Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 18 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Ecologie, Experiment en Wetenschapsfilosofie| UU | Y1, Q4

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 18 pagina's

Samenvatting voor de cursus ecologie, experiment en wetenschapsfilosofie die wordt gegeven in de vierde periode van de bachelor Biologie aan de Universiteit Utrecht. Het document bevat een complete inhoud over alle paragrafen, begrippen, kennisclips en processen die je moet kennen voor het tentamen. Ook bevat het document formules en uitleg hierbij.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting ecologie etc.

1.1/1.2

Ecologie = de studie naar de interactie tussen een organismen en zijn omgeving.

Organismen leven in een ecosysteem die wordt beïnvloed door omgevingsfactoren en
andere organismen die in dat ecosysteem leven. Een ecosysteem bestaat uit 2 delen:

- Abiotisch: niet levend → klimaat, temperatuur, bodem, water
- Biotisch: levend → alle andere organismen die interactie aangaan

3.3

Als licht water raakt wordt een deel van dit licht terug gereflecteerd (hoe kleiner de hoek
van het invallend licht, hoe meer licht er wordt gereflecteerd). Verder invallend licht
wordt dieper in het water verminderd waardoor het licht uiteindelijk niet meer door het
water komt. Dit gebeurd door 2 processen:

- Deeltjes in het water (levend of dood) absorberen het licht of breken het licht af.
- Het water absorbeert zelf ook licht. Eerst zouden rode golflengtes worden
genomen waarna geel, groen en paars. Alleen blauwe golflengtes worden niet
geabsorbeerd en komen dieper in het water.

3.4

Water bestaat uit 3 temperatuurlagen. De bovenste laag (de epilimnion) bestaat uit
oppervlakte water waar zonlicht op valt waardoor deze opwarmt. Deze laag bereikt een
gelijke temperatuur doordat golven het opgewarmde bovenste water met het wat
koudere water daaronder mengt. De middelste laag (thermocline) is een laag van water
waar de temperaturen snel omlaag gaan doordat de zon en de golven deze laag niet kan
bereiken of mengen. Na deze laag komt de laatste laag, de laatste laag (hypolimnion)
bestaat uit koude temperaturen die exponentieel afnemen met de diepte van het water.

Ook neemt naarmate je dieper gaat de dichtheid van het water toe. In de thermocline
neemt de dichtheid van water plots sterk toe, dit zorgt ervoor dat de kouder water van de
hypolimnion niet kan mengen met warmer water van de epolimnion.

Bewegende wateren (rivieren) warmer op aan luchttemperatuur en hebben niet echt
temperatuur gelaagdheid.

3.7

Als CO2 met water reageert ontstaat de volgende reactie:

CO2 + H2O <-> H2CO3 <-> HCO3- + H+. HCO3- kan verder ook nog reageren: HCO3- <->
CO3^2- + H+.

,Deze reacties zijn in evenwicht, als CO2 dus wordt verwijderd uit het water zouden de
evenwichten naar links verschuiven waardoor er weer meer CO2 ontstaat.

H+ ionen in een oplossing maken deze oplossing meer zuur. OH- ionen in een oplossing
maken deze oplossing meer basisch. De mate van zuurheid wordt gegeven door de pH:
hoe lager de pH, hoe meer zuur een oplossing is. → in puur water zijn de H+:OH- ratio
1:1 waardoor de pH 7 is en dus neutraal.

De bovenstaande reacties dienen als een buffer om de pH van het water constant te
houden. Bij een neutrale pH is veel van HCO3- aanwezig, bij een hoge pH is veel van
CO3^2- aanwezig en bij een lage pH is veel van vrij CO2 aanwezig. Bij erg lage pH
waardes is er veel Al3+ aanwezig, dit is toxisch voor organismen waardoor deze niet
kunnen overleven in deze omstandigheden.

