• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 50 pagina's
Samenvatting

Hoorcollege samenvatting Economie voor Bedrijfskunde | Tilburg University |

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 50 pagina's

Dit is een samenvatting van hoorcolleges uit het vak Economie voor Bedrijfskunde aan Tilburg University. De les behandelt fundamentele economische concepten zoals schaarste, keuze en interactie, en gaat dieper in op micro-economie, consumentensurplus, producentensurplus, marktevenwicht en totaal surplus. Daarnaast worden marktstructuren zoals monopolie, oligopolie en collusie uitgelegd met praktische voorbeelden. Dit materiaal is ideaal voor het voorbereiden op toetsen en helpt je de kernconcepten van economie goed te begrijpen.

Voorbeeld van de inhoud

ECONOMIE VOOR BEDRIJFSKUNDE

HOORCOLLEGE 1

Economie draait om keuzes en interactie en het genereren van welvaart

- Keuze: nodig omdat middelen schaars zijn en op verschillende manieren kunnen worden
ingezet
- Interactie: keuzes van individuen zijn niet onafhankelijk van elkaar

Welvaart niet alleen geld en materiaal, maar alles wat mensen gelukkig maakt

Ruil handel speelt een belangrijke rol in de welvaart (wisselen goederen/ diensten zonder geld)

Micro-economie gedrag van kleine groepen, zoals consumenten en bedrijven

- Individuen keuzes maken en interactie hebben
- Bekijkt 1 markt tegelijkertijd (niet een interactie)

Onzichtbare hand (smith) marken werken goed, dus zolang individuen welvaart nastreven
bevordert dit de welvaart van de samenleving als geheel (eigenbelang
zorgt voor een goed werkende markt)

- Markten werken vaak niet goed of hebben geen goede uitkomst  overheidsingrijpen
kunnen helpen

Totaal surplus als maatstaf voor de welvaartswinst door handel op een markt
(consument + producent= totale welvaart)

We kunnen dit gebruiken om te kijken of de markt goed werkt zoals (Smith)

- Optimaal: totale surplus = maximale surplus
- Niet optimaal: totale surplus < maximale surplus. verschil tussen maximale en totale surplus:
Deadweight loss
o Deadweight loss: welvaartsverlies doordat een markt niet optimaal werkt.

Opportunity cost wat je moet laten om iets anders te doen of te kopen (prijs alternatief)

Economie gaat om schaarste: je moet iets opgeven (tijd of geld) om iets te krijgen

- Weegt kosten af tegen opbrengsten
- Opbrengst hoeveel iets voor jou persoonlijk waard is, en dat kan per persoon verschillen.
- Welvaart creëren: opbrengsten> kosten

Welvaartswinst van een invidu= subjectieve waarde – opportunity kosten

Welvaartswinst / individueel consumentensurplus= betalingsbereidheid – prijs

- Betalingsbereidheid subjectieve waarde uitgedrukt in geld (wat vind je het waard)

Vraagcurve laat zien hoeveel mensen bereid zijn om te kopen of
vragen op de markt bij verschillende prijzen (relatie
tussen marktvraag en prijs)

Als er maar een paar vragers op de markt actief zijn heeft de
vraagcurve een “trap”vorm

,Consumentensurplus op de markt wanneer de prijs 30 euro is

- Wanneer je €45 euro was bereid te betalen heb je een surplus
van €15 euro

Totale consumentensurplus de som van de individuele consumenten-
surplussen van alle kopers van een goed. Bijvoorbeeld €5, €15, €29 = €49

Geeft de gezamenlijk welvaartswinst van alle kopers op een markt weer.

Totale consumentensurplus van een markt is de oppervlakte bij:

- Vraag = aanbod (dus de prijs)
- En onder de vraagcurve




Welvaartswinst = prijs – kosten (indivuidueel productensurplus)

- Verkoper zal alleen verkopen als hij er voordeel uithaalt
- Subjectieve kosten: daar moet je het minimaal voor kunnen
verkopen dus kosten + productiekosten + moeite etc
o Wanneer je het voor €15 euro had willen verkopen, maar
je het voor €30 euro kan verkopen heb je een surplus van
€15 euro

Totale consumentensurplus in een markt is de som van de individuele
producentensurplussen van alle
verkopers van een goed (gezamenlijke
welvaartswinst van aan verkopers)

- Vraag = aanbod (de prijs)
- Boven de aanbod curve



Marktevenwicht prijs en hoeveelheid waarbij vraag=aanbod

- Stel gelijk aan elkaar
- Je krijgt hoeveelheid (Q)
- Q invullen in prijs

Totale surplus producten en consumentensurplus samen
(welvaartswinst op markt)

- Oppervlakte surplus: (prijs*hoeveelheid) / 2
- Totale surplus: consument + producent

Meten van de omvang van de economie (BBP)

BBP totale waarde van alle goederen en diensten die in een jaar worden
geproduceerd in een bepaalde periode (jaar)

, - totale waarde van alle eindproducten en einddiensten die in een bepaalde periode in een
economie zijn geproduceerd.

Bruto toegevoegde waarde

- Omzet – (inkoopwaarde of diensten van 3e of te wel onderlinge regelingen)
o Omzet – inkoop (optellen van alle onderdelen uit de keten)
- Lonen (van niet-commerciële bedrijven)

Objectieve methode (productiemethode netto) – wat produceert een bedrijf

Omzet

- Intermediair verbruik

= bruto toegevoegde waarde

- Afschrijvingen

= netto toegevoegde waarde

Subjectieve methode (inkomensmethode) – je kijkt naar het geld wat je verdiend

Inkomens uit productiefactoren optellen

- Arbeid: loon
- Kapitaal: rente, pacht, winst

Meten van de omvang van de economie

Economische kringloop (s-i)+(b-o) = (e-m)

- Sparen en investeren
- Belastingen en overheidsuitgave
- Export en import

Hieruit kan je halen:

- Financiële instellingen (s-i)
- Overheidssaldo (b-o)
- Saldo lopende rekening (e-m)

Nationaal spaarsaldo (s-i)+(b-o)

Saldo op de lopende rekening (e-m)

Gezinnen Y= C+B+S

- Consumptie
- Belasting
- Sparen

Bedrijven Y= C + I + O + E + M
(effectieve vraag, ook het BBP)

- Consumptie
- Investeringen – netto dus afschrijvingen en vervangingen zijn dus al gedaan)
- Overheidsbestedingen

, - Export
- Import

3 manieren van BBP meten

1. Productie: toegevoegde waarde van bedrijven
2. Inkomen: primaire inkomens loon, winst, rente, huur en pacht
3. Bestedingen: Y= C + I + O + E – M

Inflatie prijzen zijn gemiddeld gestegen± je kunt met hetzelfde geld minder goederen kopen.
Je geld wordt dus minder waard.

De inflatie wordt gemeten door middel van de consumentenprijsindex (CPI).

- Gebaseerd op goederen en diensten die in Nederland door een gemiddeld huishouden in een
basisjaar voor consumptie zijn aangeschaft (boodschappen mandje)

Uitrekenen: inflatiexgewicht + inflatiexgewicht

- Eten 10% duurder (12.9%)
- Huisvesting 7% duurder (29.3%

Voorbeeld: 110*0.129 + 107*0.293

Nominaal BBP op een bepaald moment

Reeel BBP op een bepaald moment gecorrigeerd door de inflatie (zo kan je meten of de
economie daadwerkelijk groeit, of alleen de prijs is gestegen)

Voorbeeld: BBP corrigeren met prijs

- 2 broden voor €3 is BBP €6  6/3 = 2 broden
- 2 broden voor €6 is BBP €12  12/6 = 2 broden
- Leek dus een gegroeide economie, maar is eigenlijk hetzelfde

Index cijfers

NIC
RIC=
PIC
- RIC: prijzen beginjaar waarmee je wil vergelijken (volume)
- PIC: inflatie
- NIC: Nominale BBP, werkelijke prijzen zonder corrigeren

Voorbeeld: Nominale BBP stijging 5% (105), inflatie is 2,83% (102,83) dus:

- (.83) * 100 = 102.11 (dus 2.1% groei van het BBP)

Maar stel de bevolking groeit met 1%

- (102.) * 100 = 101.1 (dus 1,1% groei BBP per hoofd)
o BBP per hoofd is een goede maatstaf om welvaart tussen landen te vergelijken

CPI consumentenprijzenindex maatstaf voor inflatie — het meet hoe sterk de prijzen van
alledaagse goederen en diensten stijgen of dalen over de tijd

- Je gewicht (80 kg) = CPI

Documentinformatie

Geüpload op
9 september 2026
Aantal pagina's
50
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,56

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
babsgubbels
4,0
(1)
Verkocht
1
Volgers
0
Items
12
Laatst verkocht
1 week geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen