• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 53 pagina's
Samenvatting

Complete samenvatting eindtentamen Internationaal en Europees Strafrecht (incl. boek, hoorcolleges en werkgroepen)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 53 pagina's

Met deze samenvatting van week 2 tot en met 6 heb ik een 8,7 gehaald voor het eindtentamen. Ik heb alle belangrijke informatie uit zowel het boek als de hoorcolleges en werkgroepen opgenomen in de samenvatting.

Voorbeeld van de inhoud

Week 2 – internationaal strafrecht uitlevering
De uitleveringsprocedure
1. Het uitleveringsverzoek
a. Uitlevering geschiedt alleen op verzoek van een vreemde staat
b. Het uitleveringsverzoek wordt schriftelijk gedaan
i. Hetzij via diplomatieke weg (van de ambassade van de verzoekende
staat naar het ministerie van buitenlandse zaken van de aangezochte
staat)
ii. Hetzij langs de directe weg (van ministerie van justitie tot minister van
justitie
 Artikel 18 lid 2 UW
iii. Hoorcollege: directe contacten tussen ‘justitiële autoriteiten’
(bijvoorbeeld van politie naar politie)
- De manier van verzoeken wordt door de verdragen bepaald
c. Bij het verzoek tot uitlevering worden in de regel gevoegd:
i. Een origineel of authentiek afschrift van het bevel tot aanhouding bij
vervolgingsuitlevering of van het voor tenuitvoerlegging vatbare
vonnis bij executie-uitlevering
ii. Een uiteenzetting van de feiten die de opgeëiste persoon zou hebben
begaan met vermelding van tijd en plaats
o Dient zo nauwkeurig mogelijk te worden vermeld – artikel 12 lid 2
EUV
 Bij ontbreken hiervan is de uitlevering ontoelaatbaar
iii. De toepasselijke wettelijke bepalingen van de verzoekende staat en de
gegevens omtrent de identiteit en nationaliteit van de opgeëiste
persoon

2. Behandeling van het uitleveringsverzoek
 Een verzoek tot uitlevering wordt slechts in overweging genomen indien het voldoet
aan de vereisten van art. 18 lid 2 en 3 UW (artikel 18 lid 1 UW)
1. De minister van justitie en veiligheid onderzoek na ontvangst of het verzoek en de
overgelegde stukken voldoen aan de vereisten van art. 18 UW of aan de nadere eisen
van het toepasselijke verdrag (artikel 19 lid 1 UW)
- De vereisten van het toepasselijk verdrag prevaleren boven de vereisten
van artikel 18 UW
o Stukken die niet voldoen aan art. 18 UW maar wel aan het
toepasselijk verdrag zijn genoegzaam.
2. Minister zal ook onderzoeken of een verdragsgrond aanwezig is voor uitlevering
- Geen uitlevering zonder verdragsbasis op grond van artikelen 2(3) GW en
2 UW)
3. Indien het verzoek en de stukken niet aan de vereisten voldoen, biedt de minister de
autoriteiten van de verzoekende staat de gelegenheid tot aanvulling of verbetering
binnen een door de minister te stellen redelijke termijn (art. 19 lid 1 uw jo art. 13
EUV)
- Ook in het verdere verloop van de uitleveringsprocedure kan de OvJ van
een arrondissementsparket of de procureur-generaal bij de Hoge Raad in

, spoedeisende gevallen en voor zover het toepasselijke verdrag daarin
voorziet verbeteringen of aanvullingen vragen.
o De uitleveringsrechter kan ook daartoe beslissen, maar kunnen
slechts informatie opvragen over vereisten, voorwaarden en
weigeringsgronden en kunnen geen vragen stellen in verband met
toepassing van de hardheidsclausule (art. 10 lid 2 UW) of de
terugkeergarantie (art. 4 lid 2 UW) omdat alleen de minister
daarover kan beslissen
4. De minister kan het verzoek direct afwijzen wanneer een verdragsgrondslag
verbreekt, niet aan de vereisten en voorwaarden van het verdrag is voldaan of zich
een weigeringsgrond voordoet (art. 20 lid 1 UW).
5. Wanneer naar oordeel van de minister aan alles is voldaan, zendt hij het verzoek met
de stukken naar de officier van justitie van het arrondissement waar de opgeëiste
persoon zich bevindt (art. 20 lid 1 UW).
6. De officier van justitie die het verzoek heeft ontvangen, vordert binnen 3 dagen na
ontvangst dat de rechtbank het verzoek in behandeling neemt (art. 23 lid 1 UW)
- OvJ doet dit alleen indien de opgeëiste persoon zich in Nederland bevindt
- Indien tijdens de procedure aannemelijk wordt dat de opgeëiste persoon
zich niet meer in Nederland bevindt, dan is de OvJ niet-ontvankelijk in zijn
vordering.
o  Evt. (voorlopige) aanhouding en IVS ex 13 & 21 UW
7. De opgeëiste persoon ontvangt een afschrift van de vordering, waarbij hem
mededeling wordt gedaan van de feiten waarvoor uitlevering wordt verzocht, met
vermelding van tijd en plaats, en van de staat die het verzoek heeft ingediend (art. 23
lid 2 UW).

