Volledige samenvatting met oefeningen en oplossingen
Chronologisch opgebouwd volgens de doelstellingen van de cursus D1 t.e.m. D34
Hoofdstuk 1 — Basisbeginselen dubbel boekhouden (D1–D8)
Hoofdstuk 2 — Registratie van de aan- en verkoopcyclus (D9–D16)
Hoofdstuk 3 — Andere elementen van de ondernemingscyclus (D17–D24)
Hoofdstuk 4 — Afsluitverrichtingen en resultaatverwerking (D25–D34)
1
,Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1 — Basisbeginselen dubbel boekhouden (D1–D8).................................................................................4
D1 — De balans........................................................................................................................................................ 4
D2 — De resultatenrekening.................................................................................................................................... 5
D3 — Resultaatverwerking (de link tussen balans en resultatenrekening)...............................................................5
D4 — Registratie: de grootboekmethode................................................................................................................. 9
D5 — Registratie: het rekeningenstelsel (MAR)...................................................................................................... 10
D6 — Registratie: het journaal............................................................................................................................... 11
D7 — Proef- en saldibalansen................................................................................................................................. 12
D8 — Stappenplan van beginbalans tot eindbalans................................................................................................ 12
HOOFDSTUK 2 — Registratie van de aan- en verkoopcyclus (D9–D16).......................................................................17
D9 — Btw algemeen............................................................................................................................................... 17
D10 — Aankopen, betaling en creditnota............................................................................................................... 17
D11 — Verkopen, inning en creditnota.................................................................................................................. 18
D12 — Bijkomende kosten en terugstuurbare verpakking.....................................................................................22
D13 — Commerciële en financiële kortingen......................................................................................................... 23
D14 — Berekening van het factuurbedrag.............................................................................................................. 25
D15 — Interne overboeking................................................................................................................................... 26
D16 — Integratie van de aan- en verkoopcyclus..................................................................................................... 26
HOOFDSTUK 3 — Andere elementen van de ondernemingscyclus (D17–D24)...........................................................31
D17 — Personeelscyclus: begrippen en berekening............................................................................................... 31
D18 — Personeelscyclus: registratie....................................................................................................................... 31
D19 — Van courante verrichtingen naar inventarisverrichtingen...........................................................................33
D20 — Financieringscyclus door eigen vermogen.................................................................................................. 34
D21–D22 — Financieringscyclus door vreemd vermogen (lening)..........................................................................34
D23 — Investeringscyclus: aanschaf en afschrijving............................................................................................... 37
D24 — Investeringscyclus: verkoop van een vast actief.......................................................................................... 38
HOOFDSTUK 4 — Afsluitverrichtingen en resultaatverwerking (D25–D34).................................................................42
D25–D26 — Overlopende rekeningen (klasse 49).................................................................................................. 42
D27 — Inventarisverrichting: voorraadwijziging..................................................................................................... 44
D28 — Inventarisverrichting: bank en kaskrediet................................................................................................... 45
D29 — Inventarisverrichting: kas en kasverschil..................................................................................................... 46
D30–D31 — Voorzieningen voor grote herstellings- en onderhoudswerken..........................................................46
D32 — Inventarisverrichtingen: integratie.............................................................................................................. 47
D33–D34 — Resultaatbepaling en resultaatverwerking......................................................................................... 50
BIJLAGE 1 — Overzicht van de belangrijkste rekeningnummers................................................................................. 55
Klasse 1 — Eigen vermogen en schulden > 1 jaar................................................................................................... 55
Klasse 2 — Vaste activa.......................................................................................................................................... 55
Klasse 3, 4 en 5 — Voorraden, vorderingen, schulden, liquide middelen...............................................................55
Klasse 6 — Kosten.................................................................................................................................................. 56
2
, Klasse 7 — Opbrengsten......................................................................................................................................... 56
BIJLAGE 2 — Examenchecklist.................................................................................................................................... 58
Bij elke journaalpost............................................................................................................................................... 58
De meest gemaakte fouten.................................................................................................................................... 58
Vaste formules....................................................................................................................................................... 58
3
, HOOFDSTUK 1 — Basisbeginselen dubbel boekhouden (D1–D8)
D1 — De balans
De basisvraag van elke boekhouding is: hoe vermogend is de onderneming? Dat antwoord heeft altijd twee kanten:
● Wat heb ik? = mijn bezittingen — CONCREET, waarneembaar
● Hoe heb ik dat betaald of gefinancierd? — ABSTRACT, niet waarneembaar
De basisvergelijking: Bezittingen = Rijkdom + Schulden, oftewel ACTIVA = EIGEN VERMOGEN + SCHULDEN.
Structuur van de balans
ACTIVA (links) PASSIVA (rechts)
Werkingsmiddelen — wat bezit de onderneming? Financieringsbronnen — hoe betaald/gefinancierd?
Aanwending van het vermogen Bron, herkomst van het vermogen
Waarneembaar, CONCREET Niet waarneembaar, ABSTRACT
VASTE ACTIVA — doel: lang in het bedrijf EIGEN VERMOGEN — de rijkdom
VLOTTENDE ACTIVA — doel: kort in het bedrijf SCHULDEN — vreemd vermogen
De balans is altijd een MOMENTOPNAME, op één datum. Beginbalans = 1ste dag van het boekjaar (01/01/N0),
eindbalans = laatste dag (31/12/N0). Het boekjaar telt 12 maanden en mag vrij bepaald worden; in deze cursus is
het gelijk aan het kalenderjaar.
De vereenvoudigde balans — indeling in rubrieken
ACTIVA PASSIVA
VASTE ACTIVA • Immateriële vaste activa • Materiële EIGEN VERMOGEN • Inbreng: Kapitaal • Reserves •
vaste activa • Financiële vaste activa Overgedragen resultaat
VLOTTENDE ACTIVA • Vorderingen op > 1 jaar • SCHULDEN / VREEMD VERMOGEN • Voorzieningen •
Voorraden en bestellingen in uitvoering • Vorderingen Financiële schulden > 1 jaar • Financiële schulden ≤ 1
op ≤ 1 jaar • Geldbeleggingen • Liquide middelen • jaar • Handelsschulden ≤ 1 jaar • Schulden m.b.t.
Overlopende rekeningen bezoldiging, belasting, resultaatverwerking •
Overlopende rekeningen
Toelichting bij de activarubrieken
Immateriële vaste activa: niet tastbaar — software, octrooien, patenten.
Materiële vaste activa: tastbaar — terrein, gebouw, installaties, machines, meubilair, rollend materieel.
Financiële vaste activa: aandelen in een dochterbedrijf of een bedrijf met 'banden' (deelneming); doel = lange
termijn aanhouden.
Voorraden: productieonderneming: grond- en hulpstoffen, goederen in bewerking, gereed product.
Handelsonderneming: handelsgoederen.
Bestellingen in uitvoering: productie op maat, uniek, op expliciete vraag van de klant (bv. keuken van een
schrijnwerker) — géén massaproduct.
Vorderingen op ≤ 1 jaar: handelsvorderingen (op klanten = handelsdebiteuren) en overige vorderingen (personeel,
belastingen …).
Geldbeleggingen: NIET vrij over te beschikken — aandelen, obligaties; doel = rendement.
Liquide middelen: WEL vrij over te beschikken — kas, zicht- en spaarrekening.
4