Privaatrechtelijke rechtspersonen
• Boek 2 BW
• Titel 2-6: Iedere privaatrechtelijke rechtspersoon eigen titel
• Titel 7-9: Regulering van juridische fusie en splitsing, geschillenregeling en
enqueterecht, jaarrekening
• Boek 2: dwingend recht, art. 2:25 BW
• Algemene bepalingen, gelden voor alle privaatrechtelijke rechtspersonen
• Oprichtingsgebreken, art. 2:4 BW
• Bescherming van derden, art. 2:6 BW, art. 25 lid 3 hw
• Gevolgen van doeloverschrijding, art. 2:7 BW
• Administratieplicht, art. 2:10 BW
• Geldigheid van stemmen, art. 2:13 BW
• Aantasting van besluiten, artt. 2:14 – 2:16 BW (week 5)
• Omzetting, art. 2:18 BW
• Ontbinding, art. 2:19 – 24 BW
Oprichting privaatrechtelijke rechtspersonen
• Oprichtingshandeling (eenzijdig/meerzijdig rechtshandeling)
• Notariële akte
• BV: bij elektronische notariële akte, 2:175a BW
• Uitzondering: informele vereniging, 2:30 BW (zelfde als formele maar
beperkte rechtsbevoegdheid, geen notaris, wel rechtsperssonlijkheid) vrijheid
van vereniging grondwet
• Stichting: oprichting mogelijk bij uiterste wilsbeschikking (2:286 BW)
• Rechtspersoon inschrijven in handelsregister
• Verzuim: hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor schulden uit
rechtshandelingen (2:29 lid 2, vereniging en coöperatie [via schakelbepaling
2:53a], NV: 2:69, BV: 2:180, stichting: 2:289 BW)
• Hiernaast: inschrijving UBO (Ultimate Beneficial Owner) in het UBO register
• NV/BV (2:64/175 lid 2 BW):
• Minimumkapitaal NV (bij BV niet, €1)
• Deelname in het kapitaal
Ontstaans en oprichtings gebreken
Onstaansgebrek
• Indien een notariële akte ontbreekt (2:4 lid 1 BW)
• Uitzondering: de informele vereniging
• Vermogen dat is gevormd wordt vereffend
Ontbinding (door rechter)
• Indien oprichtingshandeling nietig of vernietigbaar is (2:4 lid 2, 21 19 lid 1 sub f BW)
, • Als er aan totstandkoming rechtspersoon gebreken kleven, 2:19 lid 1 sub a jo. 21 19
lid 1 sub f BW
Preconstitutief handelen
• Oprichter (of derde) kunnen namens de vennootschap in oprichting
rechtshandelingen verrichten, art. 2:93/203 BW
• Tevens van toepassing op andere rechtspersonen (HR NJ 1997/399 Diva/Meijs
• Vennootschap gebonden na uitdrukkelijke of stilzwijgende bekrachtiging (lid 1)
• Stilzwijgend, vb, rentebetaling op geldlening
• Bekrachtiging heeft terugwerkende kracht tot het moment oprichting
• Hoofdelijke aansprakelijkheid handelende partij tot moment bekrachtiging (lid 2),
tenzij… vsp bekrachtigd maar vsp komt niet na ->
• Bij niet nakoming vennootschap hoofdelijke aansprakelijkheid handelende partij
indien wetenschap bestond of had moeten bestaan dat de vennootschap niet zou
kunnen nakomen (lid 3, eerste zin), moment van handelen is peilmoment
• “Onverminderd” de aansprakelijkheid van bestuurders wegens bekrachtiging
• Wettelijk vermoeden (lid 3, laatste zin) indien vennootschap failliet binnen 1 jaar na
oprichting
Voorbeelden privaatrechtelijke rechtspersonen
• Vereniging: sport/ontspanning, belangenbehartiging, collectieve acties (3:305a BW,
NB: formele vereniging)
• Coöperatie: landbouw, zuivel, duurzame energie, samenwerkende vrije
beroepsbeoefenaren, banken
• OWM, onderlinge waarborgmaatschappij: verzekeringsbedrijf
• NV: beursvsp, “gewone” NV
• BV: eenpersoons-BV (DGA, maar ook: concernvennootschap, pensioen-BV), joint-
venture BV
• Stichting: goede doelen, “vehikel” bijv. i.v.m. bescherming beursvsp (= “stichting
continuïteit”), STAK (vnl. in constructies met een BV, zelden nog als bescherming
beursvsp), semipublieke sector
Vereniging
• Oprichting bij meerzijdige rechtshandeling (2:26 lid 2 BW)
• Oprichting bij notariële akte (art. 2:27 BW): formele vereniging, inschrijving in
het handelsregister, 2:29 BW
• Vereniging die niet is opgericht bij notariële akte: informele vereniging,
kwalificatievraag: HR Bandidos, JOR 2020/226:
• Vereist is dat er een zelfstandig lichaam is dat als zodanig deelneemt aan het
rechtsverkeer, dat leden heeft en dat gericht is op een bepaald doel. Dit
veronderstelt enig organisatorisch verband. Of daarvan sprake is, hangt af van
de omstandigheden van het geval. Bijvoorbeeld:
• Min of meer vaste regels of gebruiken
• Een of meer leden vervullen coördinerende taken
• Ledeninspraak
• Contributie
• Aanwezigheid van bankrekening of gemeenschappelijke kas
, • HR: Opmerking verdient nog dat uit de parlementaire geschiedenis
blijkt dat aan het bestaan van een informele vereniging niet te zware
eisen moeten worden gesteld.
