Samenvatting Lokaal Bestuur
zesde druk
H1:
De nationale overheid raakt de burger meer dan de locale overheid.
Waarom utivoering door gemeenten?
-Aan die uitvoering van rijksbeleid door het gemeentelijk bestuur ligt de gedachte ten
grondslag dat het efficiënter is om rijksbeleid ter plaatse uit te voeren.
Naarmate gemeenten meer vrijheid van handelen hebben zal groter worden dat zij eigen
beleid gaan voeren dat mogelijk afwijkt van de bedoelingen van de nationale wetgever. Dit
zorgt voor verschillen in beleid.
Gemeentelijke autonomie dat het gemeentebestuur vrij is regels te stellen, beleid te
ontwikkelen enz. Voorwaarde dat het niet in strijd is met de nationale wetgeving
Indien de gemeente het beleid van de rijksoverheid uitvoert zeggen we dat de gemeente door
de centarle overheid in medebewind is.
-Aantal autonome taken afgenomen.
Kenmerken lokaal bestuur:
-jurisdictie: gemeente beschikt over publiekrechtelijke bevoegdheden. Regels gelden voor alle
burgers
-ondergeschikt aan een hogere autoriteit
-bestuur van d egemeente is democratisch gelegitimeerd dmv verkiezingen
-mogen belasting heffen
-heeft een open huishouding
-laatste schakel tussen overheid en burger.
H2: burgers en de lokale de democratie
burgers meer interesse in landelijke politiek. Weet dat de regering een grote invloed zal
hebben op het dagelijks leven dan het gemeente bestuur.
Door geringe afstand, participeren burgers meer in lokale politiek, het is dichterbij
opkomst gemeenteraadsverkiezingen hoog voor de nationale verkiezingen
Burgers op grond van landelijke overwegingen hun stem uit bij gemeenteverkiezingen. D
elokale verkiezingen zijn genationaliseerd veel landelijke partijen de lokale domineren.
Gemeenteverkiezingen zijn een graadmeter voor de populariteit van landelijke partijen en zijn
politici daar in geïnteresseerd
Lokale partijen hebben het volgende gemeen:
-Grote maatschappijvisies ontbreken
-De leden zijn zichtbaar voor de bevolking
,-in de ogen van de landelijke partijen beschikken lokale partijen onvoldoende over
bestuurlijke vaardigheden
Problemen van de lokale politiek
-gemeenteraadsverkiezingen zijn sterk genationaliseerd
-lokale politiek wordt gedomineerd door landelijke partijen
-gemeente voert veel landelijke beleid uit.
Drie soorten vernieuwing:
-Politieke vernieuwing, relatie politiek en burger
-bestuurlijke vernieuwing, de inrichting van het binnenlandsbestuur
-sociale vernieuwing, niuewe achterstandbeleid
vervlechting was het belangrijkste probleem, dit leidde tot een grotere afstand tot de burger
burgerinitiatief= burgers nemen daarin het initiatief
H3: Raad, college wethouders
Gemeentelijk bestuur: gemeenteraad, College B&W en de burgemeester
Een verhouding tussen 2 bestuurorganen is monistisch als de legitimatie en het
bevoegdheidszwaartepunt bij het ene orgaan ligt terwijl de positie van het andere daarvan het
afgeleide is. Sprake van onderschikking.
Een verhouding tussen 2 bestuursorganen is dualistisch als ze allebei eigen bevoegdheden
hebben. Van een formele dominantie van het ene is hier niet sprake van.
In monisme ontleent het dagelijks bestuur zijn bestuurstaken aan het algemeen bestuur. Bij
dualisme hebben beide organen eigen taken.
Hoofdproblemen lokaal bestuur
-positie van de politieke partijen in de lokale vertegenwoordigende democratie staat onder
druk.
-er is een bestuurlijk overwicht van college over raad.
-collegialiteit binnen het college staat onder druk.
Maatregelen van dualisering:
-wethouders zijn geen lid meer van de gemeenteraad. Ze worden nog wel benoemd door de
raad.
-rollen van de raad zijn formeel verhelderd.
-elke gemeente verplicht eigen rekenkamer te hebben
, Taken van het College:
-de taak om de besluitvorming in de gemeenteraad voor te bereiden en de genomen besluiten
uit te voeren
-beschikt over een aantal taken in het kader van het medebewind
-aantal taken bij delegatie van de raad
Collegiaal= dat het college als geheel verantwoordelijk is voor de besluiten die door het
college worden genomen
verschillen tussen wethouders:
-verschilt in het functioneren van wethouders met de grootte van de gemeente
-het functioneren van de gemeente hangt samen met de bestuurscultuur van een gemeente
-het wethouder ambt wordt tot persoon tot persoon verschillend ingevuld
De raad mag officieel de hoofd van de gemeente zijn. In de praktijk ligt de macht niet bij de
raad, maar bij het college van B&W
College en zijn ambtenaren bepalen het beleid
Verhouding raad en college, 5 factoren:
1medebewindstaken zijn aan het college opgedragen. Dit is een voorsprong op de raad
2 de besluiten van de raad worden voorbereid door het college.
3 de uitvoerende bevoegdheden geven het college een grote invloed op het gemeentelik
beleid.
4 het college wordt ondersteunt door een deskundig ambtelijk apparaat
5 in kwalitatief opzicht blijven raadsleden achter
De gemeenteraad heeft een achterstand op het college, MAAR de raad is degene die
wethouder kiest en kan ontslaan.
H4: De burgemeester
Burgemeester benoemd door de Kroon
-de invloed van de gemeenteraad op de burgemeestersbenoeming is gegroeid.
-rekrutering van burgemeester is verschoven
H5: Lokale taken
Twee factoren ten grondslag aan deze polisitering:
-de gevolgen van de industriële revolutie
-de opkomst van tal van nieuwe politieke partijen
onder druk van het financieringstekort nam de beoefte aan decentralisatie toe.
zesde druk
H1:
De nationale overheid raakt de burger meer dan de locale overheid.
Waarom utivoering door gemeenten?
-Aan die uitvoering van rijksbeleid door het gemeentelijk bestuur ligt de gedachte ten
grondslag dat het efficiënter is om rijksbeleid ter plaatse uit te voeren.
Naarmate gemeenten meer vrijheid van handelen hebben zal groter worden dat zij eigen
beleid gaan voeren dat mogelijk afwijkt van de bedoelingen van de nationale wetgever. Dit
zorgt voor verschillen in beleid.
Gemeentelijke autonomie dat het gemeentebestuur vrij is regels te stellen, beleid te
ontwikkelen enz. Voorwaarde dat het niet in strijd is met de nationale wetgeving
Indien de gemeente het beleid van de rijksoverheid uitvoert zeggen we dat de gemeente door
de centarle overheid in medebewind is.
-Aantal autonome taken afgenomen.
Kenmerken lokaal bestuur:
-jurisdictie: gemeente beschikt over publiekrechtelijke bevoegdheden. Regels gelden voor alle
burgers
-ondergeschikt aan een hogere autoriteit
-bestuur van d egemeente is democratisch gelegitimeerd dmv verkiezingen
-mogen belasting heffen
-heeft een open huishouding
-laatste schakel tussen overheid en burger.
H2: burgers en de lokale de democratie
burgers meer interesse in landelijke politiek. Weet dat de regering een grote invloed zal
hebben op het dagelijks leven dan het gemeente bestuur.
Door geringe afstand, participeren burgers meer in lokale politiek, het is dichterbij
opkomst gemeenteraadsverkiezingen hoog voor de nationale verkiezingen
Burgers op grond van landelijke overwegingen hun stem uit bij gemeenteverkiezingen. D
elokale verkiezingen zijn genationaliseerd veel landelijke partijen de lokale domineren.
Gemeenteverkiezingen zijn een graadmeter voor de populariteit van landelijke partijen en zijn
politici daar in geïnteresseerd
Lokale partijen hebben het volgende gemeen:
-Grote maatschappijvisies ontbreken
-De leden zijn zichtbaar voor de bevolking
,-in de ogen van de landelijke partijen beschikken lokale partijen onvoldoende over
bestuurlijke vaardigheden
Problemen van de lokale politiek
-gemeenteraadsverkiezingen zijn sterk genationaliseerd
-lokale politiek wordt gedomineerd door landelijke partijen
-gemeente voert veel landelijke beleid uit.
Drie soorten vernieuwing:
-Politieke vernieuwing, relatie politiek en burger
-bestuurlijke vernieuwing, de inrichting van het binnenlandsbestuur
-sociale vernieuwing, niuewe achterstandbeleid
vervlechting was het belangrijkste probleem, dit leidde tot een grotere afstand tot de burger
burgerinitiatief= burgers nemen daarin het initiatief
H3: Raad, college wethouders
Gemeentelijk bestuur: gemeenteraad, College B&W en de burgemeester
Een verhouding tussen 2 bestuurorganen is monistisch als de legitimatie en het
bevoegdheidszwaartepunt bij het ene orgaan ligt terwijl de positie van het andere daarvan het
afgeleide is. Sprake van onderschikking.
Een verhouding tussen 2 bestuursorganen is dualistisch als ze allebei eigen bevoegdheden
hebben. Van een formele dominantie van het ene is hier niet sprake van.
In monisme ontleent het dagelijks bestuur zijn bestuurstaken aan het algemeen bestuur. Bij
dualisme hebben beide organen eigen taken.
Hoofdproblemen lokaal bestuur
-positie van de politieke partijen in de lokale vertegenwoordigende democratie staat onder
druk.
-er is een bestuurlijk overwicht van college over raad.
-collegialiteit binnen het college staat onder druk.
Maatregelen van dualisering:
-wethouders zijn geen lid meer van de gemeenteraad. Ze worden nog wel benoemd door de
raad.
-rollen van de raad zijn formeel verhelderd.
-elke gemeente verplicht eigen rekenkamer te hebben
, Taken van het College:
-de taak om de besluitvorming in de gemeenteraad voor te bereiden en de genomen besluiten
uit te voeren
-beschikt over een aantal taken in het kader van het medebewind
-aantal taken bij delegatie van de raad
Collegiaal= dat het college als geheel verantwoordelijk is voor de besluiten die door het
college worden genomen
verschillen tussen wethouders:
-verschilt in het functioneren van wethouders met de grootte van de gemeente
-het functioneren van de gemeente hangt samen met de bestuurscultuur van een gemeente
-het wethouder ambt wordt tot persoon tot persoon verschillend ingevuld
De raad mag officieel de hoofd van de gemeente zijn. In de praktijk ligt de macht niet bij de
raad, maar bij het college van B&W
College en zijn ambtenaren bepalen het beleid
Verhouding raad en college, 5 factoren:
1medebewindstaken zijn aan het college opgedragen. Dit is een voorsprong op de raad
2 de besluiten van de raad worden voorbereid door het college.
3 de uitvoerende bevoegdheden geven het college een grote invloed op het gemeentelik
beleid.
4 het college wordt ondersteunt door een deskundig ambtelijk apparaat
5 in kwalitatief opzicht blijven raadsleden achter
De gemeenteraad heeft een achterstand op het college, MAAR de raad is degene die
wethouder kiest en kan ontslaan.
H4: De burgemeester
Burgemeester benoemd door de Kroon
-de invloed van de gemeenteraad op de burgemeestersbenoeming is gegroeid.
-rekrutering van burgemeester is verschoven
H5: Lokale taken
Twee factoren ten grondslag aan deze polisitering:
-de gevolgen van de industriële revolutie
-de opkomst van tal van nieuwe politieke partijen
onder druk van het financieringstekort nam de beoefte aan decentralisatie toe.