TIJDVAK 7
Paragraaf 7.1
De rede
Bij de verlichting werd er onderzoek gedaan naar minder tastbare
wetenschappen, andere soort wetenschappen dan de natuur.
Rationeel optimisme = het optimisme om alles te kunnen verklaren met je
verstand, op alle onderdelen van de samenleving. → de vanzelfsprekendheid
waarmee de adel en de geestelijkheid al eeuwen maatschappelijke macht had
kwam ter discussie te staan.
Als je kritisch kijkt kan je goddelijke figuren niet rationeel verklaren, sommige
filosofen kwamen in conflict met de Kerk. Filosofen wilden een manier vinden
waar religie en rationeel denken werden samengevoegd. Oplossing van
Voltaire: Deïsme, God heeft de aarde gemaakt en daarna zijn handen
weggetrokken.
Verlichte filosofen gingen ervan uit dat er rechten bestaan die voor alle
mensen gelden, net zoals er natuurwetten bestaan die overal in de natuur
gelden. Mensen moeten altijd kunnen beschikken over deze natuurlijke
rechten (meningsuiting, veiligheid).
Durf te denken, niet klakkeloos denken wat de staat of de Kerk je vertelt
(Immanuel Kant)
Afspraken tussen volk en bestuur
Veel filosofen keurden het absolutisme af, niet gebaseerd op ratio maar op
droit divin.
Volgens Hobbes, Locke en Rousseau moest het volk besluiten dat zij tezamen
een politieke gemeenschap vormden, sociaal contract = een afspraak tussen
burgers en bestuurders over het besturen van een land
Volgens Hobbes: volkssoevereiniteit: de hoogste macht bij het volk
Samenvatting tijdvak 7 & 8 1
, Montisquieu, trias politica (uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende
macht)
Voltaire dacht dat het volk te dom was om bestuurlijke verantwoordelijkheid te
nemen.
Verlichte vorsten
Sommige vorsten stonden open voor verlichte denkbeelden: Frederik de Grote
van Pruisen, voor godsdienstvrijheid, het volk mag niet meebeslissen, ‘’alles
voor het volk, niets door het volk’’, verlicht absoluut vorst
Verlicht absolutisme: er moet een sterke vorst zijn die rekening houdt met het
volk
Vorst Catharina de Grote uit Rusland streefde naar een grondwet.
De encyclopédie
Om zelfstandig na te kunnen denken, moet men beschikken over kennis.
Filosofen Diderot en d’Alembert besloten een encyclopedie samen te stellen,
ordenen van alle kennis. De boeken werden ruim verspreid en hadden veel
invloed op het denken van de burgerij in Europa. Kritiek uit hogere standen
want er stond veel kritiek op privileges van de adel in. Een oproep tot verbod
zorgde voor extra hoge verkoopcijfers. Dankzij de steeds betere
druktechnieken konden kranten snel en in grote oplagen worden gedrukt. Het
analfabetisme nam af.
Als je vrouwen en kinderen bij wetenschap in een bron ziet wijst dat op de
verlichting.
Verlichtingsdenkers keerden zich tegen het absolutisme in Frankrijk en tegen
de standenmaatschappij. Revolutie komt vooral vanuit de derde stand.
1789: franse revolutie
Paragraaf 7.2
De suikerplantages van Suriname
De Engelsen deden de Portugezen en Spanjaarden na en zetten
plantagekoloniën in Amerika neer, bijvoorbeeld in Suriname. De inheemse
bewoners waren niet geschikt voor het zware plantagewerk dus werden er
Samenvatting tijdvak 7 & 8 2