Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 26 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Biologie van Dieren dt 1 | UU | Y1, Q2

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 26 pagina's

Samenvatting voor de cursus Biologie van Dieren die wordt gegeven in de tweede periode van de bachelor Biologie aan de Universiteit Utrecht. Het document bevat een complete inhoud over alle paragrafen, begrippen en processen die je moet kennen voor het tentamen. Ook bevat het document foto's om de processen duidelijker te maken en samenvattingen over de antwoorden van de Xertes die je moet maken tijdens de cursus.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting BvD

Hf 40.1

Verschillende weefsels:

- Epitheel weefsel: bedekken de buitenkant van het lichaam en organen, zijn dicht
bij elkaar verpakt en functioneren als barriere. → cubodial epitheel: voor secretie,
bij nieren en klieren. Simpele columnar epitheel: grote, vierkante cellen, voor
absorptie, bij de darmen. Simpele squamous epitheel: eenlaags, voor diffusie, bij
aderen en in longen. Pseudostratified columnar epitheel: bevat cilia. Stratified
squamous epitheel: meerlaags, regenereert snel, bij huid en mond.
- Bindweefsel: houdt weefsels en organen op plek, bevat fibroblasten (collageen
fibers: sterkte en flexibiliteit, netvormige fibers: binden bindweefsel, elastisch
fiber: maakt een weefsel elastisch.) → los bindweefsel: bind epitheel aan
onderliggende weefsels en houdt organen in juiste plek, heeft alle drie de fibers
en bij huid. Fibreus bindweefsel: bevat veel collageen fiber, bij pezen. Bot:
gemineraliseerd bindweefsel, wordt gemaakt door osteoblasten en afgebroken
door osteoclasten → spongieus (voordelen: lichter) of compact. Vetweefsel,
bloed en kraakbeen: collageen fibers, gemaakt door chondrocyten.
- Spierweefsel: bevat myosine en actine. → skeletspieren: verbonden aan botten,
bestaan uit spierfibers. Glad spierweefsel: in interne organen, doen interne
lichaamsactiviteiten. Hartspier: in wand van hart, vertakte fibers.
- Zenuwweefsel → neuronen: geven impulsen door en ontvangen ze via hun
dendrieten. Glia: voeden, isoleren en vullen neuronen aan.

Kenmerken epitheelweefsel:

- Cellen die strak met elkaar verbonden zijn door tight junctions, gap junctions en
desmosomen en door deze verbindingen een sterk membraan vormen en een
bepaalde functie kan uiten.
- Ze bevatten geen bloedvaten en nemen voeding op door diffusie.
- Bedekt buitenkant lichaam (huid: gekeratiniseerd epitheel) en organen en holtes
in het lichaam.
- Maken barrière tussen delen in het lichaam → basale/binnenkant en
apicale/buitenkant.
- Vormen: plat (gasuitwisseling, geen barrière functie, bij nieren en longen), kubus
(secretie, actieve processen, bij speekselklieren), cillinder (absorptie, microvilli,
bij darmen). Lagen: enkel of samengesteld (overgangsepitheel).
- Functies: transport, bescherming, uitwisseling, filtering
- Cardio vasculaire systemen hebben een plat en enkellaags epitheel.

, Hf 40.2

Een dier is een regulator als hij interne mechanismen gebruikt om interne veranderingen
ten opzichte van externe veranderingen te controleren. Een dier is een conformeer als
zijn interne conditie ook veranderd als de externe condities ook veranderen.

Homeostase: het behouden van intern evenwicht. Dit evenwicht blijft behouden zelfs als
de externe omgevingen veranderen. Als er een fluctuatie ontstaat zorgen responsen van
de hersenen voor het weer bereiken van het ‘set point’. Dit wordt onder andere
gereguleerd met negatieve en positieve feedback.

Als er een acclimatisatie voorkomt past de homeostase zich aan aan langdurige
omgevingsfactoren.

Hf 40.4

Metabolic rate: de som van de energie die een dier gebruikt over een bepaalde tijd. Dit
kan worden gemeten door het verlies van warmte of door de O2 opname/CO2 uitstoot
van de cellulaire respiratie van het dier.

De minimale metabolische niveau van endothermische dieren (opgewarmd door
metabolisme binnen het lichaam) heet de basale metabolische ‘rate’ (BMR). De
minimale metabolische niveau van ectothermische dieren (opgewarmd door warmte
van omgeving) heet de standaard metabloische ‘rate’ (SMR).

Aspecten die de metabolische niveaus beïnvloeden zijn grootte, geslacht, leeftijd,
activiteit, temperatuur en nutritie. → hoe zwaarder een dier is, hoe meer chemische
energie deze nodig heeft. De energie die nodig is om het lichaamsgewicht te
onderhouden is omgekeerd evenredig met het lichaamsoppervlak.

Torpor: geeft dieren de mogelijkheid om energie te besparen in ongunstige condities. Het
is een verlaagd metabolisme. → winterslaap: lange torpor tijdens een ongunsitge
conditie voor de dieren met weinig voedsel. De lichaamstemperatuur koelt erg af.

Hf 41.1

Een hormoon is een gesecreteerd molecuul dat circuleert door het lichaam en
specifieke target cellen affecteert en ze een respons laten uitvoeren. Er zijn 5 vormen
van intracellulaire communicatie door gesecreteerde moleculen (hormonen):

1. Endocriene signalering: gesecreteerde hormonen worden losgelaten in de
bloedbaan en beïnvloeden hier hun target cellen → reguleren homeostase,
respons op omgevingsfactoren, groei en ontwikkeling en verandering in seksueel
gedrag.
2. Lokale regulatoren signalering: moleculen die over korte afstand invloed
uitoefenen. → paracrien: target cellen liggen dichtbij de secreterende cel.
Autocrien: de secreterende cellen zijn hun eigen target cellen. Voorbeelden:

, prostaglandins: opkomst pijnreactie → geblokkeerd door aspirines of ibuprofen.
Stikstof oxide (NO): verwijding van bloedvaten → meer bloedstroming.
3. Synaptische signalering: neuronen laten neurotransmitters vrij in de tussen
membraanruimte waardoor deze kunnen binden aan de post-synaptisch
membraan en een respons kunnen opwekken.
4. Neurodocrine signalering: neurosecretische cellen (neuronen) secreteren
neurohormonen die in de bloedbaan diffuseren.

Sommige dieren communiceren met feromonen.

2 soorten hormonen:

- Wateroplosbaar: gesecreteerd door exocytose en reizen door bloedbaan. Kunnen
niet door plasma membraan diffuseren dus binden aan receptoren op membraan
van target cellen. Voorbeeld: epinephrine (adrenaline) bindt aan G-eiwit
gekoppelde receptor op plasma membraan van lever → adenylyl cyclase maakt
cAMP → cAMP activeert protein kinase A → activering enzymen die glycogeen
omzetten in glucose en in activering enzymen die glucose omzetten naar
glycogeen. Bij elke stap is er mogelijkheid voor amplificatie.
- Vettige hormonen: verlaten endocriene cellen door diffusie en binden aan
transporteiwitten in de bloedbaan. Kunnen we door plasma membraan heen
diffuseren en binden aan intracellulaire
receptoren. Beïnvloeden vaak DNA transcriptie.

Endocriene klieren bevatten veel endocriene cellen bij
elkaar, endocriene klieren secreteren hormonen direct
in hun omgevende vloeistof en exocriene klieren
hebben afvoerbuizen die uitgescheiden stoffen zoals
zweet en speeksel naar lichaamsoppervlakte of
lichaamsholten transporteren.

Hf 41.2

Simpele endocriene pathways: endocriene cellen reageren op een interne of externe
stimuli door het secreteren van hormonen die door de bloedstroom hun target cellen
hun beïnvloeden. → verlagen van PH van maagsap door bicarbonaat (secretine).

Simpele neuro-endocrine pathways: de stimulus wordt ontvangen door een sensorisch
neuron in plaats van een endocrien weefsel. Dit stimuleert de secretie van
neurohormonen. → oxytocine voor melkproductie bij vrouwen.

Negatieve feedback: de respons verlaagt de stimulus. Helpt met het hervormen van de
eerdere staat.

Positieve feedback: de respons verhoogt de stimulus.

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
8 september 2026
Aantal pagina's
26
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
25
Laatst verkocht
-


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen