KINDERGENEESKUNDE
Aantekeningen van lessen, e-learnings, zso’s
D. Buhling
Sept 2026
,Inhoud
Week 1........................................................................................................................................... 2
Hc intro ...................................................................................................................................... 2
Wg voeding ................................................................................................................................. 7
RC groei en puberteitsontwikkeling.............................................................................................. 8
RC zuiglingenproblematiek ....................................................................................................... 26
HC neonatologie en verloskunde ............................................................................................... 29
WG de zieke pasgeborene ......................................................................................................... 41
PRA heteroanamnese: .............................................................................................................. 49
Week 2:........................................................................................................................................ 56
Wg: farmacotherapie ................................................................................................................ 56
Wg: dagelijkse zorg kind met ontwikkelingsachterstand .............................................................. 64
Wg: aanvallen ........................................................................................................................... 66
Rc: hoofdpijn ............................................................................................................................ 76
PRA: bijzondere gesprekken ...................................................................................................... 81
Rc: kind met koorts ................................................................................................................... 81
Wg lichamelijk onderzoek.......................................................................................................... 87
Practicum otoscopie ................................................................................................................. 98
Rc: algemene kindergeneeskunde / PA ...................................................................................... 99
Hc: normale ontwikkeling ........................................................................................................ 100
WG klinisch genetica - diagnostiek kind met ontwikkelingsachterstand..................................... 104
Week 3:...................................................................................................................................... 104
HC & Practicum vitaal bedreigd kind ........................................................................................ 104
WG klinische zorg kind ............................................................................................................ 106
Wg 1 – embryologie ................................................................................................................. 108
Wg kindermishandeling ........................................................................................................... 124
Toets bespreking & ITO ............................................................................................................ 127
Overig ........................................................................................................................................... 130
,Week 1
Hc intro
Aantekeningen vanuit de les:
Barker hypothese: Slechte groei/voeding in de baarmoeder → foetus past zich aan ‘programmering’
stofwisseling/organen → verhoogd risico op ziekten op latere leeftijd zoals obesitas, DM2, hypertensie
en andere cardiovasculaire aandoeningen
TTS, Tweeling transfusie syndroom:
Bij monochoriale tweelingen, vaak diamniotisch. Oftewel een gemelli deelt één placenta. Een foetus
heeft altijd een eigen vaatbed in de placenta, ook als 2 foetussen dezelfde placenta delen. Normaal is
het in evenwicht. Als er een ongelijke verdeling is in netto bloedstroom via anastomosen treedt TTS op.
Het optreden van TTS is o.a. afhankelijk van of er wel/niet anastomoses zijn.
Je hebt dan altijd een donor en ontvanger.
Donor = netto bloed afgeven, hypovolemie, minder urine productie = oligohydramnion
- groeivertraging, ernstige circulatoire problemen, anemie, hypovolemie
Ontvanger = krijgt extra bloed, hypervolemie, meer urine = polyhydramnion
- cardiale overbelasting, hartfalen
Navelstreng: veel kracht nodig om af te klemmen. Gelei van Wharton = bindweefsel rondom
navelstreng, deze beschermt tegen afknellen.
als groeirestrestrictie → dunnere streng, weinig gelei van Wharton → makkelijker afknellen
APGAR: minuut 1, 5, 10
- appaerance
- pulse
- grimace/reactiviteit
- activity/ tonus
- resspiration
De APGAR-score gaat om wat de neonaat zelf doet, neem hierin niet de hulp die jij biedt mee!
Er is een groot verschil tussen wie de APGAR afneemt, het hoort objectief te zijn, dit is lastig als degene
die partus heeft begeleid ook de APGAR doet –-> scoort vaak positiever.
, Pulmonale transitie neonaat:
intra uterien:
- longen zijn gevuld met vruchtwater, drinken en ademen dit.
- SAT = 60-65%
• oxygenatie via venen navelstreng, shunt zuurstofrijk bloed in veneus gedeoxygeneerd bloed.
Neonaat:
- vaginale partus: je ziet minder respiratoire problemen tov keizersnede. Mede omdat er meer
vruchtwater kwijt geraakt wordt tijdens de vaginale partus.
- Voordat al het vruchtwater in longen vervangen wordt door lucht duurt even > 1 uur.
- SAT loopt achter, op minuut 5 ~85% als het lager is dan moet je ingrijpen.
Bloedsomloop intra-uterien:
foramen ovale: Rechter atrium → Linker atrium, deze route is preferentieel. ook deel wordt via av klep
naar rechter ventrikel.
Rechter ventrikel: hogere druk door vasoconstrictie longvaatbed. deze is juist meer hypertrofie dan
linker ventrikel, precies tegenovergesteld van volwassenen.
ductus botalli: hoge flow, lage weerstand
placenta intact dus nog niet meteen afknellen. Meer oxygenatie.
Vaatwandspanning wordt minder door dilatoren, Nummer 1 is zuurstof. daarna stikstofmonooxide. Dus
zuurstof geven is niet alleen voor SAT ook voor dilatatie.
Prostaglandines: voorkomen dat ductus botalli sluit.
NSAIDs: bevorderen sluiten ductus botalli