schadevergoeding
H1 Algemene indeling
Het thema
Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding wordt het
aansprakelijkheidsrecht genoemd, delictuele
aansprakelijkheidsrecht. Door het aangaan van een verbintenis
scheppende overeenkomst verbindt een partij zich door een
rechtshandeling. In een aantal gevallen verbindt de wet aan bepaald
handelen of aan een bepaald feitencomplex een verbintenis, ongeacht of
partijen dit met hun handelen hebben beoogd dit zijn verbintenissen
uit de wet.
Verbintenis uit onrechtmatige daad wordt aansprakelijkheid voor eigen
onrechtmatig handelen genoemd. De meeste verbintenissen uit de wet
verplichten tot schadevergoeding.
Een verbintenis is een rechtsplicht waarmee een subjectief
vermogensrecht correspondeert. Op wie door toerekenbaar onrechtmatig
handelen schade veroorzaakt, moet schade vergoeden art. 6:162 BW
(passieve zijde van een verbintenis). Degene die door de
onrechtmatige daad is benadeeld heeft een heeft een, met de verplichting
tot schadevergoeding corresponderende, aanspraak (de actieve zijde
van de verbintenis): het recht op schadevergoeding. Dat subjectieve
recht is een goed (art. 3:1 BW) en een vermogensrecht (art. 3:6 BW).
Een ander is verplicht om zich te onthouden van het toebrengen van
schade door onrechtmatig handelen dit zijn kale rechtsplichten,
omdat er (als er geen schade is) geen vermogensrecht tegenover staat.
Van rechtsplichten kan binnen de grenzen van art. 3:296 BW nakoming
worden gevorderd. Nakomen van verbintenissen is geregeld in art. 3:296
BW en 6:27 BW. Soms rust op iemand een verplichting waarvan geen
nakoming kan worden gevorderd, maar ter zake waarvan niet-naleving
andere gevolgen heeft de verplichting tot schade: degene jegens wie
onrechtmatig is gehandeld, is verplicht zijn schade te beperken, anders
treft hem eigen schuld art. 6:101 BW. Houdt hij zich niet aan deze
schadebeperking, dan kan de aansprakelijke nakoming daarvan niet
rechtstreeks afdwingen, maar kan de aanspraak op schadevergoeding
worden verminderd.
3 plaats van verbintenissen uit de wet in de wet
De verbintenissen uit de wet zijn geregeld in de art. 6:74 BW en 6:162.
Omdat het hier gaat om verbintenissen, zijn de art. 6:1-6:161 BW van
toepasing. Dat is voor de verschillende verbintenissen uit de wet in het
,bijzonder van belang, omdat zij strekken tot schadevergoeding. De regels
over schadevergoeding zijn neergelegd in art. 6:95 BW.
4 samenloop wanprestatie en onrechtmatige daad
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen verbintenissen uit
overeenkomst en verbintenissen uit de wet. Overeenkomsten kunnen op
verschillende wijzen een bron vormen van verbintenissen.
1. De overeenkomst zelf een verbintenis in het leven roepen
primaire verplichtingen uit overeenkomst.
2. In tweede plaats verplicht niet-nakoming van een primaire
verplichting onder omstandigheden schadevergoeding art. 6:74
BW verbintenis uit de wet. De wetgever heeft voorzien in een
afzonderlijke regeling van de gevolgen van niet-nakoming van
verbintenissen art. 6:74 BW. Dit betekent dat bij eenzelfde
feitencomplex verschillende wettelijke regels kunnen samenlopen.
Als op één gebeurtenis meerdere rechtsregels van toepassing zijn, spreekt
men van samenloop. Het algemene uitgangspunt is dat deze regels
samen kunnen worden toegepast. Als de verschillende regels echter tot
verschillende rechtsgevolgen leiden die niet tegelijk kunnen gelden, mag
de eiser zelf kiezen welke rechtsgrond hij wil gebruiken. Er is slechts een
uitzondering op deze regel als de wet iets anders voorschrijft of als het
onmogelijk is om anders te handelen.
