MODULE 4 KRITISCH DENKEN
REDENEREN BINNEN HET VERPLEEGKUNDIG PROCES REDVPP02
(Small Cell Lung Cancer of SCLC, 2017)
IRMA VAN DER HEIJDEN - SMEULDERS
STUDENTNUMMER: 2148246
KLAS: DTM4-02
EXAMINATOR: ANNE HOEKSTRA
ZORGGROEP ELDE MAASDUIN
WERKBEGELEIDER: ANNE VAN ASSELDONK
AANTAL WOORDEN: 4488 INCL. SCHEMA’S
,Inhoud
Inleiding................................................................................................................... 2
Gegevensverzameling............................................................................................... 3
Casus .................................................................................................................. 3
Complexiteit van de zorgsituatie ............................................................................ 5
Verpleegkundige anamnese volgens patroon van Gordon............................................ 6
Clusteren en prioriteren van de verzamelde gegevens ................................................. 9
Shared decision making en prioritering .................................................................... 14
PES: Probleem-Etiologie-Symptoom, DIE methode (Feitelijke)................................... 15
PES 1 ................................................................................................................. 15
DIE 1 .................................................................................................................. 16
PES: Probleem-Etiologie-Symptoom, DIE (Dreigende) ............................................... 18
PES 2 ................................................................................................................. 18
DIE 2 .................................................................................................................. 18
Eindevaluatie ......................................................................................................... 20
Evaluatie PES 1 – Pijn (Feitelijke diagnose) ............................................................ 20
Evaluatie PES 2 – Risico op mucositis (Dreigende diagnose)................................... 20
Zorgethische reflectie ............................................................................................. 22
Literatuurlijst ......................................................................................................... 24
Bijlagen: ................................................................................................................ 27
Bijlage A: Medicatieoverzicht/ Polyfarmacy ........................................................... 27
Bijlage B: BEM..................................................................................................... 29
Bijlage C: Risicosignalering.................................................................................. 30
Bijlage D: Barthel Index........................................................................................ 37
Bijlage E: NRS ..................................................................................................... 39
Bijlage F Pijnanamnese ....................................................................................... 40
Bijlage G: DOS .................................................................................................... 42
Bijlage H: Klinisch Verloop PES 1 (Feitelijke) .......................................................... 44
Bijlage I: Klinisch Verloop PES 2 (Dreigende).......................................................... 45
Bijlage J: CanMEDS-rollen.................................................................................... 46
REDENEREN BINNEN HET VERPLEEGKUNDIG PROCES
REDVPP02
1
,Inleiding
Dit verslag is opgesteld voor de toets Kritisch Denken en beschrijft het systematisch
doorlopen van het verpleegkundig proces binnen een hoog-complexe palliatieve
zorgsituatie. Centraal staan klinisch redeneren, evidence-based practice (EBP),
gezamenlijke besluitvorming en zorgethische reflectie, in relatie tot de beroepscode en
de CanMEDS-rollen: Zorgverlener, Samenwerkingspartner en Reflectieve EBP-
professional.
De casus komt uit mijn functie als palliatief zorg verpleegkundige en pijnconsulent. De
zorgvrager bevindt zich in de palliatieve fase met multi-morbiditeit, polyfarmacie en
wisselende fysieke, psychische en sociale zorgbehoeften. De situatie is hoog-complex
door de multidisciplinaire samenwerking, het regelmatig herzien van zorgdoelen en het
voortdurende evenwicht tussen comfort, autonomie en kwaliteit van leven.
In dit verslag beschrijf ik hoe ik via klinisch redeneren de fasen van het verpleegkundig
proces heb doorlopen en keuzes heb onderbouwd met EBP en gezamenlijke
besluitvorming. Tot slot reflecteer ik op de zorgethische dilemma’s die ontstonden,
waarbij de beroepscode en morele sensitiviteit richting gaven aan mijn professioneel
handelen.
REDENEREN BINNEN HET VERPLEEGKUNDIG PROCES
REDVPP02
2
, Gegevensverzameling
Casus
Algemene gegevens
De heer S. is 57 jaar, getrouwd en vader van twee dochters. Dhr. heeft een kleinzoon.
Dhr. is katholiek opgevoed, maar niet meer praktiserend. Hij werkt sinds zijn zestiende in
de bouw en heeft eerder deelgenomen aan een medisch onderzoek naar blootstelling
aan zoutzuurhoudende producten, waarbij longemfyseem werd vastgesteld. Na enkele
jaren is dhr. deels afgekeurd i.v.m. verschillende lichamelijke klachten,
schouderklachten, dyspneuklachten. Ondanks toenemende lichamelijke klachten,
waaronder schouderpijn en dyspneu, bleef dhr. werkzaam in de bouw. Voor zijn
schouderpijn gebruikt hij een TENS-apparaat.
Huidige opname en diagnose
Dhr. werd opgenomen op de spoedeisende hulp vanwege toenemende dyspneu en
stekende pijn op de borst. Er werd een pneumothorax van de rechterlong vastgesteld,
waarna een thoraxdrain werd geplaatst en O₂-therapie gestart. Verder onderzoek toonde
vochtophoping en een groot hematoom op de rug. Een pleurodese werd uitgevoerd,
maar zonder blijvend resultaat. Tijdens de opname werd de diagnose kleincellig
longcarcinoom (SCLC) met uitgebreide metastasen, onder meer peritoneum, bevestigd.
Dhr. komt niet meer in aanmerking voor oncologische behandeling.
Huidige thuissituatie
Na twee weken ziekenhuisopname werd dhr. ontslagen naar huis. De thoraxdrain is
verwijderd; vermoedelijk heeft dhr. deze zelf eerder losgemaakt om sneller naar huis te
kunnen. Drain is 3 dagen eruit als dhr. naar huis gaat. Dhr. wil graag naar huis, omdat hij
uitbehandeld is. De thuiszorg is betrokken voor dagelijkse wondzorg, ADL-ondersteuning
en begeleiding bij dyspneu en pijn. Zijn medicatie omvat fentanylpleisters 25 µg/uur,
oxycodon (Oxynorm IR) als doorbraakmedicatie en Movicolon ter preventie van
obstipatie. De thuissituatie is belastend doordat zijn partner recent geopereerd is aan
een niercarcinoom en hierdoor fysiek beperkt is in de mantelzorg. Mw. is 1 dag eerder
thuisgekomen uit het ZKH dan dhr. Mw. kan fysiek dhr. niet ondersteunen, omdat mw.
zelf een buikwond heeft en nog moet herstellen van haar OK.
Hulpvraag
Dhr. vraagt ondersteuning en begeleiding bij het omgaan met dyspneu en pijnklachten,
alsook psychosociale begeleiding in het naderende ziekteproces. Dhr. ervaart zijn
situatie als confronterend; hij wil graag de regie behouden en hecht veel waarde aan
zelfstandigheid. De naasten ervaren spanning door de gelijktijdige ziekte van zijn partner.
Daarnaast heeft dhr. ondersteuning nodig bij de algemene dagelijkse
levensverrichtingen (ADL) en bij de wondzorg van de thoraxwond.
REDENEREN BINNEN HET VERPLEEGKUNDIG PROCES
REDVPP02
3