Zitting van de overleveringsrechter
1. Aanwezigheid van de persoon ter zitting van de rechtbank is niet vereist
a. De rechtbank kan indien gewenst de medebrenging gelasten (art. 25 lid 4
UW)
2. De opgeëiste persoon en zijn raadsman kunnen voorafgaand aan de zitting
kennisnemen van de stukken bij het verzoek (art. 23 lid 3 UW)
3. Indien blijkt dat de opgeëiste persoon gene raadsman heeft, geeft de voorzitter een
last tot toevoeging (art. 24 lid 3 UW)
4. Het verhoor op de zitting geschiedt in het openbaar, tenzij
a. De opgeëiste persoon een behandeling van de zaak met gesloten deuren
verlangt of
b. De rechtbank dat om gewichtige redenen noodzakelijk acht (art. 25 lid 1 UW)
5. De zitting is geen terechtzitting
6. De rechtbank onderzoekt de identiteit van de opgeëiste persoon op de wijze die is
voorgeschreven in art. 27a lid 1 Sv
7. Vervolgens onderzoekt de rechtbank de ontvankelijkheid van het uitleveringsverzoek
en de mogelijkheid tot inwilliging ervan (art. 26 lid 1 UW)
a. Hierbij wordt er alleen gekeken naar de formele vereisten van art. 18 lid 3 UW
en het toepasselijk verdrag.
i. De genoegzaamheid van de stukken
ii. De voorwaarden voor uitlevering

, iii. De toepasselijkheid van weigeringsgronden waarover de rechtbank
dient te beslissen
8. De OvJ geeft zijn opvatting over de toelaatbaarheid van de uitlevering en legt een
schriftelijke samenvatting over aan de rechtbank (art. 26 UW)
9. De opgeëiste persoon en zijn raadsman krijgen de gelegenheid om opmerkingen te
maken over het verzoek en over de te nemen beslissingen (art. 26 lid 2 UW)
10. Op de zitting kan de opgeëiste persoon een onschuldverweer voeren dat door de
rechtbank moet worden onderzocht (art. 26 lid 3 UW).
11. Als de rechtbank tot de conclusie komt dat aan de vereisten voor uitlevering is
voldaan, dan verklaart zij de uitlevering toelaatbaar
12. In dat geval adviseert zij de minister van justitie en veiligheid over de inwilliging van
het verzoek (art. 30 lid 2 UW).
a. In het advies kunnen ook de weigeringsgronden aan de orde komen die
uitsluitend ter beoordeling van de minister van justitie en veiligheid staan.
13. De OvJ en de opgeëiste persoon kunnen tegen de uitspraak van de rechtbank (niet
het advies) beroep in cassatie instellen (art. 31 lid 1 UW)
14. In geval dat de uitleveringsrechter de uitlevering ontoelaatbaar verklaard, dan staat
het de minister van justitie en veiligheid niet vrij om daarvan af te wijken (art. 33 lid 2
UW)
a. Indien de uitleveringsrechter de uitlevering toelaatbaar heeft verklaard,
neemt de minister de definitieve beslissing op het verzoek tot uitlevering.

Aantekeningen behandeling van het uitleveringsverzoek
 Bij een behandeling van een uitleveringsonderzoek zijn betrokken de minister van
Justitie en veiligheid, de officier van justitie van het arrondissement waarin de
opgeëiste persoon verblijft, de rechtbank van het arrondissement waarin de
opgeëiste persoon verblijft en de Hoge Raad.
 Omdat de uitlevering een rechtshandeling is die diep in het leven van de opgeëiste
persoon kan ingrijpen en waarbij ook zijn belangen en rechten zijn betrokken, heeft
de uitleveringswet de beslissingsbevoegdheden over uitleveringsverzoeken verdeeld
tussen de uitleveringsrechter en de minister van justitie en veiligheid
o De uitleveringsrechter oordeelt over de toelaatbaarheid van de uitlevering
o De minister van justitie en veiligheid neemt de definitieve beslissing over de
inwilliging van het uitleveringsverzoek, zij het dat hij daarbij gebonden is aan
een rechterlijke ontoelaatbaar verklaring – artikel 33 lid 2 UW

Kort geding – HR 25 april 2025
- Er bestaat geen mogelijkheid tot beroep tegen de beslissing van de minister, maar in
enkele gevallen kan als er sprake is van inwilliging een voorziening in kort geding
tegen de staat der Nederlanden soelaas bieden.
- Grondslag voor een dergelijk kort geding  een beweerde onrechtmatige daad van
de Staat der Nederlanden
o De voorzieningenrechter stelt daarbij voorop dat de minister van justitie en
veiligheid als orgaan van de staat der Nederlanden, een eigen
verantwoordelijkheid heeft om al dan niet tot uitlevering te besluiten
ondanks toelaatbaarverklaring door de uitleveringsrechter

, - Ter beoordeling staat hierbij of de minister in redelijkheid heeft kunnen besluiten om
de uitlevering toe te staan.
o Voorzieningenrechter toets hierbij slechts marginaal (= terughoudende
beoordeling), waarbij de beleidsvrijheid van de minister wordt ingeperkt door
de in het geding zijnde verplichtingen die voortvloeien uit het EVRM
 Marginale toetsing, tenzij beroep op dreigende schending art. 3 EVRM
 Complete toets bij mensenrechten: HR 25 april 2025
- In kort geding kunnen ook kwesties aan de orde komen waarover de
uitleveringsrechter heeft besloten

Zie wetsartikelen voor uitleveringsdetentie – pagina 215 – 217 van het boek

Verkorte procedure
- De uitleveringswet biedt de mogelijkheid om de uitleveringsprocedure te verkorten
indien de opgeëiste persoon instemt met onmiddellijke uitlevering
o Instemming kan uiterlijk op de dag voor de zitting bij de rechtbank worden
gegeven
o Opgeëiste persoon kan uitsluitend een instemmende verklaring afleggen bij
de R-C, tenzij het toepasselijke verdrag anders stelt.
o Hij mag gedurende dit proces worden bijgestaan door een raadsman
o Hij wordt daarnaast ook op de mogelijke gevolgen van zijn verklaring gewezen
– art. 41 UW:
 Hij zult dan niet meer van de bescherming van de
uitleveringsprocedure genieten, waarbij de rechter en de minister
onderzoeken of het verzoek aan alle vereisten voldoet
 Hij verliest de bescherming van het specialiteitsbeginsel – art. 45 lid 3
UW. Dit houdt in dat de opgeëiste persoon na uitlevering ook voor
andere feiten kan worden vervolgd dan de feiten waarop het
uitleveringsverzoek betrekking heeft.
- De R-C bij wie de opgeëiste persoon zijn verklaring aflegt, zendt het proces-verbaal
van de verklaring naar de officier van justitie, die beslist of de opgeëiste persoon
wordt uitgeleverd via de verkorte procedure – art. 42 lid 1 UW
- De opgeëiste persoon wordt niet volgens de verkorte procedure uitgeleverd indien
niet aan de voorwaarden van art. 2 UW en 9 UW is voldaan.
- Er dient een grondslag voor de uitlevering in een verdrag te zijn
- De OvJ dient te onderzoeken of de weigeringsgronden van art. 9 UW zich voordoen –
art. 42 UW
- Het uitleveringsverzoek moet in ieder geval aan de voorwaarden van het toepasselijk
verdrag voldoen.

Regels omtrent recht op rechtsbijstand zijn in artikel 45a UW opgenomen

Inbeslagneming
- De (hulp)OvJ kan op verzoek van de verzoekende staat de voorwerpen die zijn
aangetroffen in het bezit van de persoon wiens uitlevering of voorlopige aanhouding
is verzocht in beslag nemen of de inbeslagneming daarvan gelasten – art. 46 lid 1 UW

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: juni 2008 ISBN: 9789013042764 Druk: 4

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
9 september 2026
Aantal pagina's
53
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€19,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
melissakiara11
5,0
(1)
Verkocht
2
Volgers
0
Items
2
Laatst verkocht
3 weken geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen