onderwijsgroepen
Blok BMZ2003 Zorg in theorie
,Nabespreking probleem 1
Leerdoelen:
1. Wat is wetenschap?
2. Wat is theorie (verschillende definities) en wat is het doel?
3. Wat voor een verschillende soorten theorieën zijn er?
4. Wat zijn modellen? (definities)
5. Hoe vorm je een theorie?
6. Hoe test je theorieën/kwaliteitscriteria?
7. Hoe kun je theorieën toepassen?
Beantwoording leerdoelen:
Leerdoel 1.
Wetenschap = gegeven informatie die wordt verkregen door een studie of ervaring
Systematische observatie waarbij je je feiten opschrijft.
Neutraal (interpretatie van wetenschapper; kan niet neutraal zijn; subjectief maar zoveel
mogelijk als objectief).
Definitie wetenschap:
2 belangrijke componenten van wetenschap: ontwikkeling en toetsing.
Zuivere wetenschap: doel: nieuwe kennis vergaren
Toegepaste wetenschap: concrete problemen op te lossen
Onderzoekers vanuit hun eigen paradigma de hypothese stellen en deze toetsen. Paradigma:
wereldbeeld dat je hebt gevormd door voorgaande gebeurtenissen.
Leerdoel 2.
Theorie =
Theorie moet te toetsen zijn. Zo niet; slechte theorie.
Theorie = symbolische constructie
Theorie = uitdrukking
Theorie = onderdeel van iets/van een onderzoek
Van Dale: systeem van denkbeelden of hypothesen waarmee waargenomen feiten worden
verklaard of voorspellingen worden gedaan
Dubin: een door de onderzoeker versimpelde weergaven van een echt fenomeen.
Doel theorie:
4 functies:
1. Beschrijvend; waarom van dingen/causale verklaring
2. Afgrenzend; zet grenzen van datgene dat wordt onderzocht
3. Generatief; neiging om nieuw onderzoek te doen waardoor uitbreiding kennis
4. Integrerend; streeft naar een samenhangend van dingen
Definitie theorie: je probeert iets complex aan de hand van simpele voorbeelden uit te leggen.
Iets dat je niet begrijpt, uitleggen aan de hand van een theorie. Deze theorie hoeft niet in een
1
, keer te kloppen; aanpassing is hierbij mogelijk. Deze theorie kan worden verandert onder
andere door de empirische cyclus.
Leerdoel 3.
Soorten theorieën:
5 typen theorieën:
1. Dubin„s hypothetico-deductive method
2. inductive grounded theory
3. meta-analytic theory
4. social constructionist theory
5. case study theory
Zie tabel onderaan nabespreking taak 1.
Verschillende manieren om tegen een theorie aan te kijken. Niet echt verschillende theorieën,
maar denkbeelden van wetenschapper beïnvloedt dat.
Leerdoel 4.
Model is een abstract van een theorie. Model staat boven een theorie als je abstract kijkt. Je
hebt eerst een model en daarna kun je daar een theorie omheen maken. Je kunt ook een model
maken aan de hand van een theorie.
Model = grafische weergave van een theorie/zelfde als een theorie/deel van een theorie/ etc.
Model = theorie
Een term die ook vaak wordt gebruik is een model. Het onderscheid tussen modellen en
theorieën in de literatuur is niet altijd duidelijk. Zo worden modellen een speciaal typen van
een theorie, een model een deel van de theorie, dat modellen uit de theorie voortkomen, dat
modellen een specifieke interpretatie van de theorie zijn maar ook dat een model is
opgebouwd uit meerdere theorieën. Anderen vinden een theorie overeenkomen met een
model. In dit blok: model = theorie
Leerdoel 5.
Er gebeurt iets en je wilt weten waarom en hoe dat zo is. Hypothese stel je op, en
onderzoeksdesign opstellen etc. en daarna onderzoek uitvoeren. Toetsen van hypothese en
daarmee theorie op stellen.
2 strategieën:
1. research-to-theory strategie
2. theory-to-research strategie
De eerste is een research-to-theory strategie , terwijl de tweede een theory-to-research
strategie is (Reynolds, 1971).
Het research-to-theory strategie, ook wel onderzoek-dan-theorie strategie, is gerelateerd aan
"het afleiden van de wetten van de natuur uit een zorgvuldig onderzoek van alle
beschikbare gegevens". Zoals beschreven door Reynolds (1971 ), de essenties van deze
strategie zijn:
1. Selecteer een verschijnsel en noteer alle kenmerken van het verschijnsel,
2