College 9 – dinsdag 18 november 2025
Onderwerpen: RvC, one tier/two tier. Aantal commissariaten en diversiteit.
Van de BV en de NV (van Schilfaarde/Winter, Wezeman &
Schoonbrood)
Hoofdstuk 8 – Raad van Commissarissen
Algemene taken en bevoegdheden
RVC is het orgaan dat ten behoeve van de aandeelhouders toezicht houdt op het bestuur. Als
uitvloeisel daarvan ontwikkelt zich vanzelf een adviserende taak. Toezicht en advies worden
dan ook in art. 2:250 (140) als basistaken van de RvC genoemd.
Bij de invoering van de structuurregeling voor grotere vennootschappen in 1971 verschoof
de traditionele rol van de RvC van toezichthouder ten behoeve van aandeelhouders naar een
afzonderlijke positie naast het bestuur. Het functioneren ten behoeve van aandeelhouders
verdween naar de achtergrond. Deze ontwikkeling heeft ook gevolgen gehad voor de niet-
structuurvennootschappen: in het algemeen is gaan gelden dat de RvC zich dient te richten
naar het belang van de vennootschap en – zoals artikel 2:250/140 het uitdrukt – de met haar
verbonden onderneming. De betekenis van deze norm is vooral dat de in aanmerking
komende deelbelangen zorgvuldig moeten worden afgewogen.
Vennootschappelijk belang
De RVC moet zich richten naar het belang van de vennootschap, dit volgt
uit Doetinchemse Ijzergieterij. Het ging in deze zaak om een besluit
van commissarissen tot emissie van aandelen, waardoor de
grootaandeelhouder Misset haar meerderheidspositie dreigde kwijt te
raken. De Hoge Raad overwoog:
‘dat van de zijde van Misset bij pleidooi is aangevoerd, dat
commissarissen niet een besluit mochten nemen, dat ingaat tegen de
belangen en wensen van de aandeelhoudster, die de meerderheid van
stemmen bezit; dat evenwel commissarissen, rechten uitoefenende, die
hun als orgaan der vennootschap zijn toegekend, zich hebben te richten
naar het belang der vennootschap en dit moeten doen overwegen, indien
dit naar hun oordeel in botsing komt met belangen van welken
aandeelhouder ook’. Dit betekent niet dat het belang van de
aandeelhouders nooit de doorslag kan geven bij de afweging van belangen
die tot vaststelling van het vennootschappelijk belang leidt
Groepen vs enkelvoudige vennootschap
Artikel 2:140/250 is afgestemd op de enkelvoudige vennootschap. De
vraag rijst hoe de bepaling moet worden begrepen wanneer de
vennootschap aan het hoofd staat van een groep. Het beleid binnen de
groep wordt in grote lijnen bepaald door het bestuur van de
topvennootschap maar een zekere mate van zelfstandigheid zullen de
afhankelijke groepsmaatschappijen steeds behouden. Uit het oogpunt van
toezicht lijkt voorts de algemene gang van zaken binnen de groep van
,groter gewicht dan de algemene gang van zaken in de topvennootschap
en de met deze verbonden onderneming.
Een redelijke uitleg van art. 2:250 (140) brengt mee dat het toezicht
van de RvC van een topvennootschap zich uitstrekt tot het
groepsbeleid in zijn geheel, hetgeen wil zeggen dat ook belangrijke
beslissingen van dochtermaatschappijen daaronder vallen.
De uitdrukking ‘algemene gang van zaken in de vennootschap en
de met haar verbonden onderneming’ zal men voor deze situatie
moeten lezen als: ‘algemene gang van zaken binnen de groep’.
Onder belang van de ‘met haar verbonden onderneming’ kan mede
worden verstaan het ‘groepsbelang’. Voor de groepsmaatschappijen
die geen topmaatschappij zijn geldt het groeps- of concernbelang als
een relevant extern belang
Instelling RVC
Bij de structuurvennootschap is de instelling van een RvC
verplicht, tenzij uitvoering is gegeven aan art. 2:239a (129a) en is
voorzien in een one-tier bestuur met niet-uitvoerende bestuurders
De vrijstelling van de structuurregeling voor internationale
houdstermaatschappijen, art. 2:263 (153) sub b, maakt dat juist de
grootste vennootschappen niet zijn verplicht tot instelling van een
RvC of een one-tier bestuur.
Beursvennootschappen zijn ook niet verplicht een RVC of one-tier
bestuur in te stellen
De Code gaat uit van instelling van een RvC of one-tier bestuur en in de
praktijk is daar ook steeds sprake van.
Taak RvC
Wet is hier summier over. In de Code is aan die taak meer inhoud
gegeven. Voor beursvennootschappen geven de principes en best practice
bepalingen van de Corporate Governance Code een concrete invulling aan
de taak van de RvC en ook aan wat van individuele leden van de RvC
verlangd mag worden.
Als uitingen van wat goed toezicht inhoudt zijn zij ook voor andere
vennootschappen relevant, ook in besloten verhoudingen zoals joint
venture vennootschappen, familievennootschappen en
vennootschappen met zogenoemde private-equity-eigenaren.
In die verhoudingen zal de RvC veelal geheel of in meerderheid
bestaan uit vertegenwoordigers van de aandeelhouders. Dit neemt
niet weg dat ook in die verhoudingen commissarissen gehouden zijn
alle in aanmerking komende deelbelangen af te wegen. Evenmin
doen die verhoudingen af aan de verantwoordelijkheid van
commissarissen om daadwerkelijk toezicht te houden.
Bepalingen in de code die inhoud geven aan de taak van RvC
RVC houdt toezicht op de wijze waarop het bestuur de strategie
voor lange termijn waardecreatie uitvoert en wordt tijdig betrokken
bij het formuleren van die strategie (bepalingen 1.1.3 en 1.1.2)
, De RvC houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de
algemene gang van zaken in de vennootschap en de met haar
verbonden onderneming. Hierbij richt de RvC zich tevens op de
effectiviteit van de interne risicobeheersings- en controlesystemen
van de vennootschap en de integriteit en kwaliteit van de financiële
verslaggeving (principe 1.5).
De RvC houdt toezicht op de activiteiten van het bestuur ten
aanzien van het vormgeven van een cultuur die gericht is op lange
termijn waardecreatie (principe 2.5).
De RvC houdt toezicht op de werking van procedures voor
melding van (vermoedens van) misstanden en
onregelmatigheden, op passend en onafhankelijk onderzoek naar
signalen van misstanden en onregelmatigheden en adequate
opvolging van eventuele aanbevelingen tot herstelacties. Indien het
bestuur betrokken is heeft de RvC de mogelijkheid om zelf een
onderzoek te initiëren en dit onderzoek aan te sturen (bepaling
2.6.4).
Bij een overnamebod op de vennootschap of een belangrijk
bedrijfsonderdeel of bij een andere ingrijpende wijziging in
de structuur, draagt het bestuur zorg dat de RvC tijdig en nauw
wordt betrokken (bepaling 2.8.1).
De RvC is verantwoordelijk voor het formuleren van het
beloningsbeleid voor bestuurders en de implementatie daarvan
(principe 3.1)
De RVC stelt de beloning van bestuurders vast binnen de
grenzen van het door de AVA vastgestelde beloningsbeleid (principe
3.2).
Het toezicht van de RvC op het bestuur omvat mede het toezicht
op de verhouding met aandeelhouders (4.1.1).
Artikel 2:251/141 lid 2
Bepaalt dat het bestuur de RvC ten minste een keer per jaar schriftelijk op
de hoogte stelt van een aantal van deze onderwerpen, te weten de
hoofdlijnen van het strategisch beleid, de algemene en financiële risico’s
en het beheers- en controlesysteem van de vennootschap. De bepaling
moet niet zo worden verstaan dat deze onderwerpen slechts eens per jaar
met de RvC moeten worden besproken. Er kan alle aanleiding bestaan de
strategie en risico- en controlesystemen met enige regelmaat te
bespreken.
Goedkeuringsbepaling artikel 2:164/274
Geeft de RvC van structuurvennootschap dwingend de bevoegdheid
goedkeuring te verlenen aan belangrijke besluiten van het bestuur,
onder andere:
omtrent uitgifte van aandelen of certificaten daarvan, het aanvragen
van een beursnotering, het aangaan of verbreken van duurzame
samenwerking met een andere onderneming indien dit van
ingrijpende betekenis is, het nemen van een deelneming of het doen
van een investering ter waarde van ten minste een vierde van het
geplaatste kapitaal, een voorstel tot statutenwijziging en beëindiging
, van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal
werknemers.
Ook bij niet-structuurvennootschappen vallen dergelijke
beslissingen onder het toezicht van de RvC. Het is daarom niet
ongebruikelijk dat bij niet-structuurvennootschappen eenzelfde of
vergelijkbare lijst van bestuursbesluiten in de statuten wordt opgenomen
die de uitdrukkelijke goedkeuring van de RvC behoeven. Vaak bevatten de
statuten een bepaling dat de RvC bij besluit of in zijn reglement
bestuursbesluiten kan toevoegen die zijn goedkeuring behoeven. Wanneer
de goedkeuring van de RvC is voorgeschreven heeft het besluit van het
bestuur zonder die goedkeuring geen rechtskracht
Bovendien heeft dan te gelden dat het bestuur in de interne verhoudingen
geen uitvoering mag geven aan het besluit. Voor zover het betreft
rechtshandelingen met derden geldt echter dat het ontbreken van
goedkeuring de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het
bestuur of bestuurders niet aantast, art. 2:274 (164) lid 2. Deze regel,
die geldt voor de structuurvennootschap, geldt evenzeer bij gewone
vennootschappen.
Wij kwamen de regel eerder al tegen bij art. 2:107a dat voor
bepaalde besluiten goedkeuring van de AVA vereist
Uit de Code wordt duidelijk dat RvC bij een beursvennootschap ook een
belangrijke rol heeft ten aanzien van de beoordeling en beloning van
bestuurders. Zie over de nieuwe bepalingen inzake het beloningsbeleid
en beloningsverslag bij beursvennootschappen art. 2:135a en 135b. De
RvC bespreekt jaarlijks het functioneren van het bestuur als college en dat
van individuele bestuurders, bepaling 2.2.7. In besloten verhoudingen kan
het voorkomen dat de aandeelhouders zelf de beloning van bestuurders
bepalen. Ook dan zou ik aannemen dat de RvC zich een oordeel moet
vormen omtrent het functioneren van het bestuur en van individuele
bestuurders en dit aan de aandeelhouders kenbaar moeten maken.
Belangrijkste gebieden waarop RvC toezichthoudende en
adviserende taak heeft zijn daarmee gegeven: hygiëne (interne
controle, risicobeheer, naleving van wet- en regelgeving en
verslaggevingsproces), maatschappelijke verantwoordelijkheid en
doelstellingen, strategie en resultaten (financiële en overige
doelstellingen, het behalen daarvan, belangrijke beslissingen binnen de
strategie), werkgeversrol (beoordeling en beloning van bestuurders) en de
relatie met aandeelhouders en andere belangrijke stakeholders.
Wat betreft dit laatste punt dicht de HR de RVC niet de verplichting toe
een bemiddelende rol te vervullen bij conflicten tussen aandeelhouders en
het bestuur (ASMI).
De Corporate Governance Code voegt nog een nieuw gebied van toezicht
toe: de cultuur van de vennootschap en de met haar verbonden
onderneming. Het bestuur is verantwoordelijk voor het vormgeven van
een cultuur die is gericht op lange termijn waardecreatie en de RvC houdt
toezicht op de activiteiten van het bestuur ter zake.
Onderwerpen: RvC, one tier/two tier. Aantal commissariaten en diversiteit.
Van de BV en de NV (van Schilfaarde/Winter, Wezeman &
Schoonbrood)
Hoofdstuk 8 – Raad van Commissarissen
Algemene taken en bevoegdheden
RVC is het orgaan dat ten behoeve van de aandeelhouders toezicht houdt op het bestuur. Als
uitvloeisel daarvan ontwikkelt zich vanzelf een adviserende taak. Toezicht en advies worden
dan ook in art. 2:250 (140) als basistaken van de RvC genoemd.
Bij de invoering van de structuurregeling voor grotere vennootschappen in 1971 verschoof
de traditionele rol van de RvC van toezichthouder ten behoeve van aandeelhouders naar een
afzonderlijke positie naast het bestuur. Het functioneren ten behoeve van aandeelhouders
verdween naar de achtergrond. Deze ontwikkeling heeft ook gevolgen gehad voor de niet-
structuurvennootschappen: in het algemeen is gaan gelden dat de RvC zich dient te richten
naar het belang van de vennootschap en – zoals artikel 2:250/140 het uitdrukt – de met haar
verbonden onderneming. De betekenis van deze norm is vooral dat de in aanmerking
komende deelbelangen zorgvuldig moeten worden afgewogen.
Vennootschappelijk belang
De RVC moet zich richten naar het belang van de vennootschap, dit volgt
uit Doetinchemse Ijzergieterij. Het ging in deze zaak om een besluit
van commissarissen tot emissie van aandelen, waardoor de
grootaandeelhouder Misset haar meerderheidspositie dreigde kwijt te
raken. De Hoge Raad overwoog:
‘dat van de zijde van Misset bij pleidooi is aangevoerd, dat
commissarissen niet een besluit mochten nemen, dat ingaat tegen de
belangen en wensen van de aandeelhoudster, die de meerderheid van
stemmen bezit; dat evenwel commissarissen, rechten uitoefenende, die
hun als orgaan der vennootschap zijn toegekend, zich hebben te richten
naar het belang der vennootschap en dit moeten doen overwegen, indien
dit naar hun oordeel in botsing komt met belangen van welken
aandeelhouder ook’. Dit betekent niet dat het belang van de
aandeelhouders nooit de doorslag kan geven bij de afweging van belangen
die tot vaststelling van het vennootschappelijk belang leidt
Groepen vs enkelvoudige vennootschap
Artikel 2:140/250 is afgestemd op de enkelvoudige vennootschap. De
vraag rijst hoe de bepaling moet worden begrepen wanneer de
vennootschap aan het hoofd staat van een groep. Het beleid binnen de
groep wordt in grote lijnen bepaald door het bestuur van de
topvennootschap maar een zekere mate van zelfstandigheid zullen de
afhankelijke groepsmaatschappijen steeds behouden. Uit het oogpunt van
toezicht lijkt voorts de algemene gang van zaken binnen de groep van
,groter gewicht dan de algemene gang van zaken in de topvennootschap
en de met deze verbonden onderneming.
Een redelijke uitleg van art. 2:250 (140) brengt mee dat het toezicht
van de RvC van een topvennootschap zich uitstrekt tot het
groepsbeleid in zijn geheel, hetgeen wil zeggen dat ook belangrijke
beslissingen van dochtermaatschappijen daaronder vallen.
De uitdrukking ‘algemene gang van zaken in de vennootschap en
de met haar verbonden onderneming’ zal men voor deze situatie
moeten lezen als: ‘algemene gang van zaken binnen de groep’.
Onder belang van de ‘met haar verbonden onderneming’ kan mede
worden verstaan het ‘groepsbelang’. Voor de groepsmaatschappijen
die geen topmaatschappij zijn geldt het groeps- of concernbelang als
een relevant extern belang
Instelling RVC
Bij de structuurvennootschap is de instelling van een RvC
verplicht, tenzij uitvoering is gegeven aan art. 2:239a (129a) en is
voorzien in een one-tier bestuur met niet-uitvoerende bestuurders
De vrijstelling van de structuurregeling voor internationale
houdstermaatschappijen, art. 2:263 (153) sub b, maakt dat juist de
grootste vennootschappen niet zijn verplicht tot instelling van een
RvC of een one-tier bestuur.
Beursvennootschappen zijn ook niet verplicht een RVC of one-tier
bestuur in te stellen
De Code gaat uit van instelling van een RvC of one-tier bestuur en in de
praktijk is daar ook steeds sprake van.
Taak RvC
Wet is hier summier over. In de Code is aan die taak meer inhoud
gegeven. Voor beursvennootschappen geven de principes en best practice
bepalingen van de Corporate Governance Code een concrete invulling aan
de taak van de RvC en ook aan wat van individuele leden van de RvC
verlangd mag worden.
Als uitingen van wat goed toezicht inhoudt zijn zij ook voor andere
vennootschappen relevant, ook in besloten verhoudingen zoals joint
venture vennootschappen, familievennootschappen en
vennootschappen met zogenoemde private-equity-eigenaren.
In die verhoudingen zal de RvC veelal geheel of in meerderheid
bestaan uit vertegenwoordigers van de aandeelhouders. Dit neemt
niet weg dat ook in die verhoudingen commissarissen gehouden zijn
alle in aanmerking komende deelbelangen af te wegen. Evenmin
doen die verhoudingen af aan de verantwoordelijkheid van
commissarissen om daadwerkelijk toezicht te houden.
Bepalingen in de code die inhoud geven aan de taak van RvC
RVC houdt toezicht op de wijze waarop het bestuur de strategie
voor lange termijn waardecreatie uitvoert en wordt tijdig betrokken
bij het formuleren van die strategie (bepalingen 1.1.3 en 1.1.2)
, De RvC houdt toezicht op het beleid van het bestuur en de
algemene gang van zaken in de vennootschap en de met haar
verbonden onderneming. Hierbij richt de RvC zich tevens op de
effectiviteit van de interne risicobeheersings- en controlesystemen
van de vennootschap en de integriteit en kwaliteit van de financiële
verslaggeving (principe 1.5).
De RvC houdt toezicht op de activiteiten van het bestuur ten
aanzien van het vormgeven van een cultuur die gericht is op lange
termijn waardecreatie (principe 2.5).
De RvC houdt toezicht op de werking van procedures voor
melding van (vermoedens van) misstanden en
onregelmatigheden, op passend en onafhankelijk onderzoek naar
signalen van misstanden en onregelmatigheden en adequate
opvolging van eventuele aanbevelingen tot herstelacties. Indien het
bestuur betrokken is heeft de RvC de mogelijkheid om zelf een
onderzoek te initiëren en dit onderzoek aan te sturen (bepaling
2.6.4).
Bij een overnamebod op de vennootschap of een belangrijk
bedrijfsonderdeel of bij een andere ingrijpende wijziging in
de structuur, draagt het bestuur zorg dat de RvC tijdig en nauw
wordt betrokken (bepaling 2.8.1).
De RvC is verantwoordelijk voor het formuleren van het
beloningsbeleid voor bestuurders en de implementatie daarvan
(principe 3.1)
De RVC stelt de beloning van bestuurders vast binnen de
grenzen van het door de AVA vastgestelde beloningsbeleid (principe
3.2).
Het toezicht van de RvC op het bestuur omvat mede het toezicht
op de verhouding met aandeelhouders (4.1.1).
Artikel 2:251/141 lid 2
Bepaalt dat het bestuur de RvC ten minste een keer per jaar schriftelijk op
de hoogte stelt van een aantal van deze onderwerpen, te weten de
hoofdlijnen van het strategisch beleid, de algemene en financiële risico’s
en het beheers- en controlesysteem van de vennootschap. De bepaling
moet niet zo worden verstaan dat deze onderwerpen slechts eens per jaar
met de RvC moeten worden besproken. Er kan alle aanleiding bestaan de
strategie en risico- en controlesystemen met enige regelmaat te
bespreken.