• Informele vereniging (art. 2:30 BW) = beperkt rechtsbevoegd:
• Kan geen registergoederen verkrijgen
• Kan geen erfgenaam zijn
• Bestuurders hoofdelijk verbonden naast de vereniging voor schulden uit
rechtshandelingen
• Vereniging mag geen winst onder haar leden verdelen, 2:26 lid 3 BW, mag wel
commercieel zijn maar winst mag dus niet toekomen aan de leden
• Vereniging moet bestuur en algemene vergadering van leden hebben
• Vrijheid om andere organen in de statuten op te nemen, zoals raad van
commissarissen, raad van toezicht, commissie van beheer, barcommissie
Verboden rechtspersoon
• Rechtbank kan op verzoek OM een rechtspersoon verboden verklaren en ontbinden
indien het doel of de werkzaamheid in strijd met de openbare orde, art. 2:20 BW
• Bedreiging van de nationale veiligheid, internationale rechtsorde of
ontwrichting democratische rechtstaat.
• Rechtspraak:
• Outlaw Motor Gangs, HR Bandidos
• HR Vereniging Martijn
• WODC-onderzoek
HR Vereniging Martijn
• 3.5 Bij de beantwoording van de vraag of de werkzaamheid van de rechtspersoon in
strijd is met de openbare orde, [geldt] als uitgangspunt dat de in art. 8 Gw en art. 11
EVRM gewaarborgde vrijheid van vereniging een grondbeginsel is van de
democratische rechtsstaat, en dat het verbieden van een rechtspersoon een ernstige
inbreuk op dit grondrecht betekent waaraan slechts in het uiterste geval mag worden
toegekomen. Voor een verbodenverklaring moet het dan ook gaan om méér dan uit
maatschappelijk oogpunt ongewenst gedrag.
De verbodenverklaring dient te worden gezien als een noodzakelijke maatregel om
gedragingen te voorkomen die een daadwerkelijke en ernstige aantasting zijn van als
wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel en die onze samenleving
ontwrichten of kunnen ontwrichten.
• 3.11.3 Hoewel in het algemeen grote terughoudendheid moet worden betracht bij
het verbieden en ontbinden van een vereniging, dwingen de uitzonderlijk ernstige
aard van de onderhavige gedragingen, de aard van de werkzaamheid van de
vereniging – die erop is gericht bij haar leden en anderen die haar website bezoeken,
eventuele drempels weg te nemen om seksueel contact met kinderen te hebben, en
aldus dergelijk contact te bevorderen - en de daarmee strokende kennelijke
bedoeling van haar leden, tot het oordeel dat het, bij afweging van alle betrokken
rechten en belangen, in een democratische samenleving noodzakelijk is dat de
vereniging wordt verboden en ontbonden in het belang van de bescherming van de
gezondheid en van de rechten en vrijheden van kinderen.
, ‘Organen’ rechtspersoon
Orgaan: “een uit een of meer personen bestaande functionele eenheid die door de wet of de
statuten met beslissingsbevoegdheid in rechtspersonenrechtelijke aangelegenheden is
bekleed” (vgl. Van Schilfgaarde c.s. nr. 3)
• Altijd: bestuur en - bij alle rechtspersonen m.u.v. stichting - algemene
vergadering (AV)
• RvC is ook bij gewone NV/BV facultatief, maar verplicht bij structuurvsp en bij
beursvsp (uitgangspunt van de Code)
• Andere organen?, bv stemrechtloze av NB: 2:78a/189a BW (bevat geen
algemene orgaandefinitie!)
• OR ook orgaan? (vertegenwoordigd werknemers) -> nee
Bestuur bestuurt, 2:239/129 BW
Benoemd en ontslagen door AV 2:242-244/132-134 BW
bij structuur-vsp (volledig) regime: RvC
2:162/272 BW
RvC: toezicht op beleid bestuur, algemene gang van zaken; staat bestuur met raad terzijde,
2:250/140 BW
Zie regeling RvC bij structuurvennootschap 2:262/152 e.v. BW
AV: alle bevoegdheid die niet aan bestuur of anderen toekomt, 2:217/107 BW
OR [geen orgaan, wel 2:8 BW]: bevoegdheden ingevolge Wet op ondernemings Raden (o.a.:
overleg, initiatief, advies, instemming), en boek 2 BW (vb. 2:107a, 2:135, 2:268/158)
Corporate governance
• Gaat in bredere zin over taken en bevoegdheden van organen maar ook onderlinge
afbakening van bevoegdheden tussen organen (bestuur – RvC – AV)
• Corporate governance-regels zijn te vinden in Boek 2 BW maar ook in
• Nederlandse Corporate Governance Code (voor beursvennootschappen)
• sectorcodes (voor stichtingen in semipublieke sector)
• statuten van de rechtspersoon
• reglement(en) van de rechtspersoon
Bestuurstaak
• “Besturen van de vennootschap” 2:129/239 lid 1 BW
• Besturen omvat dagelijkse leiding, maken van plannen en bepalen van
strategie
• HR ABN AMRO LaSalle (NJ 2007/434), strategie, HR Boskalis/Fugro, NJ
2018/331, “Nu het bepalen van het beleid en de strategie van een
vennootschap en de met haar verbonden onderneming in beginsel
een aangelegenheid is van het bestuur van de vennootschap”