Woordgroeptest Thèta-criterium = elke thèta-rol SAF
(constituenten) moet precies één argument - Een affix mag niet “loshangen”
Vervangingstest (groep woorden hebben, en elk argument precies SHAGR
veranderen, zonder betekenis één rol. (Het ww bepaalt hoeveel - Specifier <> head moeten overeenkomen in: persoon, getal, casus (R-
veranderen) rollen er zijn) woord/wh-woord)
- Ik heb de boterhammen snel - Actor = wie doet de Casusfilter
opgegeten handeling? - NOM = subject (AGRs, naar Spec, AGRsP) <> ACC = object (AGRo, naar
- Ik heb ze snel opgegeten - Thema = wie/wat ondergaat Spec, AGRoP)
de handeling? Topicalisatie
Vooropplaatsingstest (groep - Recipiens = wie ontvangt - Constituent naar Spec, CP
woorden in de pv zetten) iets? *Lege C
- Ik heb met dat geweer op die - C mag niet leeg blijven. Of een ww of een voegwoord naar C.
kittens geschoten Fouten: UTAH
- Met dat geweer heb ik op die - Argument ontbreekt - Actor hoog, thema laag
kittens geschoten - Extra argument Burzio’s generalisatie
- Geen actor = geen ACC (in AGRo, hier zou thema normaal naamval
krijgen)
NP-verplaatsing (Actor/Thema Passief Successive cyclic movement
herkennen) Burzio’s generalisatie: geen - Wh-verplaatsing verloopt via elke Spec,CP (subjacentie)
Actor = geen ACC Subjacentie
1. Prenominale modificatie - Je mag een CP alleen verlaten via de Spec,CP (niet ineens een grote
Voltooid deelwoord + zelfstandig Jan breekt de vazen sprong, maar via tussenstappen)
naamwoord De vazen breken V2-regel
Het geschreven boek → boek = Breken (01) 02 - De persoonsvorm staat op de tweede plek
Thema - Hier kan de actor rol Pied piping
*De geschreven auteur → auteur ontbreken, maar thema moet - Het vraagwoord neemt het voorzetsel mee naar voren.
= Actor blijven WH-eiland
> alleen Thema's kunnen als *Marie valt Jan - Een wh-woord kan niet verplaatsen door een CP, waarvan de Spec,CP al
voltooid deelwoord vóór een Jan valt is gevuld door een ander wh-woord
zelfstandig naamwoord staan. - Hier kan alleen een thema rol Predicaat
- Het deel van de zin dat iets zegt over het onderwerp (subject). Jan leest
2. Hulpwerkwoord in de Alleen WW met een actor een boek > ‘Jan’ = subject, ‘leest een boek’ = predicaat
voltooide tijd kunnen passief worden.
Actor = hebben, geen Actor - Thema hoort normaal in WH-verplaatsing (een vraagwoord, +wh, gaat naar Spec,CP)
(Thema) = zijn. AGRsO, dit kan niet, dus gaat Soorten wh-verplaatsingen: subject (wie heeft…?), object (welk boek …?),
naar AGRsP tijd (wanneer heeft …?), manier (hoe heeft…?)
- Gewone zin = -wh (Jan leest een boek.) / vraagzin = +wh (wat
leest Jan?)
In een vraagzin moet het vraagwoord, C en de hele CP +wh zijn.
