via de n.lateralis inferior en de
n.posterior cutaneous. Verder is er innervatie voor de extensoren van de pols en
vingers. Deze zenuw is kwetsbaar voor humerus fracturen of compressie.
- N. Medialis (C6,C7,C8 en T1); innerveert alle spieren in het anterieure compartiment van
de voorarm. Kwetsbare punten voor trauma zijn vooral in de onderarm, pols en hand.
- N. Ulnaris (C7,C8 en T1); innerveert de flexor carpi ulnaris en de digitorum profundus.
Kenmerkend is het gevoel van het telefoonbotje stoten.