I. Kennisvragen — 6 punten
Instructie: Duid het juiste antwoord aan en motiveer het juiste antwoord. Elke vraag staat
op 1 punt en de helft van de punten staat op de juiste motivering.
Maximaal 300 woorden per antwoord.
Vraag 1
Tijdens de vakantieperiode werkt Thomas (voltijds student) als Deliveroo-koerier. Welke van
onderstaande stellingen is juist met betrekking tot de kwalificatie van zijn activiteit?
1. Indien Deliveroo kan bewijzen dat Thomas zijn werk en werktijd vrij kan organiseren
en geen hiërarchische controle is, zal Thomas als zelfstandige gekwalificeerd worden
ongeacht wat de specifieke criteria zeggen.
2. Bij studenten is er een onweerlegbaar vermoeden dat er sprake is van een
werknemer. Thomas is dus sowieso werknemer.
3. In de vervoerssector is er een onweerlegbaar vermoeden dat je verbonden bent met
een arbeidsovereenkomst indien de meerderheid van specifieke criteria vervuld is.
4. Voor platformwerkers geldt een onweerlegbaar vermoeden dat zij werknemers zijn
sinds de Deliveroo-uitspraak.
Toelichting:
....................................................................................................................
Vraag 2
Welke stelling is altijd correct met betrekking tot concurrentie met de werkgever?
1. Concurrerende activiteiten zijn nooit toegelaten, tijdens of na de
arbeidsovereenkomst.
2. Oneerlijke concurrentie is nooit toegelaten, tijdens of na de arbeidsovereenkomst.
3. Concurrerende activiteiten zijn enkel verboden als er een concurrentiebeding werd
opgenomen.
4. Concurrerende activiteiten zijn enkel verboden als er een geldig concurrentiebeding
werd opgenomen en de werkgever zich hierop beroept.
Toelichting:
....................................................................................................................
1