Gezondheidspsychologie Examen – 100 Oefenvragen
met Antwoorden en Uitleg | Psychologie van
Gezondheid, Ziekte & Preventie |De Nieuwste versie
heeft al een A+ gekregen
Inleiding
Dit examen is gebaseerd op de flashcards Gezondheidspsychologie en
behandelt de kernconcepten van de gezondheidspsychologie. De vragen zijn
ontworpen om je kennis te testen op het gebied van theorieën, modellen,
onderzoeksmethoden, gedragsverandering, preventie, chronische ziekten,
slaap, voeding, beweging, middelengebruik en het gezondheidszorgsysteem.
Elk antwoord wordt ondersteund door een uitgebreide uitleg.
Deel 1: Basisconcepten en Modellen (Vragen 1–20)
1. Wat is de definitie van gezondheidspsychologie?
A. De studie van de behandeling van psychische stoornissen in ziekenhuizen.
B. Een vakgebied dat zich richt op het begrijpen van psychologische invloeden
op hoe mensen gezond blijven, waarom ze ziek worden en hoe ze reageren als
ze ziek zijn.
C. De studie van de biologische oorzaken van ziekten.
D. De studie van de invloed van voeding op de gezondheid.
Antwoord: B
Uitleg: Gezondheidspsychologie is een relatief nieuw vakgebied dat zich
bezighoudt met psychologische invloeden op gezondheid, ziekte en
gezondheidszorg. Het bestudeert hoe mensen gezond blijven, waarom ze ziek
worden en hoe ze omgaan met ziekte.
,2
2. Welke definitie van gezondheid hanteert de Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) sinds 1948?
A. Gezondheid is de afwezigheid van ziekte.
B. Gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal
welzijn en niet slechts de afwezigheid van ziekte of gebrek.
C. Gezondheid is een balance tussen de vier humoren.
D. Gezondheid is de mogelijkheid om dagelijkse activiteiten uit te voeren
zonder pijn.
Antwoord: B
Uitleg: De WHO definieert gezondheid als “een toestand van volledig
lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet slechts de afwezigheid van
ziekte of gebrek.” Dit benadrukt een holistische benadering.
3. Wat houdt het biomedical model in?
A. Het model dat stelt dat ziekte wordt veroorzaakt door een disbalans van de
vier humoren.
B. Het model dat alle ziekten verklaart op basis van afwijkende somatische
lichaamsprocessen, zoals biochemische onevenwichtigheden of
neurofysiologische afwijkingen.
C. Het model dat biologische, psychologische en sociale factoren combineert.
D. Het model dat zich richt op de invloed van omgevingsfactoren op
gezondheid.
Antwoord: B
Uitleg: Het biomedical model gaat ervan uit dat ziekten kunnen worden
verklaard door afwijkende somatische processen. Het negeert echter
psychologische en sociale factoren.
,3
4. Wat is het biopsychosociaal model?
A. Een model dat alleen biologische factoren meeneemt.
B. Een model dat stelt dat biologische, psychologische en sociale factoren
allemaal belangrijke determinanten van gezondheid en ziekte zijn.
C. Een model dat zich uitsluitend richt op de geest.
D. Een model dat de humorenleer herintroduceert.
Antwoord: B
Uitleg: Het biopsychosociaal model overbrugt de beperkingen van het
biomedical model door biologische, psychologische en sociale factoren te
integreren.
5. Wat was volgens de humoraaltheorie de oorzaak van ziekte?
A. Het binnendringen van boze geesten.
B. Een disbalans van de vier humoren: bloed, zwarte gal, gele gal en slijm.
C. Bacteriële infecties.
D. Genetische mutaties.
Antwoord: B
Uitleg: De humoraaltheorie stelde dat ziekte ontstond wanneer de vier
lichaamsvloeistoffen uit balans raakten. Behandeling was gericht op het
herstellen van de balans.
, 4
6. Wie wordt geassocieerd met de vroege psychoanalytische benadering van
conversiehysterie?
A. Hippocrates
B. Sigmund Freud
C. Louis Pasteur
D. Wilhelm Wundt
Antwoord: B
Uitleg: Freud’s werk aan conversiehysterie bracht de relatie tussen geest en
lichaam onder de aandacht en droeg bij aan de ontwikkeling van de
gezondheidspsychologie.
7. Wat is een belangrijk verschil tussen het biomedical model en het
biopsychosociaal model?
A. Het biomedical model houdt rekening met sociale factoren.
B. Het biopsychosociaal model verklaart ziekte uitsluitend door biologische
factoren.
C. Het biopsychosociaal model integreert biologische, psychologische en
sociale factoren, terwijl het biomedical model zich alleen op biologische
factoren richt.
D. Er is geen verschil.
Antwoord: C
Uitleg: Het biopsychosociaal model is een uitbreiding van het biomedical
model en erkent de invloed van psychologische en sociale factoren op
gezondheid.