Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 17 pagina's
Samenvatting

Samenvattingen Planten & Micro-organismen dt 1 | UU | Y1, Q2

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 17 pagina's

Samenvatting voor de cursus PMO die wordt gegeven in de tweede periode van de bachelor Biologie aan de Universiteit Utrecht. Het document bevat een complete inhoud over alle paragrafen, begrippen, kennisclips en processen die je moet kennen voor het tentamen. Ook bevat het document foto's om de processen duidelijker te maken. Daarnaast is er meer diepgang op onderwerpen die lastiger waren tijdens het leren.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvattingen PMO

Kennisclips 1: ontwikkeling en groei hf 35

2 groepen binnen de zaadplanten:

1. Dicotiel: heeft 2 embryonale blaadjes bij ontkieming. Embryo heeft ook 2
‘bobbeltjes’ (cotyledons) op het embryo die later de embryonale bladeren
moeten voorstellen. Heeft axillary bud meristeem op de scheut waaruit zijtakken
en nieuwe bladeren kunnen vormen. Doen ook aan diktegroei door secundair
meristeem. Vertakte vaatbundels door bladeren.
2. Monocotiel: heeft 1 embryonaal blad tijdens de ontkieming en 1 cotyledon.
Hebben meristeem bij de bodem van de scheut of onder de grond, waaruit
nieuwe bladeren worden gevormd. Kan geen zijtakken vormen en doen niet aan
diktegroei. Parallelle vaatbundels door bladeren.

In de zaden van planten zitten de embryo’s. die embryo’s ontwikkelen zich binnen het
zaad door embryogenese: de bevruchte eicel ontwikkelt zich tot een embryo en
vervolgens tot een zygote. Om dit te laten gebeuren is er cel differentiatie nodig.

Voor de plant om te groeien is er ook cel strekking nodig. Cel strekking vindt plaats
doordat de cellen van de planten water opnemen. Hierdoor strekken ze zich uit in een
bepaalde richting waardoor de cellen langer worden → de richting waar ze op strekken
heeft een minder sterke celwand waardoor rekking mogelijk is. → te controleren met
microfibrillen. De cel differentiatie en cel strekking vormt samen de polariteit van het
embryo.

Ontwikkeling van een plant gaat via groei, morfogenese (het proces waarbij weefsels,
organen en organismen hun vorm krijgen en de plaatsing van cellen worden
gedetermineerd) en cel differentiatie. Voor groei is celdeling en cel strekking nodig.

ABC-hypothese: drie soorten genen controleren de formatie van kroonbladeren,
kelkbladeren, meeldraden en stamper.

Hoe weet een plant wanneer hij kan ontkiemen?

- Temperatuur: bij optimale levenstemperatuur van de plant kan hij ontkiemen
- Licht: daglengte, licht intensiteit en samenstelling van licht. Bij optimale
voorkoming van licht kan de plant ontkiemen.
- Vochtigheid: vocht nodig voor ontkieming en groei, als dit niet aanwezig is kan de
plant ervoor kiezen om niet te ontkiemen.

Hoe weet een plant welke richting hij op moet groeien? → wortels naar beneden, scheut
omhoog.

- Licht: richting en samenstelling. Scheut groeit naar licht toe en wortels van licht
af.

, - Zwaartekracht: scheut groeit tegen zwaartekracht in en wortels met
zwaartekracht mee.

Meristeem = een gespecialiseerd stamcel weefsel dat bestaat uit ongedifferentieerde
cellen die in staat zijn tot voortdurende celdeling. Maakt ruimte voor ontwikkeling en
groei. Er zijn 2 typen meristeem:

1. Apicale meristeem: in scheut en wortel topjes, zorgt voor primaire groei
(hoogtegroei). In de wortels ontstaan verschillende cellagen: protoderm, grond
meristeem en procambium.
2. Laterale meristeem: zorgt voor secundaire groei (diktegroei), bestaat uit vasculair
en kurkcambium. Vasculair cambium voegt extra xyleem en foeleem weefsel toe,
kurkcambium verhard de epidermis (buitenkant).

Een wortel heeft celdeling (ontstaan meer cellen en hierdoor meer potentie om te
groeien) en cel strekking (toenemen van de lengte van de plant en wortels) nodig om te
groeien. Door cel strekking wordt de wortelpunt verder de grond ingeduwd. Hoger in de
wortel ontstaan er wortelharen waarmee het worteloppervlakte groter wordt → meer
nutriënten opname en meer houvast.

Drooggewicht = gewicht van de plant zonder water → bestaat voornamelijk uit koolstof
en zuurstof, verkregen van CO2. Een plant gebruikt CO2 dus ook voor toename van
gewicht en groei.

Toename in biomassa = koolstofvastlegging via fotosynthese – koolstofverlies via
respiratie.

Een dicotiel heeft 4 onderdelen: wortels (houvast, opname nutriënten en water en
opslaan suikers, de primaire wortel is de eerste wortel die uit de zaad groeit), stam
(ondersteuning tegen zwaartekracht, goede plaatsing bladeren, ophogen van
reproductie organen, hebben nodes waar de bladeren zitten en internodes wat de stam
tussen de bladeren moet voorstellen), bladeren (voor fotosynthese en gasuitwisseling,
een samengesteld blad heeft 1 petiole (verbind blad aan stam)
met meerdere blaadjes hieraan) en bloem/vrucht.

Groei meet je met toename in het drooggewicht. Bij relatieve
groei bereken je de groei vergeleken met het startgewicht van
de plant.

Fotosynthese is belangrijk voor de groei van een plant. Als een
plant meer licht ontvangt en meer fotosynthese kan doen
neemt de relatieve groeisnelheid toe, omdat hij dan meer
suikers heeft om te gebruiken voor groei. De omstandigheden
waarin een plant groeit heeft dus invloed op de relatieve groeisnelheid en dus de

, toename van biomassa/drooggewicht. De plant kan kiezen, gebaseerd op zijn milieu, of
hij energie wilt steken in groei of onderhoud.

RGR is te verdelen in ULR (efficientie van het blad) en de LAR (hoeveelheid blad). De ULR
wordt beïnvloed door de PSa (fototynthese activiteit), de onderhoudskosten van de plant
en de C-ratio. De LAR wordt beïnvloed door de LMF (gewicht blad / gewicht plant → wat
is de massapercentage van de bladeren? Bij grotere bladeren meer LMF en meer RGR)
en de SLA (blad oppervlak / gewicht blad → dikte van het blad: dikke bladeren hebben
lage SLA en dunne bladeren een hoge SLA) Het verschil in RGR tussen planten wordt
vooral bepaald door de LAR → 57% SLA, 32% LMF.

Bij veel licht: dikke bladeren, meer chlorofyl, lage SLA. Bij weinig licht: dunne bladeren,
minder chlorofyl, hoge SLA.

Planten hebben 3 soorten weefsels:

- Dermale weefsels: epidermis → beschermd tegen waterverlies en ziektes
- Xyleem
- Foeleem

Seed development and structure

De endosperm vormt van de triploïde nucleus na dubbele bevruchting. Deze dient als
voedingsvoorraad die de zaad nodig heeft voor ontkieming. De embryo in de zaad
ondergaat ongelijke mitose: ontstaan een kleinere cel die de embryo vormt (terminale
cel) en een grotere cel die die helpt bij verankering van de embryo aan de plant (basale
cel / suspensor) → helpt met nutriënten brengen van plant naar embryo. Hierna
ondergaat de embryo celdeling, cel differentiatie en cel strekking.

Dicotiel zaad: 2 grote cotyledons vol met zetmeel opgenomen van het endosperm. Bevat
een epicotyl waar de 2 embryonale bladeren aan vast zitten.

Monocotiel zaad: 1 cotyledon met nog een volledig endosperm. Bevat 2 beschermende
lagen → coleoptile: beschermd jonge scheuten, coleorhiza: beschermd jonge wortels.

Een zaad komt uit zijn dormancy (periode waarin hij niet meer groeit) als hij kan
ontkiemen. Ontkieming is geïnitieerd door imbibition: wateropname door een zaad door
verschil in waterpotentiaal.

Primaire groei wortels

De primaire wortel groeit vanuit het apicale meristeem, een gebied met delende cellen
aan de wortelpunt. Dit meristeem produceert ook de wortelkap, een beschermend
laagje dat als een vingerhoedje over de wortelpunt zit. De wortelkap scheidt slijmerige
stoffen uit zodat de wortel makkelijker door de bodem kan groeien.

Net achter de wortelpunt bevinden zich drie zones van groei:

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
8 september 2026
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
25
Laatst verkocht
-


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen