Rederijkers = 17e eeuwse schrijvers, in rederijkerkamers bijeenkomsten
om teksten voor te dragen
Deze bijeenkomsten
Degene met de beste tekst
Iedereen in de gouden eeuw had een bijbel. Ovidius Metamorfose
Dit betekende dat men bijna alle griekse en romeinse mythes kende.
Deze kwamen nog steeds voor in de kunst.
Rederijkerskamers in de 17e eeuw:
1. Het Wit Lavendel, met Joost van Vondel.
Hij is bekend van lucifer/Gijsbrecht van Amstel/ adem in ballingschap.
Meer gericht op dichtkunst naast toneelstukken
2. De Eglantier (in liefde bloeyende), met P.C hooft en Bredero
P.C is bekend van de nederlandse historicen / geraardt van velzen/
warnenar meer gericht op geschiedenis naast toneelstukken.
De eerste amsterdamse schouwburg uit 1638 was een initiatief van 2
rederijkersgroepen. Wit lavendel/eglantier. Samen onstond de duytse
academie. Geopeond met het toneelstuk: gijsbrecht van Amstel
Een belangrijk kenmerk van de tragedie is de catharsis. Een emotionele
zuivering van een personage die ontberingen (ellende) meemaakt.
Jan pieterszoon sweelick:
- Calvinistische eenstemmige muziek
- Echofantasia, in d, is gevuld met improvisatie en meerdere klavieren
worden gebruikt als een soort echos die op elkaar reageren.
- Introduceerde terassentechnieck, orgo spelen.
- Psalmen
In de 17e eeuw moest orgol muziek versaanbaar zijn en iedereen moest
mee kunnen zingen
In de muziek van sweelick is er veel barock invloed te horen
Een tokata is een muziekstuk met veel contrast, geinspireerd door
italiaanse volksliederen, en zonder een vaste vorm.
2 belangrijke kenmerken:
1 melodie beweegt over het hele klavier
2 grote verschillen in dynamiek
Sweelinks tokata in c, crescendo zit erin/ er zijn veel verschillen in tempo
te horen. Het muziek stuk start redelijk rustig, kabbelt dan beetje voort,
erna stijgt het tempo plotseling