Hypothese 1: C[+wh] eist SHAGR met XP[+wh] wh-woord moet naar
Spec,CP
Hypothese 2: C+wh eist [ / ∞] SHAGR met XP+wh talen verschillen
Type Rol(len) Hulpw Prenominale in OF en HOEVEEL wh-woorden verplaatsen
w modificatie Hypothese 3: C+wh eist [ 1 / ∞ ] SHAGR met XP+wh, en vice versa
Onergatief Actor hebbe ✘ Spreek uit:
n - Alleen de bovenste kopie van XP+wh
Onaccusatief/ Thema zijn ✔ - De bovenste kopie, en lagere kopieën in Spec,CP als
ergatief pronomen+wh
Passief Thema zijn ✔ - Één volledige kopie, hogere kopieën als pronomen, lagere
[-R] [+R]
Transitief Actor + hebbe ✔ (alleen Thema) kopieën optioneel als pronomen+wh]
Thema n - Geen kopie in Spec,CP ]
[+def] Het Er
bewijs voor successive cyclic movement
[+def] [+prox] Dit Hier
[+def] [-prox] Dat Daar Daarmee kun je verklaren:
[-def] [+wh] Wat Waar - Talen zonder wh-verplaatsing (0)
[-def] [+E] Iets Ergens - Talen met één wh-verplaatsing (1, zoals Nederlands)
[-def] [+A] Alles Overal - Talen met multiple wh-verplaatsing (∞, zoals Bulgaars)
[-def] [-neg] Niets Nergens Voor vragen over uitgesproken tussenkopieën heb je vervolgens nog nodig:
- Successive cyclic movement: wh-verplaatsing verloopt via elke SpecCP
Niet R-woorden staan NA het Adjuncten (bepalingen)
(subjacentie).
voorzetsel - Plaats: in de bibliotheek
R-woorden staan VOOR het - Tijd: gisteren
Bijzinnen met het voegwoord ‘of’ zijn vraagzinnen (dus CPs met het
voorzetsel - Middel: met een vergrootglas
Ze zijn optioneel, vrij toe te
R-woorden kunnen uit de PP voegen en worden niet bepaald Boomstructuur
bewegen, ‘gewone’ woorden door het ww. - In een C’ kan alleen een WW/voegwoord komen te staan, een NP
niet Structuur VP met adjuncten: verplaatst dan dus niet hierheen maar naar de CP
- *Wie denkt Jan aan? - Stel het WW staat in de verleden tijd, zet het WW in V dan in de
- Aan wie denkt Jan? (pied tegenwoordige tijd. Hij zag haar > zet ‘zie’ in V
piping) - Als er in de VP nog een PP/AdvP/adjunct zit (naast de NP) dan teken je
deze links van de VP.
Parameter = - In T voeg je tijd/affix toe
keuzemogelijkheid binnen UG; - In AGRs voeg je persoons- en getalskenmerken toe Ø = geen tijd
verschillende instellingen - De RP komt uit de PP > NP moet +R hebben om naar de Spec, RP te
verklaren taalvariatie. Kan ook kunnen verplaatsen. Bijvoorbeeld, ‘waar’ (NP) en ‘over’ (PP)
op andere onderwerpen - Een PP verplaatst nooit via AGRo’ of AGRs’, want een PP krijgt geen
Adjuncten krijgen geen thèta-rol
naamval (bijv. in de kelder).
van V.
- Verplaats je een woord(groep) naar een andere plek? Streep dan het
woord op de oude plek door
PP’s lijken soms adjunct of
- Is er een bijzin, dan komt de nieuwe CP uit de V’ (bar)
object:
- Voltooid deelwoord (gezien, gelezen, gekocht) → blijft in VP (hulp ww
- Is het verplicht? > object
begint in T)
- Wordt het bepaald door het
- Zet de zin in normale context om erachter te komen wat de functie is van
ww? > object
het vraagwoord. Wat dacht de gravin dat de keukenmeid wilde? > Wat
- IsNP
erkan
eenweer
thèta-rol?
verder > vertakken,
object bijv. in
wilde de keukenmeid? > onderliggende structuur = de keukenmeid wilde
‘de’ (DET) en ‘tafel’ (N) wat.
(‘wat’ hoort dus bij ‘wilde’ en begint daarom helemaal onderaan in de
Positie Kenmerken boom.
V Stam werkwoord (hoor, zie,
lees)
T +PAST/-PAST + affix (hoor- - Geef +wh en -wh aan in de boom + (wh-woord gaat (vaak) in de
de-n) Verklaringen foute zinnen
AGRs
Naamv +PLU/-PLU (optioneel:
Functie ø) +
Voorbeelden - Schending van thèta-criterium > er ontbreekt een rol/rollen te veel (*er
al NOM verdween, *dat de prins de prinses een kikker kuste)
NOM Subject / ik, jij, hij, zij, wij, - Schending van casusfilter/Burzio’s generalisatie > naamval klopt niet
(AGRs onderwerp jullie, zij (*hem verdween > ‘hem’ is ACC maar moet NOM worden ‘hij’) ‘Verdwijnen’
P) heeft geen actor, dus geen ACC.
ACC Object / lijdend mij/me, jou/je, - Passivisering > bij passief verdwijnt de actor (*de koning werd verdwenen
(AGRo voorwerp hem, haar, ons, > hier is geen actor aanwezig)
P) jullie, hen/hun - Casusfilter en passivisering samen > *de koning werd op haar gerekend >
Argument Predicaat De PP ‘op haar’ krijgt al naamval van het voorzetsel en kan niet promoveren
Krijgt een thèta- Deelt theta-rollen uit of tot subject. Er blijft geen geschikte NP over voor NOM.
rol kent eigenschappen toe - Thèta-criterium en passivisering samen > *de koning werd gejuicht >
Verwijst naar een Zegt iets over een ‘juichen’ is onergatief (alleen Actor). Passief verwijdert de Actor, waardoor
persoon/ding persoon/ding geen theta-rol meer overblijft.
Meestal NP, Werkwoord, adjectief of
soms PP/CP naamwoordelijk deel - Selectie van CP door het werkwoord > * [ weet je [ wie ze zich zullen
Is deelnemer aan Beschrijft de situatie afvragen [ dat hij ontslagen heeft? ]]] > afvragen selecteert CP[+wh], niet
de situatie CP[-wh] (dat-zin)
Wie, wat, welk(e) X = NP hoe groot, hoe duur etc. = AP - Schending subjacentie: wh-verplaatsing moet via elke SpecCP verlopen
Wanneer, waarom, hoe = AdvP (successive cyclic movement). > * [ wie weet je [ dat ze zich zullen
Van/met/op + wh-woord = PP afvragen [ dat hij ontslagen heeft? ]]]
- Wh-eilandschending (subjacentie) > *Welke boeken vroeg je wanneer Jan
gelezen had? > tussenliggende Spec,CP is al bezet door ‘wanneer’, dus
‘welke’ kan hier niet doorheen.
- Schending SHAGR > *dat jullie loopt > ‘jullie’ staat in MV en ‘loopt’ in EV,
(constituenten) moet precies één argument - Een affix mag niet “loshangen”
Vervangingstest (groep woorden hebben, en elk argument precies SHAGR
veranderen, zonder betekenis één rol. (Het ww bepaalt hoeveel - Specifier <> head moeten overeenkomen in: persoon, getal, casus (R-
veranderen) rollen er zijn) woord/wh-woord)
- Ik heb de boterhammen snel - Actor = wie doet de Casusfilter
opgegeten handeling? - NOM = subject (AGRs, naar Spec, AGRsP) <> ACC = object (AGRo, naar
- Ik heb ze snel opgegeten - Thema = wie/wat ondergaat Spec, AGRoP)
de handeling? Topicalisatie
Vooropplaatsingstest (groep - Recipiens = wie ontvangt - Constituent naar Spec, CP
woorden in de pv zetten) iets? *Lege C
- Ik heb met dat geweer op die - C mag niet leeg blijven. Of een ww of een voegwoord naar C.
kittens geschoten Fouten: UTAH
- Met dat geweer heb ik op die - Argument ontbreekt - Actor hoog, thema laag
kittens geschoten - Extra argument Burzio’s generalisatie
- Geen actor = geen ACC (in AGRo, hier zou thema normaal naamval
krijgen)
NP-verplaatsing (Actor/Thema Passief Successive cyclic movement
herkennen) Burzio’s generalisatie: geen - Wh-verplaatsing verloopt via elke Spec,CP (subjacentie)
Actor = geen ACC Subjacentie
1. Prenominale modificatie - Je mag een CP alleen verlaten via de Spec,CP (niet ineens een grote
Voltooid deelwoord + zelfstandig Jan breekt de vazen sprong, maar via tussenstappen)
naamwoord De vazen breken V2-regel
Het geschreven boek → boek = Breken (01) 02 - De persoonsvorm staat op de tweede plek
Thema - Hier kan de actor rol Pied piping
*De geschreven auteur → auteur ontbreken, maar thema moet - Het vraagwoord neemt het voorzetsel mee naar voren.
= Actor blijven WH-eiland
> alleen Thema's kunnen als *Marie valt Jan - Een wh-woord kan niet verplaatsen door een CP, waarvan de Spec,CP al
voltooid deelwoord vóór een Jan valt is gevuld door een ander wh-woord
zelfstandig naamwoord staan. - Hier kan alleen een thema rol Predicaat
- Het deel van de zin dat iets zegt over het onderwerp (subject). Jan leest
2. Hulpwerkwoord in de Alleen WW met een actor een boek > ‘Jan’ = subject, ‘leest een boek’ = predicaat
voltooide tijd kunnen passief worden.
Actor = hebben, geen Actor - Thema hoort normaal in WH-verplaatsing (een vraagwoord, +wh, gaat naar Spec,CP)
(Thema) = zijn. AGRsO, dit kan niet, dus gaat Soorten wh-verplaatsingen: subject (wie heeft…?), object (welk boek …?),
naar AGRsP tijd (wanneer heeft …?), manier (hoe heeft…?)
- Gewone zin = -wh (Jan leest een boek.) / vraagzin = +wh (wat
leest Jan?)
In een vraagzin moet het vraagwoord, C en de hele CP +wh zijn.
Hypothese 1: C[+wh] eist SHAGR met XP[+wh] wh-woord moet naar
Spec,CP
Hypothese 2: C+wh eist [ / ∞] SHAGR met XP+wh talen verschillen
Type Rol(len) Hulpw Prenominale in OF en HOEVEEL wh-woorden verplaatsen
w modificatie Hypothese 3: C+wh eist [ 1 / ∞ ] SHAGR met XP+wh, en vice versa
Onergatief Actor hebbe ✘ Spreek uit:
n - Alleen de bovenste kopie van XP+wh
Onaccusatief/ Thema zijn ✔ - De bovenste kopie, en lagere kopieën in Spec,CP als
ergatief pronomen+wh
Passief Thema zijn ✔ - Één volledige kopie, hogere kopieën als pronomen, lagere
[-R] [+R]
Transitief Actor + hebbe ✔ (alleen Thema) kopieën optioneel als pronomen+wh]
Thema n - Geen kopie in Spec,CP ]
[+def] Het Er
bewijs voor successive cyclic movement
[+def] [+prox] Dit Hier
[+def] [-prox] Dat Daar Daarmee kun je verklaren:
[-def] [+wh] Wat Waar - Talen zonder wh-verplaatsing (0)
[-def] [+E] Iets Ergens - Talen met één wh-verplaatsing (1, zoals Nederlands)
[-def] [+A] Alles Overal - Talen met multiple wh-verplaatsing (∞, zoals Bulgaars)
[-def] [-neg] Niets Nergens Voor vragen over uitgesproken tussenkopieën heb je vervolgens nog nodig:
- Successive cyclic movement: wh-verplaatsing verloopt via elke SpecCP
Niet R-woorden staan NA het Adjuncten (bepalingen)
(subjacentie).
voorzetsel - Plaats: in de bibliotheek
R-woorden staan VOOR het - Tijd: gisteren
Bijzinnen met het voegwoord ‘of’ zijn vraagzinnen (dus CPs met het
voorzetsel - Middel: met een vergrootglas
Ze zijn optioneel, vrij toe te
R-woorden kunnen uit de PP voegen en worden niet bepaald Boomstructuur
bewegen, ‘gewone’ woorden door het ww. - In een C’ kan alleen een WW/voegwoord komen te staan, een NP
niet Structuur VP met adjuncten: verplaatst dan dus niet hierheen maar naar de CP
- *Wie denkt Jan aan? - Stel het WW staat in de verleden tijd, zet het WW in V dan in de
- Aan wie denkt Jan? (pied tegenwoordige tijd. Hij zag haar > zet ‘zie’ in V
piping) - Als er in de VP nog een PP/AdvP/adjunct zit (naast de NP) dan teken je
deze links van de VP.
Parameter = - In T voeg je tijd/affix toe
keuzemogelijkheid binnen UG; - In AGRs voeg je persoons- en getalskenmerken toe Ø = geen tijd
verschillende instellingen - De RP komt uit de PP > NP moet +R hebben om naar de Spec, RP te
verklaren taalvariatie. Kan ook kunnen verplaatsen. Bijvoorbeeld, ‘waar’ (NP) en ‘over’ (PP)
op andere onderwerpen - Een PP verplaatst nooit via AGRo’ of AGRs’, want een PP krijgt geen
Adjuncten krijgen geen thèta-rol
naamval (bijv. in de kelder).
van V.
- Verplaats je een woord(groep) naar een andere plek? Streep dan het
woord op de oude plek door
PP’s lijken soms adjunct of
- Is er een bijzin, dan komt de nieuwe CP uit de V’ (bar)
object:
- Voltooid deelwoord (gezien, gelezen, gekocht) → blijft in VP (hulp ww
- Is het verplicht? > object
begint in T)
- Wordt het bepaald door het
- Zet de zin in normale context om erachter te komen wat de functie is van
ww? > object
het vraagwoord. Wat dacht de gravin dat de keukenmeid wilde? > Wat
- IsNP
erkan
eenweer
thèta-rol?
verder > vertakken,
object bijv. in
wilde de keukenmeid? > onderliggende structuur = de keukenmeid wilde
‘de’ (DET) en ‘tafel’ (N) wat.
(‘wat’ hoort dus bij ‘wilde’ en begint daarom helemaal onderaan in de
Positie Kenmerken boom.
V Stam werkwoord (hoor, zie,
lees)
T +PAST/-PAST + affix (hoor- - Geef +wh en -wh aan in de boom + (wh-woord gaat (vaak) in de
de-n) Verklaringen foute zinnen
AGRs
Naamv +PLU/-PLU (optioneel:
Functie ø) +
Voorbeelden - Schending van thèta-criterium > er ontbreekt een rol/rollen te veel (*er
al NOM verdween, *dat de prins de prinses een kikker kuste)
NOM Subject / ik, jij, hij, zij, wij, - Schending van casusfilter/Burzio’s generalisatie > naamval klopt niet
(AGRs onderwerp jullie, zij (*hem verdween > ‘hem’ is ACC maar moet NOM worden ‘hij’) ‘Verdwijnen’
P) heeft geen actor, dus geen ACC.
ACC Object / lijdend mij/me, jou/je, - Passivisering > bij passief verdwijnt de actor (*de koning werd verdwenen
(AGRo voorwerp hem, haar, ons, > hier is geen actor aanwezig)
P) jullie, hen/hun - Casusfilter en passivisering samen > *de koning werd op haar gerekend >
Argument Predicaat De PP ‘op haar’ krijgt al naamval van het voorzetsel en kan niet promoveren
Krijgt een thèta- Deelt theta-rollen uit of tot subject. Er blijft geen geschikte NP over voor NOM.
rol kent eigenschappen toe - Thèta-criterium en passivisering samen > *de koning werd gejuicht >
Verwijst naar een Zegt iets over een ‘juichen’ is onergatief (alleen Actor). Passief verwijdert de Actor, waardoor
persoon/ding persoon/ding geen theta-rol meer overblijft.
Meestal NP, Werkwoord, adjectief of
soms PP/CP naamwoordelijk deel - Selectie van CP door het werkwoord > * [ weet je [ wie ze zich zullen
Is deelnemer aan Beschrijft de situatie afvragen [ dat hij ontslagen heeft? ]]] > afvragen selecteert CP[+wh], niet
de situatie CP[-wh] (dat-zin)
Wie, wat, welk(e) X = NP hoe groot, hoe duur etc. = AP - Schending subjacentie: wh-verplaatsing moet via elke SpecCP verlopen
Wanneer, waarom, hoe = AdvP (successive cyclic movement). > * [ wie weet je [ dat ze zich zullen
Van/met/op + wh-woord = PP afvragen [ dat hij ontslagen heeft? ]]]
- Wh-eilandschending (subjacentie) > *Welke boeken vroeg je wanneer Jan
gelezen had? > tussenliggende Spec,CP is al bezet door ‘wanneer’, dus
‘welke’ kan hier niet doorheen.
- Schending SHAGR > *dat jullie loopt > ‘jullie’ staat in MV en ‘loopt’ in EV,