Oefenvragen met Antwoorden en Uitleg | Psychologie van
Gezondheid, Ziekte & Preventie ||De Nieuwste versie
heeft al een A+ gekregen
Deel 1: Basisconcepten en Modellen (Vragen 1–40)
1. Wat is een kernkenmerk van de gezondheidspsychologie?
A. Het richt zich uitsluitend op de behandeling van psychische stoornissen.
B. Het bestudeert psychologische invloeden op gezondheid, ziekte en
gezondheidszorg.
C. Het richt zich alleen op de biologische oorzaken van ziekte.
D. Het is een tak van de geneeskunde die zich bezighoudt met chirurgie.
Antwoord: B
Uitleg: Gezondheidspsychologie bestudeert hoe psychologische factoren van
invloed zijn op gezondheid, ziekte en gezondheidszorg.
2. Welke organisatie definieerde gezondheid in 1948 als "een toestand van
volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn"?
A. WHO
B. APA
C. CDC
D. NIH
Antwoord: A
Uitleg:De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) formuleerde deze holistische
definitie in 1948.
,3. Wat stelt het biomedical model?
A. Dat ziekte wordt veroorzaakt door een disbalans van humoren.
B. Dat ziekte kan worden verklaard door afwijkende somatische processen.
C. Dat biologische, psychologische en sociale factoren allemaal een rol spelen.
D. Dat ziekte alleen door virussen wordt veroorzaakt.
Antwoord: B
Uitleg: Het biomedical model reduceert ziekte tot biologische afwijkingen,
zoals biochemische onevenwichtigheden.
4. Welk model integreert biologische, psychologische en sociale factoren?
A. Biomedical model
B. Humoraaltheorie
C. Biopsychosociaal model
D. Psychoanalytisch model
Antwoord: C
Uitleg: Het biopsychosociaal model erkent dat gezondheid en ziekte worden
bepaald door een combinatie van biologische, psychologische en sociale
factoren.
5. Wie introduceerde het concept van conversiehysterie?
A. Hippocrates
B. Freud
C. Pasteur
D. Skinner
,Antwoord: B
Uitleg: Freud's werk aan conversiehysterie benadrukte de relatie tussen geest
en lichaam.
6. Wat was de humoraaltheorie?
A. Ziekte wordt veroorzaakt door boze geesten.
B. Ziekte ontstaat door een disbalans van vier lichaamsvloeistoffen.
C. Ziekte wordt veroorzaakt door bacteriën.
D. Ziekte is erfelijk.
Antwoord: B
Uitleg: De humoraaltheorie stelde dat bloed, zwarte gal, gele gal en slijm in
balans moesten zijn.
7. Waarom droeg de opkomst van chronische ziekten bij aan de ontwikkeling
van gezondheidspsychologie?
A. Omdat chronische ziekten alleen door medicijnen kunnen worden
behandeld.
B. Omdat psychologische en sociale factoren een rol spelen bij chronische
ziekten.
C. Omdat chronische ziekten niet erfelijk zijn.
D. Omdat chronische ziekten door virussen worden veroorzaakt.
Antwoord: B
, Uitleg: Chronische ziekten zoals hartziekten en diabetes hebben vaak
psychologische en sociale componenten, wat de vraag naar
gezondheidspsychologische interventies vergrootte.
8. Wat is het doel van prospectieve studies?
A. Het reconstrueren van het verleden.
B. Het identificeren van risicofactoren voor gezondheidsproblemen.
C. Het testen van medicijnen.
D. Het beschrijven van de frequentie van ziekten.
Antwoord: B
Uitleg: Prospectieve studies volgen deelnemers in de tijd om risicofactoren te
identificeren.
9. Wat is een retrospectieve studie?
A. Een studie die vooruitkijkt.
B. Een studie die terugkijkt om oorzaken te achterhalen.
C. Een experimentele studie.
D. Een correlationele studie.
Antwoord: B
Uitleg: Retrospectieve studies kijken terug in de tijd om eerdere
omstandigheden te reconstrueren.
10. Wat is een voordeel van correlationele studies boven experimenten?
A. Ze kunnen causaliteit aantonen.