Goedkeuringsbepaling artikel 2:164/274
Geeft de RvC van structuurvennootschap dwingend de bevoegdheid
goedkeuring te verlenen aan belangrijke besluiten van het bestuur,
onder andere:
omtrent uitgifte van aandelen of certificaten daarvan, het aanvragen
van een beursnotering, het aangaan of verbreken van duurzame
samenwerking met een andere onderneming indien dit van
ingrijpende betekenis is, het nemen van een deelneming of het doen
van een investering ter waarde van ten minste een vierde van het
geplaatste kapitaal, een voorstel tot statutenwijziging en beëindiging
, van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal
werknemers.
Ook bij niet-structuurvennootschappen vallen dergelijke
beslissingen onder het toezicht van de RvC. Het is daarom niet
ongebruikelijk dat bij niet-structuurvennootschappen eenzelfde of
vergelijkbare lijst van bestuursbesluiten in de statuten wordt opgenomen
die de uitdrukkelijke goedkeuring van de RvC behoeven. Vaak bevatten de
statuten een bepaling dat de RvC bij besluit of in zijn reglement
bestuursbesluiten kan toevoegen die zijn goedkeuring behoeven. Wanneer
de goedkeuring van de RvC is voorgeschreven heeft het besluit van het
bestuur zonder die goedkeuring geen rechtskracht
Bovendien heeft dan te gelden dat het bestuur in de interne verhoudingen
geen uitvoering mag geven aan het besluit. Voor zover het betreft
rechtshandelingen met derden geldt echter dat het ontbreken van
goedkeuring de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het
bestuur of bestuurders niet aantast, art. 2:274 (164) lid 2. Deze regel,
die geldt voor de structuurvennootschap, geldt evenzeer bij gewone
vennootschappen.
Wij kwamen de regel eerder al tegen bij art. 2:107a dat voor
bepaalde besluiten goedkeuring van de AVA vereist
Uit de Code wordt duidelijk dat RvC bij een beursvennootschap ook een
belangrijke rol heeft ten aanzien van de beoordeling en beloning van
bestuurders. Zie over de nieuwe bepalingen inzake het beloningsbeleid
en beloningsverslag bij beursvennootschappen art. 2:135a en 135b. De
RvC bespreekt jaarlijks het functioneren van het bestuur als college en dat
van individuele bestuurders, bepaling 2.2.7. In besloten verhoudingen kan
het voorkomen dat de aandeelhouders zelf de beloning van bestuurders
bepalen. Ook dan zou ik aannemen dat de RvC zich een oordeel moet
vormen omtrent het functioneren van het bestuur en van individuele
bestuurders en dit aan de aandeelhouders kenbaar moeten maken.
Belangrijkste gebieden waarop RvC toezichthoudende en
adviserende taak heeft zijn daarmee gegeven: hygiëne (interne
controle, risicobeheer, naleving van wet- en regelgeving en
verslaggevingsproces), maatschappelijke verantwoordelijkheid en
doelstellingen, strategie en resultaten (financiële en overige
doelstellingen, het behalen daarvan, belangrijke beslissingen binnen de
strategie), werkgeversrol (beoordeling en beloning van bestuurders) en de
relatie met aandeelhouders en andere belangrijke stakeholders.
Wat betreft dit laatste punt dicht de HR de RVC niet de verplichting toe
een bemiddelende rol te vervullen bij conflicten tussen aandeelhouders en
het bestuur (ASMI).
De Corporate Governance Code voegt nog een nieuw gebied van toezicht
toe: de cultuur van de vennootschap en de met haar verbonden
onderneming. Het bestuur is verantwoordelijk voor het vormgeven van
een cultuur die is gericht op lange termijn waardecreatie en de RvC houdt
toezicht op de activiteiten van het bestuur ter zake.