4.6

Bodem wordt onderscheiden door de volgende componenten:

- Kleur: hieruit kan je de chemische samenstelling van de bodem bepalen.
Organisch materiaal maakt een bodem bruin, ijzer maakt een bodem rood en
calcium en magnesium maken een bodem grijs.
- Textuur: de deeltjes waarvan de bodem is opgebouwd. Zand – silt – klei. Klei
beïnvloed het vermogen om water vast te houden en het vermogen van ion
uitwisseling tussen planten en de bodem. De textuur van de bodem wordt
bepaald door de percentages zand, silt of klei. De textuur van een bodem
beïnvloed ook de porie groottes in de bodem. Zand heeft grote porie groottes
waardoor water en lucht er snel doorheen kunnen bewegen en wortels van
planten er makkelijk doorheen kunnen groeien. Klei heeft kleine porie groottes
waardoor klei meer water vasthoudt en het moeilijker is voor plantenwortels om
er doorheen te groeien.
- Diepte van de bodem: bij graslanden erg diep en in bossen meer oppervlakkig.

4.8

Water beweegt door een bodem via de poriën. Ruwe bodems met grote poriën zouden
meer water kunnen toelaten en door laten stromen dan fijne bodems met kleine poriën.

Als er meer water aanwezig is dan dat de poriën kunnen opnemen is de bodem
verzadigd, het overige water zou dan van de bodem af stromen.

Field capacity: de percentage van het volume/gewicht van de bodem die bestaat uit
water als deze verzadigd is. → water wordt in de poriën gehouden door capillaire
krachten, het water wordt dan capillair water genoemd. (groter bij fijne bodems).

Als planten geen water meer kunnen opnemen uit de bodem, heeft de bodem het
verwelkingspunt bereikt. (lager bij ruwe bodems).

, Available water capacity (AWC) = het verschil tussen het verzadigingspunt en het
verwelkingspunt.

4.9

Chemicaliën als ionen worden in de bodem vastgehouden door aantrekking van
negatieve en positieve ionen van de bodem en de chemicaliën. De chemicaliën kunnen
voorkomen aan kationen (positief: Mg2+, Ca2+, NH4+) of als anionen (negatief: NO3-,
SO2^2-) en de mogelijkheid van deze chemicaliën om te binden aan de bodemdeeltjes
hangt af van de mate van negatieve en positieve bodemdeeltjes.

Ion exchange capacity (IEC): het vermogen van een bodem om kationen/anionen uit te
wisselen met zijn omgeving.

Cation exchange capacity (CEC): het vermogen van een bodem om kationen uit te
wisselen met zijn omgeving. → groot bij bodems met veel negatief geladen deeltjes
(klei). Planten kunnen H+ afgeven aan de bodem die worden opgenomen en herplaatst
voor de positieve chemicaliën die de planten willen opnemen. Hoe kleiner en positiever
een kation is, hoe sterker deze wordt vastgehouden aan de bodemdeeltjes.

5.9

Het fenotype van een organisme wordt bepaald door zijn omgeving. Natuurlijke selectie
zal eigenschappen die de overleving of reproductie van een soort vermeerderen
benadrukken, de fitness van een fenotype hangt dus sterk af van zijn omgeving.

Trade-offs: Je moet als organismen een keuze maken waar je je energie aan wilt uitgeven
(veel nakomelingen of minder nakomelingen, zaadgrootte, felle kleuren) en wat de
voordeligste keuze is. De meest succesvolle keuze hangt af van de omgeving.

Bij de vinken van Darwin is bijvoorbeeld te zien dat de vinken een verschillende
snavelgrootte hebben. Dit komt omdat deze adaptie voor hun omgeving het meest
voordelig is. Echter kan de vink door de aanpassing van zijn snavelvorm niet alles eten:
zijn dieet is aangepast door zijn snavelvorm. Dit is een voorbeeld van een trade-off want:
door het veranderen van snavelvorm kan de vink efficiënter eten in zijn omgeving, maar
het dieet van de vink is wel verkleint (hij kan niet alles meer eten) door zijn snavelvorm.
Nog een voorbeeld van een trade-off zou zijn of een plant grote vruchten zal maken
waardoor deze sneller worden gegeten en de zaden sneller zullen worden verspreidt,
maar het maken van grotere vruchten kost ook meer energie waardoor de plant zelf
minder voordelig kan groeien en nutriënten kan opnemen.

7.1

De meeste morfologische en fysiologische kenmerken veranderen op een voorspelbare
manier als functie van de lichaamsgrootte; dit proces wordt schaling genoemd.

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
8 september 2026
Aantal pagina's
18
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
25
Laatst verkocht
-


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen