Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 80 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Module 6, deel 2 Verloskunde

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 80 pagina's

Hoofdstukken over de volgende onderwerpen komen aan bod: Afweer, infectiezieken, laboratoriumuitslagen, vaccinaties, GBS, Hepatitis B en C, SOA's en afwijkende fluor (afscheiding), kraambed infecties, roken/alcohol/drugs, transitie naar het ouderschap

Voorbeeld van de inhoud

MD-K 6.10 Immuniteit

,MD-K 6.10 Afweer en Immunologie
Moduledoelen:
-​ Je legt de opbouw en werking van het immuunsysteem uit en maakt daarbij onderscheid in
aangeboren en verworven afweer.
-​ Je legt de veranderingen in de immunologie tijdens de zwangerschap uit, waarbij het
immuunsysteem zich aanpast om de foetus te accepteren en tegelijkertijd de zwangere te
beschermen.

Afweersysteem - de basis + begrippen
De stoffen waarop ons lichaam reageert worden antigenen genoemd. We
hebben een aspecifiek en specifiek afweersysteem.
Specifieke (=aangeboren): herkent patronen en signaleren gevaar
Externe afweer:
-​ Huid, speeksel, maagzuur, slijmvliezen, urinewegen, vagina,
luchtwegen
Interne afweer:
-​ Fagocyterende cellen (witte bloedcellen): macrofagen,
granulocyten, dendritiche cellen, NK-cellen en neutrofielen
-​ Stoffen, zoals cytokinen (interleukines, interferonen)
-​ Het complement systeem.
Specifiek (=verworven): heel specifiek, herkent 1 antigeen; heeft een
geheugen
1.​ Celgemedieerde immuniteit → T-lymfocyten
2.​ Humorale immuniteit (humor = lichaamsvocht; humorale afweer is
met antistoffen) → B-lymfocyten

Het complementsysteem = complement zijn eiwitten die de leukocyten aantrekken tot het
ontstekingsgebied. Een soort alarm waardoor de cellen weten waar ze moeten zijn. Ook maakt het
complement het fagocyteren makkelijker voor de macrofagen.
Chemotaxis = het verschijnsel dat witte bloedcellen worden gelokt door signaalmoleculen die de
beschadigde cellen (vd huid) afgeven.
Ontstekingsreactie = het mechanisme van chemotaxis en bloedvatverwijding, door het hormoon
Histamine.
Koorts: dit is helpend, want hierdoor gaat de fagocytose sneller. Evenals de interferonproductie.
Cellulaire immuniteit: omdat de strijd wordt geleverd met je lichaamscellen.

Epitheliale barrières voor (pathogene) micro-organismen
De bekendste is de huid. In je opperhuid (bovenste laag) zitten je cellen heel dicht tegen elkaar aan,
zodat er niet zo makkelijk iets doorheen kan. Ook zit er in die laag vetzuren, die bacteriën
tegenhouden, want die groeien daar niet zo makkelijk in.
In de luchtwegen heb je naast al die cellen die dicht tegen elkaar aan liggen in de epitheellaag, ook
een slijmlaag (mucus) erop. In die slijmlaag zitten stoffen die bacteriegroei remmen. Daarnaast heb je
trilhaartjes die de stoffen uit de slijmlaag afvoeren, zodat je het kan ophoesten.
In het vaginale epitheel ligt er ook een slijmlaag. Maar daarnaast is de zuurgraad daar anders, zodat
bacteriën daar niet goed kunnen groeien. Ook zijn er immuuncellen die alles controleren.
Daarnaast zitten er in alle epitheellagen, antimicrobiële peptiden, die hebben een anti microbiële
werking. Waardoor slechte bacteriën niet kunnen groeien.
Ook je eigen microbiota is een belangrijke barrière. Want daardoor kunnen pathogene microbiota niet
goed nestelen.

Barrières: anti-microbiële eiwitten
-​ Maagzuur = bacterie dodend

, -​ Lysozym = afbraak bacteriewand
-​ Lactoferrine (ook in MM) = aggregatie van bacteriën; voorkomen van binding aan cellen.
-​ Surfactant eiwitten = o.a. aggregatie, lysis
-​ Kationische eiwitten:
-​ Defensinen = bacterie dodend
-​ Cathelicidinen = bacterie dodend e.a. effecten (groei tegengaan)



Immuuncellen
Witte bloedcellen (bloed)
-​ Granulocyten: Deze reageren vaak het
snelste op lichaamsvreemde stoffen. Maar
ze gaan zelf ook dood door fagocytose
(=pus).
-​ Basofielen
-​ Eosinofielen
-​ Neutrofielen fagocyteren alle bacteriën die verkeerd zijn. Daarnaast scheidt deze
ook het stofje IL-1 (Interleukine-1) uit. Dit stofje zorgt ervoor dat je koorts krijgt.
Koorts is heel belangrijk voor het lichaam.
-​ Monocyten: zodra deze in het bloed komen, heten het macrofagen.
-​ Interferonen: een bepaald eiwit dat een virus-geïnfecteerde cel afgeeft om omliggende cellen
zo te beschermen.
Weefsel:
-​ Macrofaag kan meerdere keren fagocyteren. Daarnaast waarschuwt deze cel het lichaam.
De macrofaag reist terug naar het bloed, op zoek naar de T-cel, die is geprogrammeerd voor
het betreffende antigeen. De macrofaag presenteert zijn opgegeten stukje bacteriën op zijn
celmembraan en gaat zo op zoek.
-​ Dendritische cellen: Deze cellen controleren voortdurend het lichaam op lichaamsvreemde
stoffen, zodra deze gezien worden, wordt de cel geactiveerd en gaat het cytokines en
chemokines maken. Ze maken pro-inflammatoire cytokinen:
-​ IL-1/IL-6/TNF-alfa → bevorderen de ontstekingsreactie.
-​ Mestcellen: maken histamines (bloedvatverwijding), zodat immuuncellen makkelijk naar de
weefsels toe kunnen.
Lymfocyten (bloed):
-​ (aangeboren:)Natural-killer-cellen (NK): Deze spelen een rol bij virussen. Want een virus gaat
niet op de celmembraan zitten en daardoor kunnen de fagocyterende cellen niet de cel
opruimen. Wanneer een virus een cel binnendringt, laat hij viruseiwitten achter op de
celmembraan. De NK-cellen sporen deze op, en gaan de cel aanvallen. Door membraan,
doorborende stoffen af te scheiden en agressieve enzymen. Deze maken dat de cel “lek”
gaat, waardoor deze gedood wordt.


-​ T-lymfocyten: Deze worden gemaakt in de Thymus. Ze worden pas geactiveerd als de APC
(antigeenpresenterende cellen) hun antigeen tonen aan de
langskomende inactieve T-cellen.
Op het moment dat er een koppeling plaatsvindt, gaat de T-cel
zich delen, en kan verschillende vormen aangeven.
-​ T-helpercellen (CD4+): Deze cellen worden geactiveerd
na antigeenpresentatie door cellen met
MHC-II-receptoren. Als een macrofaag een bacterie
heeft gefagocyteerd, plaatst hij een stukje van het
antigeen op de MHC-II-receptor. Dan gaat de T-helpercel

, zich delen in T-helper, T-supressor, of T-geheugencel. De T-helpercellen hebben
geen stimulatie nodig, ze geven cytokines af, waarmee ze de B-cellen stimuleren en
de inactieve cytotoxische T-cellen activeren. T-suppressorcel: deze remmen de
B-cellen
-​ T-helper-geheugencellen: deze herinneren zich de aard van het antigeen
- Cytotoxische T-cellen (Tc-cellen/CD8+): Deze wordt geactiveerd door een lichaamsvreemd
antigeen op de MHC-I. Een TC-cel kan pas een geïnfecteerde cel kapot maken als hij kan
binden aan een stukje virus EN aan de MHC-I-receptor van de cel, anders werkt de cel niet.
De Tc-cel beschadigt net als de NK-cellen de membraan en vernietigt zo de geïnfecteerde
cel.
*APC-cellen kunnen macrofagen, lymfocyten of dendritische cellen zijn.
-​ B-lymfocyten: Deze worden gevormd in het beenmerg. Deze cellen hebben receptoren die
antistoffen maken. Deze antistoffen kunnen aan het bloed worden afgegeven, dan heten het
immunoglobulinen. Zodra de B-cel in contact komt met ‘zijn’ antigeen, dan bindt de B-cel aan
dat antigeen. Dan kan het antigeen-antistof complex worden opgenomen in de cel en
opgeruimd. De activering van B-cellen gebeurt pas wanneer de B-cel een APC-cel wordt en
de T-helpercel het antigeen herkent. Dan gaan de B-cellen razendsnel delen. De meeste van
deze cellen transformeren in plasmacellen, deze maken gedurende circa 5dg antistoffen. Een
ander deel wordt B-geheugencel.
-​ MHC = Major Histocompatibility Complex = HLA
-​ MHC-I-eiwitten: deze komen voor op alle normale cellen. Deze MHC-I eiwitten
hebben een stukje van lichaamseigen eiwit op de celmembraan. Hierdoor beschouwt
het lichaam deze cel als lichaamseigen.
-​ MHC-II-eiwitten: deze komen voor op de macrofagen en de B-lymfocyten.




Vorming van cellen & betrokken organen
Lymfocyten ontstaan uit stamcellen in het rode beenmerg
van wervels, platte beenderen, schedelbeenderen en
uiteinden van pijpbeenderen. Een deel van de
ongedifferentieerde lymfocyten blijft in het beenmerg en
vormt zich tot B-lymfocyten. Deze migreren vervolgens naar
lymfoïde organen (lymfeklieren, keelamandelen en milt).

Documentinformatie

Geüpload op
8 september 2026
Aantal pagina's
80
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€9,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
15
Volgers
1
Items
12
Laatst verkocht
5 dagen geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen