1. een realistische afspiegeling zijn van de echte toets;
2. het niveau een mix is van gemiddeld/lastiger en moeilijk (hbo/wo);
3. hij breed genoeg is zonder onnodig ingewikkeld te worden;
4. vooral open- en redeneer vragen ‘dwingen’ je tot echt nadenken.
20 open vragen...........................................................................................................................7
Hoofdstuk 1. Criminologie en criminaliteit............................................................................7
20 meerkeuzevragen................................................................................................................11
Hoofdstuk 2 Biologische en psychologische verklaringen....................................................11
Hoofdstuk 3. Sociologische verklaringen.............................................................................11
Hoofdstuk 4. Sociale leertheorie..........................................................................................12
Hoofdstuk 5. Sociale controletheorie...................................................................................13
Hoofdstuk 6. Rationelekeuzetheorie en theorieën vergelijken............................................13
20 fill in the blank.....................................................................................................................17
Hoofdstuk 7. Daderenmerken en crimineel gedrag.............................................................17
Hoofdstuk 8. Jeugdcriminaliteit en ontwikkeling.................................................................17
Hoofdstuk 9. Risico-, beschermende factoren en slachtofferschap.....................................18
Hoofdstuk 10. Recidive en omgevingsfactoren....................................................................18
15 casus/redeneervragen.........................................................................................................21
Hoofdstuk 11. Strafbare feiten en strafrechtelijke verantwoordelijkheid............................21
Hoofdstuk 12. Schuld, opzet en strafbaarheid.....................................................................21
Hoofdstuk 13. Straffen, maatregelen en strafdoelen...........................................................22
Hoofdstuk 14. Preventie en criminaliteitsbeleid..................................................................23
Hoofdstuk 15. Re-integratie en recidivebestrijding..............................................................23
20 Licht de stelling toe-vragen.................................................................................................27
Hoofdstuk 16. Onderzoeksvragen en hypothesen...............................................................27
Hoofdstuk 17. Kwalitatief en kwantitatief onderzoek..........................................................28
Hoofdstuk 18. Variabelen en operationaliseren...................................................................29
Hoofdstuk 19. Betrouwbaarheid, validiteit, correlatie en causaliteit..................................29
20 waar/niet waar vragen........................................................................................................32
Hoofdstuk 20. Tabellen en gegevens kritisch interpreteren................................................32
, Hoofdstuk 21. Grafieken, percentages en statistische misleiding........................................32
Hoofdstuk 22. Gemiddelden, spreiding en verdelingen.......................................................33
Hoofdstuk 23. Onderzoeksresultaten en statistische onzekerheid......................................33
Hoofdstuk 24. Verbanden, causaliteit en conclusies............................................................34
Rangschikvragen.......................................................................................................................36
Hoofdstuk 24. Teksten analyseren en hoofd- en bijzaken herkennen.................................36
Hoofdstuk 25. Argumenten beoordelen..............................................................................38
Hoofdstuk 26. Conclusies trekken en logisch redeneren.....................................................39
Hoofdstuk 27. Casussen analyseren.....................................................................................40
Hoofdstuk 28. Theorie toepassen en complexe redeneringen............................................41
Hoofdstuk 29. Zeer complexe rangschikkingen....................................................................43
Top 10 meest gemaakte fouten op het echte tentamen..........................................................45
Top 20 kernbegrippen..............................................................................................................46
1-pagina cheatsheet.............................................................................................................47
Examenstrategie voor een ruime voldoende...........................................................................50
EZELSBRUGGETJES
THEORIEËN
LEREN = LEERTHEORIE
Vrienden → nadoen → beloning → sociale leertheorie
CONTROLE = BINDING
Gezin → school → werk → normen → sociale controletheorie
KEUZE = KOSTEN/BATEN
Wat levert het op? Wat is het risico? → rationelekeuzetheorie
BIO = LICHAAM
Hersenen → genen → lichamelijke aanleg → biologische verklaring
PSYCHO = PERSOON
Persoonlijkheid → impulsiviteit → cognitie → ontwikkeling → psychologische verklaring
SOCIO = SAMENLEVING
Buurt → armoede → ongelijkheid → sociale omgeving → sociologische verklaring
DADER EN CRIMINALITEIT
RISICO = R
Risicofactor → grotere kans op criminaliteit.
BESCHERMING = B
Beschermende factor → kleinere kans op criminaliteit.
, RE = WEER
REcidive = weer een delict plegen.
DADER ≠ CRIMINEEL TYPE
Een kenmerk dat vaker voorkomt bij daders betekent niet dat iedereen met dat kenmerk crimineel wordt.
STRAF EN BELEID
VERGELIJK – VOORKOM – BESCHERM – VERANDER
Vergelijk → vergelding
Voorkom → preventie
Bescherm → samenleving beschermen
Verander → resocialisatie
PREVENTIE = VOOR, RISICO, HERHALING
Primair → voor iedereen
Secundair → risicogroepen
Tertiair → terugval voorkomen
ONDERZOEK
V-H-O-G-A-C
Vraag
→ Hypothese
→ Operationaliseren
→ Gegevens
→ Analyseren
→ Conclusie
BETROUWBAAR = OPNIEUW
Krijg je ongeveer hetzelfde resultaat bij herhaling?
VALIDITEIT = JUIST GEMETEN
Meet je daadwerkelijk wat je wilt meten?
REPRESENTATIEF = LIJKT OP DE POPULATIE
STATISTIEK
AANTAL ≠ RISICO
Veel delicten betekent niet automatisch een hoger risico.
PUNTEN = VERSCHIL
10% → 15% = 5 procentpunt
RELATIEF = DELEN
10% → 15% = 50% relatieve stijging