Kan een feitencomplex ook los van de contractuele verhouding als
onrechtmatige daad worden aangemerkt, dan kan de benadeelde zijn
vordering op art. 6:162 BW baseren.
- Schadevergoeding: zowel bij wanprestatie (art. 6:74 BW) als bij
onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) geldt dezelfde
schadevergoedingsregeling (art. 6:95 BW).
- Daarom maakt de grondslag vaak geen verschil voor de hoogte van
de schadevergoeding.
- Samenloop kan wél van belang zijn als:
o Andere verjaringstermijnen spelen;
o Er sprake is van aansprakelijkheid van derden
Vorderingen op grond van onverschuldigde betaling, of
ongerechtvaardigde verrijking kunnen samenlopen met een vordering
uit onrechtmatige daad, wanneer tevens aan de daarvoor geldende eisen
is voldaan. Op grond van onrechtmatige daad ontstaat een verbintenis uit
schadevergoeding art. 6:162 BW, en dat de niet-nakoming van die
verbintenis wordt beheerst door de regeling over tekortschieten in de
nakoming van verbintenissen art. 6:74 BW. Zo is degene die nalaat een
verbintenis tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad na te komen
aansprakelijk voor de schade die de schuldeiser door de niet-nakoming
lijdt.
Causaal verband
Je kan causaal aantonen met CSQN
,C – Condicio
S – sine
Q – Qua
N – Non
De voorwaarde zonder welke niet, Dus was de schade er ook geweest
zonder de gebeurtenis
5. Rechtvaardiging voor het ontstaan van verbintenissen
Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, als dit uit de wet voortvloeit art.
6:1 BW. Daarmee heeft de wetgever gekozen voor een gesloten stelsel
van bronnen van verbintenissen. Dat betekent dat bronnen van
verbintenissen uit de wet met zoveel woorden in de wet kunnen zijn
benoemd. Maar ook zonder dat een bron van een verbintenis met zoveel
woorden in wet wordt genoemd, een verbintenis wordt aangenomen als dit
past in het stelsel van de wet en aansluit bij wel in de wet geregelde
gevallen.
Ontstaan verbintenissen door een rechtshandeling, dan wordt het bestaan
ervan gerechtvaardigd doordat partijen dat rechtsgevolg hebben beoogd
en gewild art. 3:33 BW. In gevallen waarin verbintenissen niet door een
rechtshandeling maar uit de wet ontstaan, vraagt dit om eigensoortige
rechtvaardiging. In geval van onrechtmatige daad ligt de
rechtvaardiging voor het bestaan van een verbintenis tot
schadevergoeding in de verplichting om een ander niet onrechtmatig te
benadelen. Doet iemand dit toch, dan treft hem een schuld en dient hij de
ander schade te vergoeden. Er bestaan veel risico’s van de
verwezenlijking waarvan niet steeds iemand schuld treft, maar waarvan
het niet redelijk is om de lasten ervan te laten door een benadeelde. In
dergelijke gevallen wordt het redelijk geacht om de schade te kunnen
afwentelen op degene die verantwoordelijk is voor het in het leven roepen
van het risico, dan om voor rekening te laten komen van degene die de
schade lijdt. Verschillende gedachten rechtvaardigen het bestaan van deze
kwalitatieve aansprakelijkheden. Zo vinden we het redelijk dat degene
wiens zaken door een ander worden waargenomen daarvan de lasten
draagt, dat degene aan wie iets onverschuldigd is betaald moet
teruggeven, en dat degene die ten koste van een ander
ongerechtvaardigd is verrijkt, aan die ander zijn geleden schade vergoedt.
Enkele algemene thema’s van aansprakelijkheidsrecht
6. vertrekpunt: ieder draagt zijn eigen schade.
Met buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht kent als
uitgangspunt dat ieder zijn eigen schade draagt. Men draagt in beginsel
zelf de lasten van alle mogelijke onheil, zoals ziekte,
weeromstandigheden, terroristische aanslag of eenvoudige concurrentie.
Men kan zich tegen dergelijke risico’s indekken door zelf verzekeringen af
te sluiten (firstparty-verzekeringen). En sommige risico’s worden
gedragen door sociale zekerheid. Het feit dat ieder zijn eigen schade
draagt biedt het contractuele aansprakelijkheidsrecht uitzonderingen.
, Wanneer iemand anders op grond van een verbintenis uit de wet
verantwoordelijk kan worden gehouden voor het ontstaan van schade, kan
die schade op hem worden afgewenteld. Afwenteling van schade via het
aansprakelijkheidsrecht kent hoge drempels, maar leidt wel tot volledige
vergoeding: de aansprakelijke dienst de benadeelde zoveel mogelijk te
plaatsen in de situatie waarin deze zou hebben verkeerd als de
gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust niet zou hebben
plaatsgevonden: zijn volledige schade moet dus worden vergoed. De
relatief hoge opbrengst die het aansprakelijkheidsrecht biedt in de vorm
van volledige vergoeding leidt ertoe dat in toenemende mate een beroep
wordt gedaan op het aansprakelijkheidsrecht.
Ieder draagt zijn eigen schade, tenzij hij erin slaagt om te argumenteren
en te bewijzen dat een ander de schade moet dragen, en hij erin slaagt
om de schadevergoeding te innen. Hij zal daartoe een of meer
grondslagen voor afwenteling moeten kiezen en moeten stellen (en bij
betwisting moeten bewijzen) dat aan de daarin gestelde eisen voor
aansprakelijkheid is voldaan. Wanneer de aansprakelijkheid is gevestigd,
zal hij vervolgens moeten bewijzen dat hij schade heeft geleden als gevolg
van de gebeurtenis waarop hij de aansprakelijkheid baseert, en hoe groot
zijn schade is. Dit noemen we vestiging van aansprakelijkheid wie is
op welke grond aansprakelijk en de omvang van de aansprakelijkheid art.
6:95 BW.
7. Doelen van aansprakelijkheid
Het aansprakelijkheidsrecht regelt wanneer iemand schade moet
vergoeden of nakomen
- Contractuele aansprakelijkheid: bij tekortschieten in een
overeenkomst (art 6:74 BW)
- Buitencontractuele aansprakelijkheid: bij onrechtmatige daad (art
6:162 BW) of kwalitatieve aansprakelijkheid (art 6:169 BW).
- Naast schadevergoeding kan ook nakoming worden gevorderd (art
3:296 BW)
Het aansprakelijkheidsrecht regelt wie onder welke omstandigheden
aansprakelijk is voor welke gebeurtenissen en hun gevolgen en ook wie
welke aanspraken geldend kan maken. Het aansprakelijkheidsrecht heeft
tot doel aanspraken vast te stellen met behulp van rechtsvorderingen te
handhaven rechtsvorderingen tot nakoming van kale rechtsplichten art.
3:296 BW en schadevergoeding art. 6:95 BW. Het aansprakelijkheid
recht heeft ook tot doel om te bepalen in welke gevallen en in welke mate
schade moet worden verplaatst van de benadeelde naar degene die de
schade heeft veroorzaakt. Aansprakelijkheidsrecht kan ook als
gedragsrecht: het bepaalt welk gedrag wel of niet geoorloofd is en
verbindt aan dergelijk gedrag gevolgen.
8. Onderscheid en samenhang met het strafrecht
Het civielrechtelijke aansprakelijkheidsrecht regelt de
privaatrechtelijke reactie op onrechtmatig gedrag, op schade
toebrengende gebeurtenissen waarvoor kwalitatieve aansprakelijkheid